VOLKSVERHAAL 7: de sage
Sage is een begrip dat de gebroeders Grimm in de 19de eeuw hebben gelanceerd. Naargelang van de inhoud kan men diverse sage genres onderscheiden zoals doden-, duivels-, heksen-, dwergen- en reuzensagen. Ze verschillen met de geschiedkundige sagen, waarvan de hoofdfiguren historische personen zijn.
In tegenstelling tot sprookjes willen sagen geloofd worden, want de vertellers hebben het over feiten die echt gebeurd zouden zijn. Daarom zijn ze geloofwaardig en zijn ze tegelijk een spiegel van het dagelijks leven en een interessante bron voor de mentaliteitsgeschiedenis. Sagen hebben meestal maar één verhaallijn en over het algemeen zijn ze vrij beknopt. Wat de inhoud betreft, onderscheiden de volkskundigen diverse soorten sagen: mythologische sagen met daarin verhalen over de toverwereld (toveressen, tovenaars en waarzeggers) en sagen uit de geestenwereld (lucht-, vuur- en aardgeesten), duivelssagen en historische sagen over personen, gebeurtenissen en gebouwen.
Sagen zijn ernstige en veelal korte verhalen, die onzekerheid en angst verwoorden en verteld worden als zijnde waar gebeurd.
Een paar voorbeelden ter illustratie:
Kind betoverd door aanraking
Luister wat er voorgevallen is een goede dertig jaar geleden met een meid die diende bij een professor in de Blijde-Inkomststraat. Haar kind was op zekere dag heel slecht geworden en de dokter kon er niets aan doen. Niet meer weten wat gedaan, gaat ze naar de pastoor. Die geeft haar de goede raad een bedevaart te doen en verwittigt haar dat zij iemand zal tegenkomen die haar een sjaal zal willen geven voor het kind. Die mocht ze in geen geval aannemen. En zoals gezegd was, kwam het uit. Ze nam het niet aan en het kind begon te verbeteren. Als het bijna genezen was, gaat ze er mee naar de boulevard op een bank zitten. Een oude vrouw komt voorbij en begint een ‘parolleke’ te voeren. Ze raakt met haar hand aan het kind en ’s avonds is de ziekte weer erger. Ze loopt terug naar de pastoor, maar die zegt dat hij er nu niets meer kon aan doen. Het kind is wat later gestorven. Van dan af hoorde die vrouw ’s nachts muziek boven haar hoofd. De ‘plancher’ bonsde van personen die boven haar dansten en laweit maakten. En toch was er niets te zien. Na enige tijd wilde ze het niet meer horen en is ze naar Brussel verhuisd. Van dan af is daar niets meer gebeurd.
Bruine paters weren het kwaad met kat
Dat is gebeurd met onze kat, die we bij Dikke Remy gehaald hadden, een grote, rosse kater. Hij was zeer groot, want als je hem gesneden hebt, wordt hij zo groot. Wel zo’n dikke, vette, rosse kater was dat. En ja, iedere maand sleurden we een dood beest uit de stal. En dat was zover gekomen dat onze va geld moest gaan lenen om een ander beest te kopen. Dat was altijd hetzelfde: moest er een beest kalven, dan was dat kalf dood en ook de koe. Dat kon natuurlijk niet blijven duren en is de boer naar Doreke, een bezweerder, in Rillaar gegaan. Doreke is dan gekomen, maar kon er ook niets aan doen. ’s Anderendaags ’s morgens heeft de boer de trein naar Leuven genomen om naar de bruine paters te gaan. Die zijn dan gekomen en hebben zo gelezen op hun knieën dat het zweet van hun lijf lekte van dat kwaad op zich te nemen. Dan was dat gedaan. ’Maar nu’, zegde de pater, ‘nu moeten we wel iets hebben waar dat op gezet kan worden’. Want je gelooft het of niet hé, maar toch bestaat het zulle. Maar het moest een levend ding zijn, hé. Wel, en ze namen de rosse kater. In een uur was er van die grote kat nog zo’n klein katje over. Ik heb dat niet gezien, want ik was al weg, maar onze Meen heeft dat gezien en die kan dat ook vertellen. Dan moesten ze die kat levend in de grond steken en zo is die dan moeten creperen.
Man moet zijn spot met Onze-Lieve-Vrouw duur betalen
Mijn buurman Firmin heeft me dat verteld. Een man was een keer aan het wandelen. Buiten de parochie stond een boom waarin een lievevrouwbeeld hing. Maar door de wind en het slechte weer was dat beeldje op de grond gevallen. Die vent nam het op, wierp het in een plas water en begon er mee te spotten: ‘Voilà, kom daar nu maar eens uit’ en hij liet het liggen. Als hij thuiskwam – hij had maar één dochtertje – was dat kind verdronken in een bassin water.
Bron van deze verhalen: S. Top, Op verhaal komen – Vlaams-Brabants sagenboek. Leuven, Davidsfonds, 2005.
Stefaan Top