OP SAFARI IN DE STAD!
Maandag 12 en 19 september om 14u30, aan de moeraseik op de Grote Markt
Is er wilde natuur in de stad? En waar vinden we die dan?
Voorafgaande inschrijving en betaling van 5 euro per persoon, je lidnummer en ‘Safari’. Maximum 25 deelnemers. De bijdrage van de deelnemers wordt op de rekening van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud vzw gestort. Leden van deze club kunnen gratis deelnemen.
Bomen
Bomen springen het meest in het oog als je aan ‘groen’ in de stad denkt. Je vindt ze in straten en parken, maar ook in oude college-, klooster- en privétuinen. Groen en bouwkundig erfgoed zijn immers nauw met elkaar verweven. Onze eeuwenoude stad biedt een brede waaier aan groene habitats.
Door met hun wonderlijk gecompliceerde mechanismen voedingsstoffen en water uit de bodem te halen om te groeien, helpen bomen ons ecosysteem in evenwicht te houden. Zij zetten kooldioxide om in zuurstof die wij inademen, zwakken het effect van zon en wind af, zorgen voor waterberging en gaan erosie van de bodem tegen. Bomen leveren gratis ecosysteemdiensten.
Wetenschappelijk onderzoek legde eerder al een verband tussen de aanwezigheid van bomen in de leefomgeving en positieve effecten op de ademhaling, hart – en bloedvaten, slaap, … enz. Recent onderzoek door de KU Leuven in Brussel wees bovendien uit dat er minder geneesmiddelen gebruikt worden in gebieden waar bomen met een grote kruin, dus oudere en meer ontwikkelde bomen, aanwezig waren.
Niet alle inheemse soorten of cultivars zijn bruikbaar in de publieke ruimte van de stad. Heel wat factoren spelen mee bij de keuze van aanplantingen: klimaat, bodem, ziektes en niet in het minst tolerantie bij de stadsbewoners. Als we de leeftijd van bomen leren inschatten, kan het respect voor deze grootste en oudste levende wezens op aarde alleen nog maar toenemen.
Sinds mensenheugenis spelen bomen een belangrijke rol in het dagelijks leven van mensen. Onze voorouders vereerden de bomen. Bomen spelen in de mythologie van heel wat culturen wereldwijd een rol.
Water in de stad
Leuven ligt op de Dijle, zoals de spreekwoordelijk kurk in de flessenhals. Al het water uit de zuidelijke vallei moet door de stad, alvorens het de noordelijke vlakte bereikt. Het maximumdebiet dat de Dijle door de stad kan afvoeren is 21 m3 per seconde. Dankzij recente waterbeheersingswerken in de zuidelijke vallei werd de druk op de binnenstad weggenomen.De Dijle mag op natuurlijke wijze overstromen in het natuurreservaat de ‘DoodeBemde’ en Egenhovenbos. In volle transitie komen enkele Leuvense stadswijken aan de Dijle vrij voor een nieuwe bestemming. Zo krijgt de Dijle, zoals weleer, een prominente plaats in het stadsbeeld. Er komt niet alleen meer ruimte voor water in de stad, maar ook ruimte voor natuur langs de oevers en recreatieruimte voor de bewoners en bezoekers. Fonteinen brengen verkoeling op versteende pleinen.
Wilde fauna
We kennen allemaal honingbijen. Maar wist je dat er in België ongeveer 375 soorten wilde, solitaire bijen leven? Zij zijn de belangrijkste bestuivers van wilde planten en heel wat land- en tuinbouwgewassen. Door bijenhotels in bloeiende en geurende tuinen te plaatsen kunnen we hen helpen.
Heel wat vogels vinden de weg naar de stad. ’s Zomers zoeven de gierzwaluwen door de lucht. Slechtvalken broeden spontaan op hoge torengebouwen. De houtduif is een echte stadsduif geworden. Vogels adapteren zich aan de stedelijke omgeving. Zo zingen ze luider dan hun soortgenoten buiten de stad.
Drollen en andere sporen van stadsvossen zie je steeds meer. Om van die ‘vervelende’ steenmarters nog maar te zwijgen. Het is echter belangrijk dat inwoners van de stad leren samenleven met deze wilde fauna. Buiten de stad hebben ze behalve in bossen en reservaten weinig kans op overleven.
Yvette Toison