Overslaan en naar de inhoud gaan
Vriendenkring Excelsior, de moeder van de seniorenclub


Vereniging der bedienden en werklieden van de Katholieke Universiteit Leuven,
de moeder van onze Seniorenclub

Naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van onze seniorenclub, doorzocht ik het (beperkte) archief van Excelsior dat berust in het archief van KU Leuven in de Universiteitsbibliotheek. Het archief omvat drie dozen, die voornamelijk betrekking hebben op “Hobby en Vrijetijdsbestedingsclub Excelsior”, een onderafdeling van de Vriendenkring. Deze afdeling werd gesticht in 1965. Deze afdeling organiseerde voornamelijk tentoonstellingen. Ze deed dit onafgebroken vanaf 1966 tot 1990, vijentwintig keer dus. Toen werd “tentoonstellingsmoeheid” vastgesteld. Er werd in 1991 gestopt met een vergadering “Hoe gaan we nu verder?” en een mosselsouper. Daarna vernemen we in het archief niets meer over deze afdeling.

Afbeelding verwijderd.
Moldenaers
Franciscus
voorzitter 1962?

Naast het archief van Excelsior zelf, berust er ook een interessant archief over Excelsior in het archief van Rector Honoré Van Waeyenbergh. Ik doorzocht ook dit archief dat loopt over de jaren 1944 tot 1962.

Hierin vond ik enkele belangrijke documenten.
Allereerst een document van 24 februari 1945 waarbij de Universiteit een “Ziekenbond” voor haar personeel sticht met voor die tijd uiterst verregaande tegemoetkomingen. Merk op dat dit gebeurde tijdens de oorlog! *[1]
De voornaamste voorzieningen in deze Ziekenbond zijn de volgende:
1. Ziektekas die bijkomende toeslag en uitbetaling vanaf de eerste dag van de ziekte die langer duurt dan 8 dagen en onder behandeling van een geneesheer.
2. Sterftefonds dat 1000 fr. Uitkeert voor een overleden man, 750 fr. voor een vrouw en 300 fr. voor een kind.
3. Geneeskundige dienst die 10% toelage geeft op medicamenten, een toelage voor specialiteiten en tussenkomst bij aanschaf van een bril, krukken, aderspatkousen, breukbanden, enz..
4. Heelkundige dienst die kosteloos verblijf voorziet op een ziekenzaal, een tussenkomst op een kamer en inlichtingen door een sociaal assistente.
5. Moederkas die een verhoogde tussenkomst voorziet tot 1000 fr. Per geboorte (wettelijk was het 600 fr.), rustgeld voor de echtgenote, hetzij loontrekkend of niet, bezoek door een verpleegster aan moeder en kind.
6. Anti-teringkas die 12 maanden opname in een katholiek sanatorium voorzag, 6 tot 12 maanden in een preventorium, een vergoeding voormoeder en kind bij afwezigheid van het gezinshoofd.
7. Kankerbestrijding: de behandeling in een universitair ziekenhuis.
8. Wezenfonds: nog vast te leggen.
9. Studiefonds voor wezen: nog vast te leggen.
10. Röntgenonderzoek: jaarlijks kosteloos (wettelijk was toen niets voorzien).
11. Verpleging thuis: wit-gele kruis (wettelijk was toen niets voorzien).

Een ander document vermeldt het akkoord van de rector voor de huur van het “Huis Excelsior” aan de Dagobertstraat 49 te Leuven op 10/1/1962. Dat huis wordt het clublokaal van de Vriendenkring Excelsior. *[2]

In het archief worden ook enkele nummers bewaard van het tijdschrift “Excelsior” dat de Vriendenkring uitgaf in samenwerking met de Algemene diensten van de Universiteit. Hierin vond ik de voor onze clubmeest interessante gegevens. *[3] Het is een driemaandelijks blad dat startte in 1961 onder de titel: Personeelsblad van de Vriendenkring Excelsior der Katholieke Universiteit te Leuven..
In het eerste nummer van de eerste jaargang verschenen op 15 september 1961 vond ik een overzicht van de werking van de Vriendenkring. Dit overzicht is erg leerrijk.
Excelsior werd gesticht op 1 juli 1945 en startte echt in maart 1946 onder het moto: Steeds Hoger!
Er zijn in 1961 diverse afdelingen die werken onder het hoofdbestuur.
De medico-sociale dienst die voorziet in tussenkomsten buiten de wettelijke voorzieningen van de mutualiteit bij ziekte, ongeval, geboorte, overlijden, … Die tussenkomst is zowel financieel als moreel en kan gebeuren door het bestuur of door de sociale verpleegster, in het ziekenhuis of thuis.
De spaarkas Excelsior die 250 leden telt. De vissersclub, gesticht in 1956 en die 39 actieve leden telt. Het zangkoor.
De stichting van een vereniging voor gepensioneerden wordt aangekondigd. Er verschijnt een oproep hiervoor. De stichtingsvergadering wordt in het vooruitzicht gesteld.
Verder zijn er tal van sportafdelingen: voetbal, volleybal, tennis, zwemmen, struifspel, toneel (dat herstart in 1962), filatelisten.
Daarnaast wordt ook melding gemaakt van de werking rond het Vijverpark in Kessel-Lo, vakantiekolonie voor kinderen van het personeel (10 dagen voor de jongens en 10 dagen voor de meisjes), bezoeken aan o.a. de Gentse floraliën, enz.
Vanaf 1961 is er ook regelmatig melding van een Sinterklaasfeest, vaak in aanwezigheid van de rector.

