Zorg heeft vandaag vele gezichten
Wie vroeger zorgbehoevend werd, had twee mogelijkheden. Ofwel kon men gaan inwonen bij de kinderen, ofwel restte een verhuis naar een rusthuis.
Vandaag is dat heel anders geworden: tussen die twee opties kwamen tal van tussenstappen. Zo zijn er nu thuiszorg, dagverblijven, serviceflats, ...
Nu we een dagje ouder worden is enige verkenning doorheen het ruime aanbod geen overbodige luxe.
Hier een poging.
De gemiddelde instapleeftijd in een rusthuis is tegenwoordig 82 jaar. Het gevolg is dat het gemiddelde verblijf slechts twee tot vier jaar duurt. Rusthuizen, zoals we die vroeger kenden, worden daarom vandaag meer en meer verzorgingstehuizen.
Wat is de oorzaak?
Mensen leven langer en blijven langer actief en gezond. En dus willen we zo lang mogelijk zelfstandig blijven, ook in ons wonen. Omdat dit ook voor de samenleving de meest haalbare en betaalbare optie is, stimuleert de overheid deze gang van zaken in grote mate.
Een aantal nieuwe verblijfsformules in de rusthuizen speelt hier duidelijk op in.
Met 'kortverblijf' bijvoorbeeld, kan men voor een periode van maximum drie maanden in een rusthuis verblijven. Dat kan nuttig zijn na een ziekenhuisopname.
In een 'dagverzorgingscentrum' kunnen mensen de maaltijden en dagactiviteiten in het rusthuis meepikken, zonder er te blijven slapen. 's Avonds keert men terug naar de eigen vertrouwde stek. Een ideale oplossing voor ouderen die bijvoorbeeld inwonen bij werkende kinderen.
Met 'nachtopvang' kunnen ouderen worden opgevangen die nachtelijke verzorging nodig hebben.
Het nieuwe Vlaamse woonzorgdecreet zorgt er dan weer voor dat 'thuiszorg' beter wordt uitgebouwd. En hier worden ook de gemeenten ten volle bij betrokken. Zij worden verondersteld de noden van hun bevolking best te kennen en kunnen zodoende hun gemeentelijk beleid er op afstemmen.
Uit cijfers blijkt dat het aantal gezinnen stijgt waar ouderen thuis blijven inwonen. België loopt hierin trouwens voorop. Het aantal bejaardenwoningen specifiek aangepast aan het verblijf van de ouderen - brede deuren, een inloopdouche, handgrepen in de badkamer, enz. - bedraagt bij ons 2%, waar het gemiddelde in Europa slechts 1% is. Noteer hierbij dat de bejaardenwoningen ook de eigen woning kan zijn van de oudere en dat thuiszorg ook de zogenaamde 'mantelzorg' kan betekenen waarbij iemand uit de directe omgeving van de bejaarde op bijzonder waardevolle wijze bijspringt.
Ook erkende serviceflats of zogenaamde 'assistentiewoningen' zijn een waardevol alternatief. Mensen wonen er beschermd zelfstandig, maar kunnen kiezen uit een ruim pakket aan diensten: maaltijden, poetsen en strijken, een permanent alarmsysteem, crisiszorg bij noodgevallen, medische begeleiding. Vaak zijn serviceflats verbonden aan een rusthuis en kunnen de bewoners er deelnemen aan de rusthuisactiviteiten.
Een barrière hierbij voor vele mensen is dat ze op het ogenblik dat ze een serviceflat overwegen, een huis hebben en dan huur gaan moeten betalen. Maar via het systeem van zogenaamde 'wooncertificaten' die door sommige banken werden ontwikkeld kan hierin tegemoet gekomen worden.
Het komt ons voor dat de overheid begrepen heeft dat het met de vergrijzing onbetaalbaar wordt om in de toekomst nog nieuwe rusthuizen te bouwen voor de groeiende groep senioren. Maar de periode waarin we nu leven vormen een kantelmoment: de thuiszorg is niet overal even goed uitgebouwd en tegelijk is het aantal rusthuisbedden ontoereikend. Sommige rusthuizen specialiseren zich. Zo zijn er vandaag al instellingen die zich bijvoorbeeld specialiseren in Alzheimer-patiënten.
De meeste rusthuizen evolueren naar 'woonzorgcentra'. Door een ruim aanbod van zorgaanbod, van dagverzorgingscentrum tot nachtverblijf, staan ze ook open voor ouderen die elders hun hoofdverblijf hebben. Maar één trend geldt voor allemaal: alle goede rusthuizen zitten voor 100% vol. Indien men een verblijf in een rusthuis overweegt, moet men er een hele tijd vooraf mee bezig zijn.
Een belangrijke struikelsteen voor een verblijf in een rusthuis blijft de kostprijs.
Hoewel de Belgische rusthuizen invergelijking met andere landen beduidend beter zijn dan wat prijs en kwaliteit betreft, blijft het toch een dure, zelfs voor velen onbetaalbare aangelegenheid. Eigenaardig in dit verband is dat men in Wallonië gemiddeld 1000 euro per maand betaalt voor een rusthuisverblijf en dat het in Vlaanderen oploopt tot bijna 1300 euro per maand. Bovendien moet hier bovenop gelegd worden omdat het gemiddelde pensioen een stuk lager ligt!
Wat gebeurt er wanneer een oudere niet langer kan betalen? Wat gebeurt er wanneer het geld er niet is, of niet meer is? Soms gaat men aankloppen bij de kinderen, soms past de sociale dienst van het OCMW bij. Dat hangt af enerzijds van het rusthuis in kwestie, anderzijds van het gemeentelijk beleid. Zich goed informeren en eventueel afspraken maken met de kinderen over hoe bijpassen indien nodig, is zeker geen overbodige luxe.
Deze bijdrage werd geïnspireerd door "Zorg", in Avanti (Dexia) nr. 49, pag.8/9
Jos Dewinter, 27 februari 2010.