Overslaan en naar de inhoud gaan
Club van gepensioneerd
verpleegkundig, paramedisch,
administratief, technisch
en ondersteunend
personeel.
Als patiënt heb je rechten


Sedert augustus 2002 bestaat de wet op de patiëntenrechten: deze bepaalt waaraan elke zorgverstrekker zich moet houden en beschrijft ook op welke diensten elke patiënt kan rekenen. De wet zorgt voor meer helderheid, zowel voor de patiënt als voor de zorgverlener. Door deze wet beschikt de patiënt over een middel om zijn rechten af te dwingen.

Weet jij waarop je recht hebt?
Wat moet je doen als je tekortkomingen ondervindt? Waar kan je dan terecht met je vragen of klachten?

Elke patiënt die gezondheidszorgen krijgt, ook al heeft die daar zelf niet om kunnen vragen, kan zich op zijn rechten beroepen.

Deze wet heeft betrekking op beroepsbeoefenaars of zorgverleners, zoals artsen, tandartsen, apothekers, kinesitherapeuten, verplegend personeel, vroedvrouwen ... De wet geldt trouwens ook voor een arbeidsgeneesheer en voor een adviserend geneesheer.

Wanneer ben je patiënt?

Je hoeft niet ziek te zijn om patiënt te zijn. Het gaat om rechten die we meestal als vanzelfsprekend ervaren, maar toch ook om een aantal minder gekende rechten: je hebt altijd recht op een kwaliteitsvolle dienstverlening, je hebt de vrije keuze van je zorgverstrekker, je hebt het recht om dingen over je gezondheid te weten maar ook niet te weten, je kan een medische tussenkomst aanvaarden of weigeren, je hebt recht op de bescherming van je privacy, je hebt rechten in verband met je medisch patiëntendossier, je hebt recht op klachtenbemiddeling bij de ombudsdienst, je hebt recht op pijnbehandeling.

Kwaliteitsvolle dienstverlening (art. 5)

De patiënt heeft recht op een goede, zorgvuldige en kwaliteitsvolle dienstverlening. De zorgverleners moeten op de hoogte blijven en gebruik maken van de beschikbare medische kennis, de nieuwste technieken en wetenschappelijke normen en aanbevelingen. De menselijke waardigheid, het zelfbeschikkingsrecht en de morele, culturele en religieuze waarden van de patiënt moeten gerespecteerd worden.

Vrije keuze van de zorgverlener (art. 6)

De zorgrelatie tussen een patiënt en de zorgverlener is gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Daarom heeft een patiënt het recht om vrij te kiezen door wie hij zich laat behandelen of om een tweede opinie te vragen. Soms is geen keuze mogelijk is, bv. de adviserende geneesheer of een zorgverlener met de nodige specialisatie. Bij verandering van zorgverlener kan de patiënt vragen om zijn dossier aan de nieuwe zorgverlener over te maken.

Informatie over je gezondheidstoestand (art. 7)

Een patiënt heeft recht op alle informatie over zijn gezondheidstoestand en de (vermoedelijke) evolutie ervan. De zorgverlener dient de patiënt in te lichten over de diagnose, de behandeling, de geneesmiddelen, de kostprijs en wat er moet gebeuren om terug beter te worden of om te vermijden dat de patiënt zieker wordt. De zorgverlener is ook verplicht de mogelijke alternatieven voor een behandeling met de patiënt te bespreken. Indien iemand weigert om zich te laten behandelen, moet de zorgverlener deze persoon inlichten over de mogelijke gevolgen hiervan. De informatie moet op een duidelijke en verstaanbare manier gegeven worden.

Meestal gebeurt de informatie mondeling. De patiënt kan vragen om de informatie schriftelijk te bevestigen, zodat de patiënt alles rustig kan doornemen. Het is ook mogelijk schriftelijk te laten vastleggen dat de informatie ook aan de vertrouwenspersoon wordt meegedeeld.

De vertrouwenspersoon

Een vertrouwenspersoon wordt door de patiënt gekozen. Hij kan de patiënt bijstaan bij het uitoefenen van zijn rechten als patiënt, maar kan niet in zijn plaats beslissen.

