Voorafgaande inschrijving en betaling van 5 euro met vermelding van de verkozen datum, je lidnummer + 'Twee abdijen'. Telkens maximum 25 deelnemers. De bijdrage van de deelnemers wordt op de rekening van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud vzw gestort. Leden van deze club kunnen gratis deelnemen.
VERTREK: Maandag 11 en 18 september om 14u30 aan de ingang van de Keizersbergabdij
'Regina caeli', hoog boven de stad torent het vijftien meter hoge Mariabeeld, opgericht in 1906 op de funderingen van de voormalige hertogelijke burcht. Omstreeks 1230 besliste Hendrik I de Strijdvaardige om een imposant 'optrekje' te bouwen op de 55 m hoge heuvel ten noorden van de stad, zijn status als eerste hertog van
Brabant waardig.
Na zijn terugkeer uit het Heilig Land (1198) had hij de Tempeliers reeds toelating gegeven tot het bouwen van een commanderij op de oostkant van de heuvel, de Wolvenberg.
Veel schoon volk heeft deze burcht bewoond of bezocht. De bekendste was Keizer Karel. Hij liet de burcht zelfs nog vergroten en verfraaien. Tijdens de Franse Republiek werd het geheel verkocht aan particulieren.
Op het einde van de negentiende eeuw zochten de Benedictijnen van Maredsous in Leuven een geschikt studentenhuis voor de oud-leerlingen van hun internaat. De gronden op de Keizersberg kwamen vrij. In 1899 verrees de neoromaanse abdij op de'Boelenberg of Mont César'.
Tegelijk werd het indrukwekkende park van 6,5 ha aangelegd in Engelse landschapsstijl. Wandelpaden doorkruisen grote graspartijen met solitaire parkbomen. Een lindendreef nodigt uit tot brevieren. Sequoiadendrongiganteum of mammoetboom, beuk, paardenkastanje, ceder, taxus, lork,Amerikaanse eik, tamme kastanje zijn ondertussen indrukwekkende eeuwelingen geworden.
De hellingen zijn beplant met diep wortelende valse acaciabomen om de bodem te verstevigen. Men probeert nu deze uniforme begroeiing met meer diverse, inheemse bomen en struiken te verrijken. De oude boomgaard is tussen beide wereldoorlogen aangelegd met streekeigen rassen, in samenwerking met het landbouwinstituut van de universiteit.
Sinds 2010 is deze voormalige kloostertuin een publiek park. Dankzij een erfpachtovereenkomst tussen de stad en de abdij zal de stad (Groendienst) ervoor zorgen dat de natuur hier kan evolueren. Voedselarme graslanden worden slechts tweemaal per jaar gemaaid om aan verscheidene kruidachtige planten groeikansen te geven.
Het kleine bosje op de oostelijke helling is van ecologisch belang voor de aanwezige dieren: hazelworm,Spaanse vlag, groene specht, …
Via de aangelegde trappartijen dalen we af naar de Vaartkom. Het Sluispark is een gloednieuw park in deze hippe buurt (2016 – 2020). Water speelt er een centrale rol door de opengelegde Dijle, de vistrap en een waterspeeltuin. De vistrap laat vissen (25 soorten) toe om in trapjes stroomopwaarts te zwemmen om de bovenloop en de zijlopen van de Dijle te bereiken en er te paaien. De monding van de Voer is ook zichtbaar gemaakt. Bij de ruïne van de oude sluizen groeit een vijgenboom, als getuige van de klimaatopwarming in de stad.
Langs de Sluisstraat en het Klein Begijnhof wandelen we naar onze eindbestemming: Sint-Geertrui.
Reeds midden twaalfde eeuw stond hier een kapel (met kapelaan), gewijd aan de heilige Gertrudis, de in 626 geboren dochter van Pepijn van Landen (hofmeier) en de heilige Ida (abdis van de abdij van Nijvel).
In 1204 gaf dezelfde Hendrik I toelating om hier een kapittel van reguliere augustijner kanunniken op te richten. Midden dertiende eeuw is de romaanse Sint-Geertruikerk een zelfstandige parochie geworden ten gevolge van een sterke bevolkingsaangroei in en rond Leuven.
In 1425 stelde Paus Martinus V het convent aan tot bewaarder van de privilegiën van de pas opgerichte universiteit. Enkele decennia later spiegelde de “Toren zonder spijkers” zich in de Dijle.
Midden zeventiende eeuw krijgen de abten het recht om mijter en abtsring te dragen. De abdij verwierf veel macht en welstand, de abten waren ook actief in de politiek. Enkel leden van hoge adel werden toegelaten als kanunnik. Deze welstand leidde tot versoepeling van het religieuze leven. In de achttiende eeuw kregen feestelijkheden en banketten de bovenhand. In 1796 werd de abdij opgeheven door de Franse Republiek. De abdijkerk bleef parochiekerk.
In 1911 kocht de eigenzinnige kanunnik Armand Thiéry, professor in de wijsbegeerte, de site om met architect Piscador de herstelwerkzaamheden op te starten. Na de Eerste Wereldoorlog werd één vleugel opgetrokken met bouwmateriaal van verwoeste Leuvense burgerhuizen. In 1919 vroeg Thiéry aan de Benedictinessen van La-Paix-Notre-Dame (Luik) om een universitaire pedagogie te stichten voor de eerste meisjesstudenten.
Op het rustige binnenplein werden exotische bomen aangeplant om het prestige van de vroegere abdijsite opnieuw op te roepen. Majestueuze ceders (Himalaya- en Libanonceder), zwarte en wittemoerbei, moeras- en watercipres nodigen uit tot stil respect en meditatief mijmeren midden in het drukke stadscentrum.
Yvette Toison, 28 april 2023