Overslaan en naar de inhoud gaan
Club van gepensioneerd
verpleegkundig, paramedisch,
administratief, technisch
en ondersteunend
personeel.
Zolang we nog kunnen.


We horen het regelmatig: "Je moet er van profiteren zolang je nog kan".
De achterliggende vrees voor ziekte, hulpbehoevendheid en sterven binnen de kortste tijd is duidelijk. Vooral rond de tijd dat iemand met pensioen gaat, hoor je deze uitspraak vaak. Logisch, want na jaren van werken en zorgen, komt er voor velen het eerst tijd vrij waarover je helemaal zelf kan beschikken.

Maar is het wel zo, worden we spoedig, en allemaal, hulpbehoevend? Gaan we spoedig dood?
Op de laatste vraag brengen de sterftecijfers een begin van antwoord.
De sterftecijfers leren ons dat mannen bij hun geboorte gemiddeld een levensverwachting van 78 jaar hebben. Vrouwen hebben gemiddeld zo'n 5 jaar meer tegoed.
Het gaat hier telkens om het gemiddelde bij geboorte. Het cijfer wordt naar beneden gehaald door vroege sterfte tengevolge van ziekten, maar ook door verkeersongevallen bij twintigers bij voorbeeld, door arbeidsongevallen, enz.

Mits correctie omwille van de vroege sterfte stellen we vast dat een man van 80 nog gemiddeld 7 jaar mag verwachten; een vrouw nog een goeie 9 jaar. Dat betekent natuurlijk niet dat elke man en elke vrouw op 80 jaar, respectievelijk nog 7 en 9 jaar zal leven. Sommigen moeten het helaas met iets minder stellen en sommigen overleven dat gemiddelde en worden dus 90 of misschien wel 100 of meer.

De meeste vrouwen worden ouder dan de mannen. Op 50 jaar bedraagt dat 4 jaar. Dat verschil wordt met toenemende leeftijd stilaan kleiner en is bij de overlevers op 105 jaar helemaal weg.

Al deze toegevoegde levensjaren geven ons de tijd er iets mee te doen, voor onszelf, voor vrienden en familie, voor de maatschappij! Is dat niet het profiteren waard: de rol van de ouderen in een vergrijzende samenleving!

Hierbij aansluitend kan ik niet nalaten de opmerkelijke oproep van Koningin Beatrix van Nederland te citeren, die in haar kerstrede onder meer het volgende zei:  "Ouderdom wordt vaak alleen als een probleem gezien. Daarbij denkt men aan gebreken en hulpbehoevendheid, oplopende kosten en hoge eisen aan de gezondheidszorg. Maar de maatschappij kan zich niet veroorloven ouderen af te schrijven; vergrijzing heeft ook een verrijkend kant.
De vrije tijd kan positief benut worden. Er komt ruimte vrij om na te denken, nieuwe wegen in te slaan, activiteiten te ontplooien en zich in te zetten voor anderen. Levenservaring en wijsheid kunnen worden verzilverd als ouderen die mogelijkheden ook zelf aangrijpen."
De Nederlandse koningin stelt vast dat de verhoudingen tussen jong en oud kwetsbaarder zijn geworden. Ze roept ook op tot het behoud van de maatschappelijke solidariteit: "De jongeren van nu zijn de ouderen van straks."

Waarschijnlijk doelt de koningin onder meer op het feit dat de vergrijzing de komende decennia sterk zal kleuren. In het begin van de jaren 90 waren er voor iedere 65-plusser vier personen van 20 tot 65 jaar. In 2020 wordt verwacht dat de verhouding één op drie zal zijn; en in 2040 zelfs één op twee!
Er is dus nog toekomst voor ons!

Uit de cijfers over senioren leren we bovendien nog:

- dat ouderen gelukkiger zijn dan jonge mensen. De verschillen zijn opvallend en nog meer uitgesproken bij mannen dan bij vrouwen. Het gelukkigst zijn mensen in de leeftijdscategorie van 66 tot 75 jaar. Daarna daalt het geluksgevoel een beetje, vooral omwille van een verminderde gezondheidstoestand;

- in absolute cijfers zijn er meer werkende senioren dan 20 jaar geleden, maar procentueel gezien is er een daling: van 1,9 % naar 1,8%. Drie op vier werkende senioren hebben het statuut van zelfstandige, terwijl van alle werkenden nog niet één op zes zelfstandig is. Wie nog aan het werk is heeft een kaderfunctie of een intellectuele of wetenschappelijke job. Ook in de land- en tuinbouw blijft men langer aan de slag. De helft werkt deeltijds;

- slechts één op drie 60-plussers gaat op vakantie, tegen twee op drie bij de totale bevolking. Maar de senioren die op vakantie gaan doen dat over het algemeen vaker dan de andere Belgen. De gemiddelde vakantieduur is 10,4 dagen, tegenover 7,5 dagen bij de min-zestigers. Ouderen spreiden hun vakanties meer over hert ganse jaar, maar de topmaanden zijn juli en mei;

- 60-79-jarigen besteden ruim 9 uur aan slapen en rusten, wat ook voor de andere leeftijdsgroepen geldt.

Bronnen:
- De Federale Overheidsdienst - Economie geeft cijfers per jaar.
U kan ze raadplegen: http://www.statbel.fgov.be/figures/download_nl.asp#sterfte.
- De Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de FOD Economie.
- En verder: Actueel, informatieblad van de Vlaamse Ouderenraad.

P.B. voor Jos Dewinter, 28 februari 2009