Dit kan in volgende gevallen:
- Informatie kan aan de patiënt of aan de vertrouwenspersoon of aan beide gegeven worden.
- Als de patiënt informatie weigert, moet de vertrouwenspersoon geïnformeerd worden, of moet de zorgverlener de vertrouwenspersoon raadplegen indien hij de patiënt toch wil informeren.
- Als de zorgverlener informatie achterhoudt om de gezondheidstoestand van de patiënt niet te schaden, zal de zorgverlener dit toch wel meedelen aan de vertrouwenspersoon.
- Als de patiënt zijn patiëntendossier wil raadplegen, mag de vertrouwenspersoon samen met de patiënt of met zijn toestemming het dossier inkijken, of mag de vertrouwenspersoon, als hij ook een zorgverlener is, ook de persoonlijke notities van de zorgverlener inkijken.

Iedereen kan een vertrouwenspersoon aanduiden door iemand te kiezen die hij volledig vertrouwt, bv. een familielid of een goede vriend(in), die akkoord is om vertrouwenspersoon te zijn. Dit wordt schriftelijk vastgelegd in een document en toegevoegd aan het patiëntendossier. Er worden best drie exemplaren van dit document opgemaakt: voor de patiënt, voor de vertrouwenspersoon en voor de huisarts of de behandelende arts.


Uitzonderingen op het recht op informatie

Een patiënt heeft het recht om niet geïnformeerd te willen worden over zijn gezondheidstoestand, bv. als hij dat te belastend windt. Dit wordt genoteerd in het patiëntendossier. Op vraag van de patiënt kan de vertrouwenspersoon wel ingelicht worden. De zorgverlener moet de patiënt tegen zijn wil in informeren, wanneer door onwetendheid de gezondheid van de patiënt of die van derden in gevaar zou kunnen komen. De arts moet dan wel eerst overleggen met een andere zorgverstrekker of met de vertrouwenspersoon.

De zorgverlener kan ook zelf kiezen om bepaalde informatie niet te geven. Dit heet therapeutische exceptie en is aan bepaalde voorwaarden verbonden, nl. als een patiënt of een derde door de informatie ernstig nadeel zou ondervinden, bv. psychische schade. De zorgverlener moet deze beslissing vooraf met een collega bespreken en hij moet een schriftelijke motivering aan het patiëntendossier toevoegen. De eventuele vertrouwenspersoon moet wel geïnformeerd worden. Wanneer het vermoeden van informatieschade verdwijnt, is de zorgverlener verplicht de patiënt in te lichten.


Toestemming of weigering van behandeling na informatie (art.8)

Voor elke handeling is de zorgverlener verplicht om de toestemming te vragen van de patiënt. Dit geldt voor elke tussenkomst. De zorgverlener moet alle informatie geven die een patiënt nodig heeft om een beslissing te kunnen nemen. Bij toestemming voor een behandeling gaat de patiënt akkoord met elk onderdeel van die behandeling. De therapeutische exceptie geldt hier niet: de informatie moet verstrekt worden.

De patiënt behoudt het recht om zijn toestemming voor de behandeling in te trekken.
Bij weigering of vroegtijdige stopzetting van de behandeling, is de zorgverlener verplicht de patiënt te informeren over de gevolgen, maar hij moet de beslissing respecteren.

Zowel de patiënt als de zorgverlener kunnen vragen om de toestemming of weigering schriftelijk vast te leggen. Dit document wordt toegevoegd aan het patiëntendossier.

Indien iemand een bepaalde behandeling wil weigeren wanneer hij bv. ooit in coma zou geraken of dement zou worden, dan legt hij dit best schriftelijk vast in een wilsverklaring. Van deze wilsverklaring wordt best een kopie aan de huisarts of de behandelende arts gegeven en een kopie in de portefeuille bewaard.
In bepaalde gevallen kan de zorgverlener afwijken van het recht op toestemming, bv. als een bewusteloze patiënt op de spoedafdeling wordt binnengebracht. Als de zorgverlener de vertegenwoordiger niet kan bereiken en hij weet niet of er een wilsverklaring is opgemaakt, dan moet hij alle behandelingen starten die hij noodzakelijk acht. Achteraf wordt dit in het patiëntendossier vermeld.

