Overslaan en naar de inhoud gaan
Datum activiteit

Natuurwandeling: Poëzie in de natuur

Op maandag 28 juli en 4 augustus om 14u.30
Vertrek: parking Linden kerk (er is ook parking bij de begraafplaats)
Buslijn 44, halte Linden kerk
Bij nat weer  is waterdicht schoeisel aanbevolen.

Voorafgaande inschrijving en betaling van 5 euro met vermelding van de verkozen datum, je lidnummer + ‘Poëzie’. Telkens maximum 25 deelnemers. De bijdrage van de deelnemers wordt op de rekening van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud vzw gestort. Leden van deze club kunnen gratis deelnemen.

Blad na blad na blad beschrijft een kruin steeds weer zichzelf (Joris Denoo)
In Lubbeek kan je genieten van het Linden- en Chartreuzenbos met oude loofbomen, dennen en lorken. Maar onderweg kan je halt houden bij gedichten van het lokaal schrijverscollectief ‘Taalent’ dat zich liet inspireren door deze betoverende Hagelandse plekjes.

Het Lindenbos is 35 ha groot en bestaat uit mooie oude beuken- en eikenbomen. Het werd in 1991 aangekocht door de Vlaamse overheid en ingericht als wandelbos. Het Chartreuzenbos, slechts 500 meter verder oostwaarts, is een afwisselend bosgebied van 70 ha. Volgens de 18de eeuwse Ferrariskaart (1777) bestonden de vlakkere delen van deze heuvels vooral uit heide. De omringende hellingen waren toen al bebost. Tot voor de Franse revolutie was het Chartreuzenbos eigendom van de Kartuizerorde (Les Pères Chartreux). Vandaar de naam Chartreuzenberg en -bos. In de periode van de Franse inval (1792) werden de goederen van kerken en kloosters geseculariseerd en verkocht. Heel wat percelen werden eigendom van het OCMW van Leuven. Het grootste deel kwam echter in handen van particuliere eigenaars en werd later verkaveld (Hoog-Linden).

De gronden op de ijzerhoudende Diestiaanheuvels zijn arm en zeer moeilijk te bewerken. Ze zorgen ervoor dat de bosvegetaties eerder van het voedselarme type zijn. Van nature overheerst zomereik, berk en beuk. De aangeplante grove den, tamme kastanje en Amerikaanse eik doen het vrij goed. Maar het uitheemse karakter van deze agressieve verjonging blijkt eerder een probleem dan een zegen. De uitgestrekte bestanden van kastanjehakhout waren een geliefde bosbeheervorm uit de 19de eeuw en waren een bron van brand- en geriefhout.

Het huidige bosbeheer van ANB (Agentschap voor Natuur en Bos) is gericht op het geleidelijk verhogen van het aandeel van inheemse loofboomsoorten via periodieke dunningskappingen, waarbij de gewenste boomsoorten bevoordeligd worden. Centraal in het Chartreuzenbos ontstaat bij regen een tijdelijke grondwatertafel, die later even snel opnieuw verdwijnt en zorgt voor moeilijke groeiomstandigheden: zeer nat in de winter, droog en keihard in de zomer. Op open plaatsen tref je vooral heischrale graslanden: struikheide, pijpenstrootje, valse salie, muizenoortje, brem, etc. Enkele poelen worden met een gepast beheer geschikt gehouden voor amfibieën en libellen.  Op de hellingen komen een aantal mooie holle wegen voor, oude verbindingswegen die door erosie zeer diep ingesneden raakten.

Yvette Toison, 20 maart 2025