Sint-Elisabethgasthuis
Het Sint-Elisabethgasthuis (ook gekend als Sint-Pietersgasthuis en Augustinessenklooster) in de Brusselsestraat, bestaat uit de hoeve in het westen en de restanten van het eigenlijke hospitaal in het oosten. Dit omvat de ziekenhuiskapel, de oostelijke vleugel en een deel van de zuidelijke vleugel van het kloosterpand. De delen van het kloosterpand ten westen van de Dijle werden afgebroken in de loop van de 19de en 20ste eeuw om plaats te maken voor nieuwe ziekenhuisgebouwen.
Het gasthuis werd gesticht omstreeks 1090, vermoedelijk op een terrein nabij de latere Sint-Jacobskerk. In 1222 verhuisde de instelling naar haar huidige locatie op het 's Hertogeneiland, het hertogelijk domein binnen de eerste stadswal.
Het hospitaal werd aanvankelijk bediend door broeders en zusters, vanaf de tweede helft van de 13de eeuw enkel door zusters, zonder een vaste kloosterregel. Van de 13de-eeuwse gebouwen is enkel de zogenaamde Romaanse poort overgebleven, van de kapel werden de muurresten teruggevonden onder de huidige vroeg 16de-eeuwse kapel.
Het hospitaal werd door brand geteisterd in 1363 en kende vervolgens een periode van materieel en spiritueel verval. Nikolaas Hellens, ook professor aan de Leuvense universiteit, vatte in 1479 de reorganisatie van het hospitaal aan. De financiën werden gesaneerd en aan het hospitaal werd een gemeenschap verbonden van zusters die de regel van Sint-Augustinus volgden. Mede dankzij schenkingen werden tijdens de eerste helft van de 16de eeuw de hospitaalgebouwen vernieuwd, met onder meer een nieuwe kapel en kloosterpand. Branden troffen het hospitaal nogmaals in 1632 en 1718. In de tweede helft van de 18de eeuw werd de kloostervleugel verbouwd en kregen verschillende interieurs een nieuwe aankleding.
In 1790, tijdens de Franse overheersing, werd de kloostergemeenschap afgeschaft. De delen van het kloosterpand ten westen van de Dijle werden afgebroken rond 1830 om plaats te maken voor het nieuwe neoclassicistische hospitaal door architect Alexander Van Arenbergh. Oost- en zuidvleugel van dat ziekenhuis moesten circa 1960 op hun beurt plaats ruimen voor het nieuwe Sint-Pietersziekenhuis.
De restauratie van de kapel en de kloostergebouwen (1980-2000) ging gepaard met een herbestemming tot cultureel centrum met bijhorende kantoren. Opvallend is tegelijk de aandacht voor en de herwaardering van de historische interieurs die hiermee gepaard ging.
Het 13de-eeuws portaal of ‘De Romaanse poort’
Het oudste deel van het Sint-Elizabethgasthuis is een muurfragment in zandige kalksteen aan de Brusselsestraat. Het bevat de zogenaamde Romaanse poort, een vroeg-gotisch portaal uit de eerste helft van de 13de eeuw dat toegang gaf tot de grote ziekenzaal van het hospitaal.
Kapel
De Romaanse poort geeft toegang tot een 18de-eeuwse aanbouw tussen de kapel en de oostvleugel van het kloosterpand. De gelijkvloerse verdieping werd heringericht als ontvangstruimte van het cultureel centrum. In de oostelijke muur geven drie deuren (een centrale dubbele deur en twee enkele deuren) toegang tot de voormalige laatgotische kapel van het hospitaal. De kapel werd gebouwd tussen circa 1490 en 1515 dankzij een schenking van Velasques de Lucena, de Portugese hofpredikant van Margaretha van York. Van de kapel uit de eerste helft van de 13de eeuw werden in 1982 de funderingen op één meter onder het bestaande vloerniveau aangetroffen.
Hoeve
Tussen de oostelijke vleugel en de hospitaalkapel bevindt zich een met jaarankers in 1735 gedateerd gebouw, waarin de apotheek en distilleerderij van het hospitaal en de burelen van de overste ondergebracht waren. Sedert 2003 heeft het een horecafunctie.
Verkorte tekst op basis van de website van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.
Agentschap Onroerend Erfgoed 2017: Sint-Elisabethgasthuis [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/42152 (geraadpleegd op 27 juli 2018).
Foto's: Thomas en Hans, ©Vlaamse Gemeenschap