Op welke informatie heeft de patiënt recht voor hij toestemming geeft?
De zorgverlener moet de patiënt volledig informeren over:
- het doel van de tussenkomst
- de aard (is het pijnlijk?)
- de dringendheid
- de duur en de frequentie van de behandeling
- de nevenwerkingen en risico's
- de duur van de herstelperiode
- de eventuele nazorg
- mogelijke alternatieve behandelingen
- de financiële gevolgen (o.a. de kostprijs)
- de mogelijke gevolgen bij weigering.

Als het gaat om informatie over een tussenkomst, mag de zorgverlener zich niet beroepen op de therapeutische exceptie!


Inzage of kopij van het patiëntendossier (art. 9)

Elke patiënt heeft recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard patiëntendossier. Hij kan zelf vragen om bepaalde documenten aan het dossier toe te voegen. In het dossier zitten alle documenten die te maken hebben met de professionele relatie tussen de zorgverlener en de patiënt: de algemene gegevens zoals de persoonsgegevens en alle medische informatie. De patiënt heeft het recht dit dossier in te kijken, ten laatste 15 dagen na zijn aanvraag. Indien aan een mondelinge vraag geen gevolg geven wordt, herhaalt de patiënt best de aanvraag per aangetekend schrijven. Nochtans is er geen recht tot toegang tot de persoonlijke notities van de zorgverlener, tot de gegevens in het kader van de therapeutische exceptie of tot gegevens die betrekking hebben op een derde persoon. Toch kan de patiënt via een andere zorgverlener onrechtstreeks dit inzagerecht uitoefenen. Wanneer de patiënt dit wenst moet de zorgverlener hem een kopie van (een deel) van het patiëntendossier tegen kostprijs bezorgen.
Nabestaanden (echtgenoot, partner en bloedverwanten tot en met de tweede graad) hebben geen recht op een kopie, maar wel recht om het patiëntendossier in te kijken bij het overlijden van de patiënt.

Voorwaarden hiertoe zijn: er moet een voldoende gemotiveerde en specifieke reden zijn, belangrijk genoeg om de privacy van de overleden patiënt op te heffen. Dit recht geldt enkel voor documenten die verband houden met de reden tot inzage (bv. testament, een aansprakelijkheidsprocedure, erfelijke factoren, ...). De nabestaanden kunnen het dossier slechts onrechtstreeks inkijken, via een andere beroepsbeoefenaar. Deze persoon heeft ook inzage in de persoonlijke notities van de zorgverlener. De patiënt mag zich echter tijdens zijn leven niet tegen dit recht verzet hebben.


Bescherming van de persoonlijke levenssfeer (art.10)

Bij elke tussenkomst van een zorgverlener geldt het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Enkel betrokken zorgverleners mogen bij de behandeling aanwezig zijn. Voor alle anderen moet de patiënt toestemming geven. Hetzelfde geldt voor informatie over de gezondheidstoestand van de patiënt. Zowel de patiënt als de zorgverlener mogen door niemand onder druk gezet worden om informatie mee te delen aan derden (bvb een verzekeringsmaatschappij).


Pijnbehandeling (art. 11 bis)

Elke patiënt heeft recht op pijnbestrijding. Dit betekent dat de zorgverlener aandacht heeft voor pijn van de patiënt, dat hij die pijn evalueert, pijn voorkomt, behandelt en verzacht.


Klachtenbemiddeling (art.11)

De wet voorziet in een instantie waar de patiënt met een klacht over een zorgverlener naartoe kan: een ombudsdienst. De klacht kan ook neergelegd worden door de samenwonende echtgenoot, de wettelijke of feitelijk samenwonende partner, een meerderjarig kind of één van de ouders. De patiënt kan zich in de procedure laten bijstaan door een zelfgekozen vertrouwenspersoon.
De ombudsfunctie houdt verschillende opdrachten in:
- de communicatie tussen patiënt en zorgverlener bevorderen;
- bemiddelen in functie van een oplossing voor de klacht;
- indien er geen oplossing gevonden wordt, de patiënt informeren over mogelijke verdere stappen;
- formuleren van aanbevelingen om klachten te voorkomen;
- een jaarverslag opstellen met een overzicht van het aantal klachten, de inhoud ervan en het resultaat van de bemiddeling;

- informeren over de organisatie, de werking en de procedureregels van de ombudsfunctie.


