Overslaan en naar de inhoud gaan

De ‘Engelenburcht’ 
Ursulinenklooster in Tildonk
14 juni 2025

We werden ontvangen door  zuster Bénédicte en mademoiselle Florentine. 2 bewoners van het internaat in 1922. We werden in twee rijen opgesteld met als bestemming een leszaaltje.  Eerst werd ons duidelijk gemaakt dat we in het jaar 1922 waren en dat de voertaal Frans is. Nu ja, er vlogen wel wat Franse zinnen rond maar de meeste uitleg was in het Nederlands (met een Frans accent).

In die zaal hing een metersgroot schilderij van de stuwende kracht achter de oprichting van de orde in België, de Tildonkse pastoor Johannes Lambertz (1785-1869). In 1818 vormde hij de stallen van zijn pastorie om tot klaslokaal. Hij engageerde drie ‘godvruchtige meisjes’ als lerares, waaronder zijn eigen meid, en gaf hen een voorlopige leefregel als ‘Dochters van de H. Ursula’. Bij zijn overlijden had pastoor Lambertz vanuit Tildonk veertig kloosters gesticht. Terug naar 1922.

Meteen werden de aanwezigen als kandidaten bestempeld om hun dochters hier onder te brengen. Een clublid had ook 4 jaar internaat meegemaakt, ze werd meteen gepromoveerd tot lichtend voorbeeld: “zie welk een schitterende dame je terugkrijgt na een verblijf in ons internaat”.  Het schooljaar begint in oktober en eindigt half augustus. Ook de kapsels en de kleding van de kandidaat- leerlingen werden bij aankomst kritisch gekeurd en becommentarieerd.

We bezochten de gangen met de leslokalen en de gigantische kerk (nu een feestzaal). Daar kregen we een verhaal over een 16-jarige misdienaar die de aandacht trok van de 200 meisjes voor wie het verboden was om op te kijken onder hun sluier. Maar 'Hij kon het niet laten!', paraderen dus.

Je moest van goede komaf zijn, kostprijs 400 Bfr per jaar en dan nog wat supplementen zoals 5 Bfr voor verschillende gebruiksvoorwerpen, 3 Bfr voor het gebruik van het bed (!), 30 Bfr voor de was en een toeslag voor een aantal facultatieve keuzes zoals schilderen, piano, vreemde talen…  Dit bedrag werd vergeleken met de maandwedde in 1922 van 70 Bfr voor een behoorlijk goede job. Dochters uit het dorp waren eveneens welkom ze kregen afzonderlijk lessen, wel deeltijds. Ze moesten een deel van de onkosten vergoeden met werk. En dan de uitzet van je dochter: ‘twee uniformen, een paraplu en caoutchoucs (botten!), een zilveren bestek, zes servetten, zes handdoeken, drie paar lakens, zes kussenslopen, dekens…’.

Indruk maakte vooral de gigantische overkoepeling van een binnenkoer, zowel boven als aan de zijkant voorzien van met  plantenvormen versierd glas, de andere muren beschilderd met onder meer opvoedkundige woorden. De laatstejaars voerden hier zelfgeschreven toneelstukken op. In de wasserij werd er bijzonder gewaakt over ‘kanten broekjes’. Er stond een uniek systeem voor het drogen dat aansloot bij de verwarmingsinstallatie. We sloten af in de bakkerij met zijn antieke oven.
Daarmee was de rondleiding afgelopen en beëindigden onze gidsen hun rol.

Wetenswaard: 12 procent van de zusters waren maagd… de overige steenbok, boogschutter, enz… Onze twee gidsen waren echte roddeltantes, van de afwezigheid van de andere werd duchtig geprofiteerd. We wensten hen nog van harte proficiat met dit zeer humoristisch ‘toneelstuk’.
Een enthousiaste deelnemer.
Foto’s: Guy Vandevelde