Op 29/6/1962 werd dan de Bond voor gepensioneerden gesticht maar de vergadering waarop een bestuur verkozen wordt heeft plaats op 28 juni 1962 in het Vijverpark te Kessel-Lo.
Er blijken al spoedig activiteiten plaats te hebben: op 30 augustus 1962 wordt een bezoek gebracht aan de abdij van Averbode. De maandelijkse vergaderingen hebben plaats in de zomer in het Vijverpark en in de winter in het Excelsiorhuis aan de Dagobertstraat.
Op 19 september 1963 reizen ze naar Tongeren, Heerlen en Aken .

In het nummer 1 van de 2e jaargang, op 15/9/1962 pag. 12 en 13 wordt een verslag gegeven van de echte stichtingsvergadering. Ik citeer.
De Gepensioneerden.
Zij kwamen voor de eerste maal bijeen op 28 juni 1962 in het Vijverpark. Z.E.H. inspecteur Michils kon tot zijn grondige spijt onmogelijk tegenwoordig zijn.
Hoeveel er oppost waren? 16 op 30 asjeblief. Van de afwezigen kunnen ten minste 6 zich niet verplaatsen.
Ze wilden elkaar weerzien.

Hoe oordeelt gij over de volgende bravourstukjes?
A. Lion uit Sint)Remy-Geest, E. Verlooy uit Lier en dan nog per fiets, E. Swinnen, 89 jaar en Juffr. Daems, 80 jaar. Zij waren present. Deze laatste hoorde haar ouderdom liever in het Frans zeggen omdat het jonger klonk: quatre-vingt. Om van ouwe taaie’s te spreken!
Op de vragen of zij af en toe wensten bijeen te komen en een “Bond van de Gepensioneerden” te stichten, kaatste het antwoord spontaan terug: ja, ja!
Het uitstellen van de verkiezing van het bestuur tot een volgende vergadering werd niet nodig gevonden. Redenen: op onze ouderdom hebben we geen tijd te verliezen en zonder tam-tam spelen wij dat seffens klaar.
Inderdaad, na vijf minuten bespreking waren de functies met eenparigheid van opgestoken handen toegekend: François Moldenaers, voorzitter, Victor Spoormakers, secretaris en Maurice Brancon penningmeester.
Die aanstelling werd gekruid met pittige opmerkingen. François is de man die een speech kan afsteken, wat hij natuurlijk ontkende; Victor heeft nog een hand die zonder beven een pen hanteert;Maurice is een oud “gendarme” zodat wij gerust kunnen zijn over onze kas. – Tussenin en daarna werd een spervuur van herinneringen “uit onze tijd” uitgewisseld. Weet je nog…

Ziezo, na anderhalf uur namen de eersten afscheid. Het begon met iemand die zelf de 70 nadert en weg moest om op tijd thuis te zijn bij zijn moeder van 90. Wanneer de laatste afgestapt zijn… ha, die legden eerst een kaartje.

Allen vonden die bijeenkomst schoon en wij vonden onze “oude garde” schone mensen. De Heer gunne hun nog vele jaren.

In nummer 3 van de derde jaargang, 15 maart 1964, vond ik pag. 70-71:

Bondslied der Gepensioneerden

  1. 1.       Wij zijn nu heden met pensioen
    Men stelde ons oprust.
    Wij doen al wat wij gaarne doen,
    hetgeen ons hartje lust.
    Geregeld komen wij bijeen,
    gezellig bij elkaar;
    Wij zijn goeie vrienden ondereen.
    Zo leeft die vriendenschaar.

Refrein:        Gepensioneerden, laat ons niet klagen.
Nog schenkt de Heer ons zijn milde zonneschijn;
Geen pessimisten, maar optimisten,
die blij en moedig door het leven gaan.

  1. 2.       Zo nu en dan gaan wij op reis.
    En wel in groot getal;
    Een uitstap stelt elkeen op prijs.
    En ook een ferme knal.
    Wij houden van een koffiekrans,
    en van een bedevaart.
    Dat alles geeft het leven glans
    en maakt het overwaard.
     
  2. 3.       Al valt de last der jaren zwaar
    en lijkt de toekomst zwart.
    Wij lachen zorgen weg voorwaar,
    met ons nog jeugdig hart.
    En kampen wij met tegenspoed
    Gaat alles niet naar wens,
    Wij nemen ’t op met licht gemoed,
    zoals een christen mens.

Er wordt vermeld dat het lied gezongen wordt op de wijs van “Die mooie molen”. Maar men doet een oproep om een eigen passende melodie te toondichten.
In nummer 4, op 15 juni 1964, wordt vermeld dat Victor Schollaert, gewezen muziekleraar en zelf ook inmiddels gepensioneerd, aangepaste muziek toondichtte. Op 24 maart werd de nieuwe melodie aangeleerd. Maar van die muziek kon ik niets terug vinden.

Jos Dewinter

*[1] Archief K.U.Leuven, Fonds Rector Van Weayenbergh, nr. 10143.

*[2] Archief K.U.Leuven, Fonds Rector Van Waeyenbergh, nr. 10159.

*[3] ArchiefK.U.Leuven, Excelsior nr. 00259.