Byzantijnse Kerk en Klokkenspel
De Byzantijnse kerk van het Klooster van Chevetogne (1955-1957) is gebouwd als een permanent en zichtbaar teken van het voortdurende gebed voor de eenheid van de Kerken, en als getuige van de spirituele schatten van het christelijke Oosten. De kerk, gebouwd in de stijl van Novgorod, is gewijd aan de Verheffing van het Heilig Kruis (13 September 1957).
In de oosterse traditie stelt een kerk, in haar architectuur en decoratie, de kosmos aanwezig in geconcentreerde vorm, een ruimte waarin de zichtbare en onzichtbare werkelijkheid van het geloof harmonieus samenkomen. Dit is de geprivilegieerde plaats van de liturgie.
De gelovige die de kerk binnengaat komt eerst door de buitenste voorhal of exonarthex, dan door een tweede voorhal of narthex. Achter het smeedijzeren hek ziet hij de eigenlijke tempel, het schip van de kerk waarop de koepel rust. Het heiligdom bevindt zich achter de iconostasis. De opgang van de wereld tot aan het heiligdom in vier fasen herinnert aan de vier delen van de tempel van Salomon: de buitenste voorhof, de binnenste voorhof, het Heilige en het Heilige der Heiligen.
De narthex is de voorhal van de kerk. Hier zijn gebeurtenissen uit het Oude Testament afgebeeld: de schepping van de eerste mens, de zondeval en de verdrijving uit het paradijs, de ark van Noach, het offer van Abraham, Mozes en het water dat uit de rots stroomt in de woestijn, (aan de andere zijde) het visioen van Daniël, het vlies van Gedeon, de zalving van David, de hemelvaart van Elias, het visioen van Isaïas, Jonas die uit het zeemonster komt als voorafbeelding van Christus' verrijzenis uit de doden.
De tempel, het overkoepelde schip van de kerk, symboliseert het beeld van de hemel op aarde. De koepel, een halve bol, herinnert aan het hemelgewelf en aan de kringvormige kosmos, terwijl de goudkleurige scheidingslijn die begin noch einde heeft, Gods oneindigheid oproept.
Het schip zelf vormt een kubus en suggereert een welafgebakende ruimte: de geschapen wereld, de aarde. Het kerkgebouw is dus de hemel op aarde, de herstelde kosmos, en de gelovige die er binnentreedt, wordt uitgenodigd "alle aardse beslommeringen af te leggen" en deel te nemen aan de lofprijzing die de gehele schepping, sinds alle eeuwigheid, opdraagt aan haar Schepper.
De fresco's in de koepel en in het schip van de kerk drukken de nabijheid van de hemel ten opzichte van de mensheid uit.
In de koepellantaarn beheerst Christus Pantocrator (de Almachtige) de geschiedenis van de aarde, waarvan hij als Schepper de oorsprong en de voleinding is, de Opperrechter aan het einde der tijden en de Verlosser die nederdaalde om de ganse mensheid tot de Vader terug te voeren.
Het schip symboliseert de aarde. Daarom beschrijven de fresco's er het aardse leven van Christus, het verblijf van het Woord Gods op aarde vanaf de Menswording tot de verschijningen na de Verrijzenis. Aan het doopsel en de gedaanteverandering van de Heer (zuidelijke absis) beantwoorden zijn graflegging en nederdaling ter helle (noordelijke absis), want de graflegging en de verrijzenis van de Verlosser werden voorafgebeeld door zijn doopsel in de Jordaan en zijn verheerlijking op de berg Thabor.
Het heiligdom omsluit de belangrijkste symbolen van Gods tegenwoordigheid.
Het altaar, waarop het Evangelieboek rust, wordt beschouwd als de troon van het Woord. De Heilige Reserve wordt bewaard in een verguld bronzen duif die boven het altaar opgehangen is. Deze duif herinnert aan de Heilige Geest, door wie alle heiliging tot ons komt.
De meest verheven plaats van de tempel is de bisschopstroon achter in de absis. Hij symboliseert de troon van God de Vader, de “verheven troon” uit het visioen van Isaïas (Is. 6, 1) waartoe Christus' eucharistisch offer en het gebed van de Kerk gericht zijn.
Het diakonikon (dienstruimte), een soort sacristie, bevindt zich rechts van het heiligdom. Links bevindt zich dan de Prothesis of de ruimte waar het brood en de wijn voor de Goddelijke Liturgie worden voorbereid. Daar snijdt de priester met een lansvormig mesje een vierkant stuk - het "lam" - uit een rond brood om het vervolgens kruisgewijs in te snijden en het te doorboren zoals Christus’ zijde op het kruis doorboord werd. Onmiddellijk daarna worden water en wijn in de kelk gegoten zoals water en bloed vloeiden uit Christus' zijde.