En wat indien de patiënt zijn rechten zelf niet kan uitoefenen? (art. 12-15)

In dat geval worden de rechten van de patiënt opgenomen door een vertegenwoordiger. Deze persoon kan alle rechten van de patiënt uitoefenen. Hij wordt verondersteld de belangen van de patiënt te vertegenwoordigen en de wil van deze te vertolken. De vertegenwoordiger kan in de plaats van de patiënt beslissen wanneer deze dat zelf niet kan. Hij kan echter nooit ingaan tegen een uitdrukkelijke wilsverklaring van de patiënt.

In drie gevallen kan een vertegenwoordiger aangesteld worden:

- de patiënt is minderjarig: de ouders of de voogd oefenen de rechten uit van minderjarigen. Indien de zorgverlener beoordeelt dat de minderjarige oud en rijp genoeg is, kan deze minderjarige betrokken worden bij de uitoefening van zijn rechten.
- de patiënt heeft een beschermingsstatuut van verlengde minderjarigheid of van onbekwaamverklaring: volwassen personen met een ernstige mentale handicap van bij de geboorte of de eerste levensjaren kunnen verlengd minderjarig verklaard worden. Het is ook mogelijk dat ernstig en aanhoudend psychisch zieke personen onbekwaam verklaard worden. De wettelijke vertegenwoordiger treedt plaatsvervangend op voor de patiënt. De patiënt moet nochtans zoveel mogelijk betrokken worden bij het uitoefenen van zijn rechten.
- de patiënt is een wilsonbekwame meerderjarige: wilsonbekwame volwassenen zijn (tijdelijk) zelf niet in staat hun rechten uit te oefenen, bv. door dementie of coma. De zorgverlener oordeelt of iemand al dan niet wilsonbekwaam is. Ook de wilsonbekwame patiënt dient zoveel mogelijk betrokken te worden bij het uitoefenen van zijn rechten. De patiënt kan vooraf al dan niet formeel een vertegenwoordiger aangeduid hebben.

Indien de zorgverlener het nodig acht, kan hij afwijken van een beslissing van de vertegenwoordiger. Dit kan enkel in overleg met alle betrokken collega's en het moet noodzakelijk zijn om de belangen van de patiënt te vrijwaren, een bedreiging van het leven van de patiënt af te wenden of een ernstige aantasting van de gezondheid van de patiënt voorkomen.


De vertegenwoordiger

Iedereen kan formeel een vertegenwoordiger aanduiden door iemand te kiezen die hij volledig vertrouwt, bv. een familielid, die akkoord is om vertegenwoordiger te zijn. Dit wordt dan schriftelijk in een document vastgelegd en toegevoegd aan het patiëntendossier. Er worden best drie exemplaren van dit document opgemaakt: één voor de patiënt, één voor de vertegenwoordiger en één voor de huisarts of de behandelende arts.


De patiënt heeft een klacht over

1.... een algemeen ziekenhuis
Sinds 1 november 2003 heeft elke ziekenhuis verplicht een ombudsdienst. De patiënt kan er terecht met elke klacht over de opname, de behandeling of het verblijf. Indien de patiënt niet tevreden is over deze ombudsdienst kan hij terecht bij de Federale Commissie "Rechten van de Patiënt".


2. ...een psychiatrisch ziekenhuis
Psychiatrische ziekenhuizen zijn vrij om zelf een ombudsdienst te organiseren of gebruik te maken van een externe ombudsdienst van de provinciale Overlegplatforms in de Geestelijke Gezondheidszorg (www.ombudsfunctieggz.be  of 016 23 05 26).


3. ...een ambulante zorgverlener
Er is geen specifieke ombudsdienst voor klachten over zorgverleners zoals huisartsen, tandartsen, verpleegsters aan huis, apothekers ... De patiënt kan zich met zijn klacht wenden tot de Federale Ombudsdienst van de Federale Commissie 'Rechten van de Patiënt', telefoon: 02 524 85 20. Ook klachten over ombudsdiensten worden hier behandeld. De klacht moet steeds schriftelijk worden ingediend.

Bron: Actueel, Informatieblad van de Vlaamse Ouderenraad, jaargang 10, nr. 3. pag. 8 env.


Jos Dewinter, 27 februari 2010