Lentekriebels
In mei 2006, dus twintig jaar geleden, had men van het Mgr. Ladeuzeplein een heuse lentetuin gemaakt. Het was een heel ander zicht tegenover wat we gewoon zijn. Alhoewel ik het open plein ook niet mis vind. Maar ik hou toch vooral van levende natuur, en dat in alle seizoenen van het jaar. . Ik denk dus dat ik een seizoens-mens ben. Ik vind herfst wel mooi, omwille van de verkleurende natuur.
Maar ik voel me er ook altijd wat triest bij. De bladeren vallen af, de bomen zijn kaal en lijken in hun winterslaap wel of ze dood zijn. De dagen worden ook korter. En dan volgen de donkere wintermaanden, waar de nachten langer zijn dan de dagen. Dat werkt op het gemoed

van mensen. Het lijkt wel een afspiegeling te zijn van alles wat leeft, ook van ons leven.
Maar er zijn vier seizoen in een jaar. En dan komen de lente en de zomer.
En dat is mijn tijd, dat zijn mijn seizoenen: licht en zon, bloemen en planten. Ik herleef dan helemaal. Ik voel dat binnen in mij. Maar ik zie het ook rondom mij, bij de mensen die ik ontmoet. In het stadspark ligt het vol met kleurrijke, kwetterende jonge mensen. Studeren noemen ze dat. Of toch even weg van de proffen en de cursussen. Ze zien er blijer uit en mooier en liever en vredevoller. Of is dat alleen maar een droom van mij? Maar die droom komt dan wel vanuit een diep verlangen naar een wereld, een samenleving, waar mensen samen-leven in verbinding met elkaar. Een samenleving waar elke mens tot zijn recht komt, wie hij/zij ook is. En waar men respectvol en solidair met mekaar omgaat. Zo’n wereld dat zal een droom zijn. Het doet me onweerstaanbaar denken aan dat prachtig lied van Huub Ooosterhuis op muziek van Bernard Huijbers:
Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn. Wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn. Dan zegt de wereld: "Hun God doet wonderen." Ja, Gij doet wonderen, God in ons midden, Gij onze vreugde. Breng ons dan thuis, keer ons tot leven, zoals rivieren in de woestijn, die als de regen valt, opnieuw gaan stromen. Wie zaait in droefheid, zal oogsten in vreugde. Een mens gaat zijn weg en zaait onder tranen. Zingende keert hij t'rug met zijn schoven. Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.
Thuiskomen bij onszelf en bij elkaar, is dat niet waar we allemaal naar verlangen? Met ons verleden vol herinneringen. En voor mij mogen dat zowel de mooie als de minder mooie zijn. Want ze hebben ons getekend en gemaakt tot wie we nu zijn. En laten we dus maar met dankbaarheid kijken naar al het mooie en het goede en ook met heel veel mildheid naar al het andere. Daartoe worden we uitgenodigd op onze gezegende leeftijd. En daar zitten ook nu nog alle seizoenen in vervat: lente, zomer herfst en winter. Maar laat het nu even lente zijn met heel veel lentekriebels en zon en bloemen en van alles wat we samen kunnen beleven.
Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.
Willy Staessens, pastor