Tijdens de overbrenging van de gaven worden het brood en de wijn processiegewijze door de kerk gedragen, en op het altaar geplaatst als symbool van Christus' graflegging. De deuren van de iconostasis en het gordijn worden vervolgens gesloten zoals een steen voor Christus' graf werd gerold.
Tijdens de anafora (het eucharistisch hooggebed) roept de priester God aan opdat Hij zijn levensadem, zijn Heilige Geest, zou zenden over de gelovigen en over brood en wijn zodat deze veranderen in het verrezen lichaam van de Heer, en opdat de gelovigen, door te communiceren, één lichaam worden in Christus.
De iconostasis is de scheidingswand tussen het schip en het heiligdom. Deze karakteristieke beeldenwand van de byzantijnse kerk-architectuur is een 9e eeuwse ontwikkeling van de kansel van de vroeg-chistelijke kerken, toen de verdedigers van de iconen zegevierden op de iconoclasten: men wilde de iconen tentoonstellen en de legitimiteit van hun cultus beklemtonen.
Er zijn drie openingen in de iconostasis: in het midden de heilige deuren, waarop de Verkondiging aan de Moeder Gods staat afgebeeld, gebeuren dat de deuren van het heil geopend heeft. Verder zijn er de iconen van de vier Evangelisten. Boven de heilige deuren staan de Heilige Drievuldigheid en het laatste Avondmaal afgebeeld. Rechts en links, aan de zuid- en noordkant, zijn er twee zijdeuren met de iconen van de aartsengelen Michaël en Gabriël die, bij wijze van spreken, de toegang tot het paradijs (het heiligdom) bewaken.
De crypte is toegewijd aan de heilige Geest, naar wie drie fresco’s refereren. Op de middenboog zweeft Gods Geest over de wateren, rechts staan drie engelen afgebeeld, de drie bezoekers van Abraham waarin de Traditie het symbool van de heilige Drievuldigheid herkent, links bevindt zich een fresco aangaande het tweede Oecumenisch Concilie van Constantinopel (anno 381) waarin de Godheid van de heilige Geest werd afgekondigd als dogma.
De iconostasis in de crypte is uit hout gesneden (19e eeuw).
De schilders. De iconostasis van de hoofdkerk werd geschilderd door Georges Morozoff. De fresco's van het heiligdom en de Pantocrator werden geschilderd door de Léon Raffin, de overige fresco’s van de kerk en de crypte door twee Griekse schilders, Rallis Kopsidis en Georges Chochlidakis.
De klokken
Het gebouw dat het woongedeelte en de Byzantijnse kerk van de abdij met elkaar verbindt, is gesierd door twee klokkentorens : één voor de Latijnse klokken, ter hoogte van het dak van het klooster, en een ander voor de Byzantijnse klokken, boven de hoofdingang.
Het Byzantijnse (Russische) klokkengestel bestaat uit 11 klokken waarvan 4 in het Waals dorpje Tellin gegoten werden bij de bouw van de Byzantijnse kerk (Es2, Bes2, Des3 en Es3). Zeven nieuwe klokken werden in 2010 gegoten in Moskou. De grote klokken, (C1 - 1950 kg, E1 - 1024 kg en G1 - 850 kg) vormen samen een C-groot akkoord, dat overeenkomt met de basistonaliteit – maar een octaaf hoger – van één van Ruslands oudste carillons, namelijk dat van Rostov - Velikij.
De grootste klok, toegewijd aan het Heilig Gelaat van Christus, en geschonken ter nagedachtenis van wijlen Koning Boudewijn van België (†1993), heeft als functie het ritme aan te geven in het klokkenspel, daarbij soms aangevuld door de andere ‘bas-klokken’, waarbij dezen elk afzonderlijk, afwisselend of tesamen, in een gestaag ritme worden aangeslagen. Deze luidfunctie wordt ook ‘Blagovestj’ (‘Blijde Boodschap’) genoemd, aangezien zij vooraf gaat aan het uitgebreidere klokkenspel en zo de mensen oproept naar de kerk te komen.
Terwijl de vier oude klokken van Chevetogne in het klokkenspel de verschillende cadensen uitmaken, hebben de vier kleine nieuwe klokken (Fis3 - 17 kg, G3 - 14 kg, A3 - 8 kg en C4 - 4 kg) als functie deze cadensen aan te vullen en het geheel met bijkomende ritmes te versieren.
Paul Bessemans, 10 mei 2017