Overslaan en naar de inhoud gaan
Verslagen van culturele activiteiten, voordrachten, enz..

Kunst in eigen huis

Kunst in eigen huis


Deze derde editie van 'Kunst in eigen huis' heeft alle verwachtingen overtroffen. In het grandioze kader van de jubileumzaal van de universiteitshal hadden onze exposanten (senioren en studenten KU Leuven) hun indrukwekkende creativiteit tentoongespreid. Schilders, tekenaars, fotografen, quilters en performers gingen de confrontatie aan met mekaar en met het publiek.

30 exposanten, 5 performers, 11 organisatoren en 10 vrijwilligers: door intense en warme samenwerking werd een mooi geheel afgeleverd. Ruim 770 bezoekers hebben hiervan kunnen Afbeelding verwijderd.genieten.

Uit het gastenboek van 12 bladzijden geven we graag enkele quotes.

“Jong en oud samen aan de kunst: dat geeft vonken!”
“Visueel genot, prachtige locatie! Proficiat aan de artiesten en organisatoren.”
“Fantastisch! Op een half uurtje genieten van zo veel uren werk…, daar kan ik weer even mee voort. Dank aan allen.”
“Proficiat met het originele format, dit project is zeker voor herhaling vatbaar.” (Dienst Cultuur KU Leuven)
“Wat een passie! Wat een expressie! Wat een diversiteit! Overweldigend. Proficiat aan alle kunstenaars én de organisatoren!!”
“Mooi, mooi, mooi. Teder mooi, verbluffend mooi, aangrijpend mooi om even bij stil te staan.”
“Fantastisch geslaagd. Enig. Perfecte combinatie jong-oud, met evenveel passie en bewogenheid. Perfecte organisatie in een uniek kader.”
“Heel leuk initiatief! Het is zelden dat zoveel verschillende kunstvormen tegelijk plaats vinden! Knap werk voor de organisatoren en natuurlijk de kunstenaars!”

Oneindig veel felicitaties en dank aan allen die aan dit mooie project hebben meegewerkt!

Paul Bessemans, 30 oktober 2012

Vriendenkring Excelsior, de moeder van de seniorenclub

Vriendenkring Excelsior, de moeder van de seniorenclub


Vereniging der bedienden en werklieden van de Katholieke Universiteit Leuven,
de moeder van onze Seniorenclub

Naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van onze seniorenclub, doorzocht ik het (beperkte) archief van Excelsior dat berust in het archief van KU Leuven in de Universiteitsbibliotheek. Het archief omvat drie dozen, die voornamelijk betrekking hebben op “Hobby en Vrijetijdsbestedingsclub Excelsior”, een onderafdeling van de Vriendenkring. Deze afdeling werd gesticht in 1965. Deze afdeling organiseerde voornamelijk tentoonstellingen. Ze deed dit onafgebroken vanaf 1966 tot 1990, vijentwintig keer dus. Toen werd “tentoonstellingsmoeheid” vastgesteld. Er werd in 1991 gestopt met een vergadering “Hoe gaan we nu verder?” en een mosselsouper. Daarna vernemen we in het archief niets meer over deze afdeling.

Afbeelding verwijderd.
Moldenaers
Franciscus
voorzitter 1962?

Naast het archief van Excelsior zelf, berust er ook een interessant archief over Excelsior in het archief van Rector Honoré Van Waeyenbergh. Ik doorzocht ook dit archief dat loopt over de jaren 1944 tot 1962.

Hierin vond ik enkele belangrijke documenten.
Allereerst een document van 24 februari 1945 waarbij de Universiteit een “Ziekenbond” voor haar personeel sticht met voor die tijd uiterst verregaande tegemoetkomingen. Merk op dat dit gebeurde tijdens de oorlog! *[1]
De voornaamste voorzieningen in deze Ziekenbond zijn de volgende:
1. Ziektekas die bijkomende toeslag en uitbetaling vanaf de eerste dag van de ziekte die langer duurt dan 8 dagen en onder behandeling van een geneesheer.
2. Sterftefonds dat 1000 fr. Uitkeert voor een overleden man, 750 fr. voor een vrouw en 300 fr. voor een kind.
3. Geneeskundige dienst die 10% toelage geeft op medicamenten, een toelage voor specialiteiten en tussenkomst bij aanschaf van een bril, krukken, aderspatkousen, breukbanden, enz..
4. Heelkundige dienst die kosteloos verblijf voorziet op een ziekenzaal, een tussenkomst op een kamer en inlichtingen door een sociaal assistente.
5. Moederkas die een verhoogde tussenkomst voorziet tot 1000 fr. Per geboorte (wettelijk was het 600 fr.), rustgeld voor de echtgenote, hetzij loontrekkend of niet, bezoek door een verpleegster aan moeder en kind.
6. Anti-teringkas die 12 maanden opname in een katholiek sanatorium voorzag, 6 tot 12 maanden in een preventorium, een vergoeding voormoeder en kind bij afwezigheid van het gezinshoofd.
7. Kankerbestrijding: de behandeling in een universitair ziekenhuis.
8. Wezenfonds: nog vast te leggen.
9. Studiefonds voor wezen: nog vast te leggen.
10. Röntgenonderzoek: jaarlijks kosteloos (wettelijk was toen niets voorzien).
11. Verpleging thuis: wit-gele kruis (wettelijk was toen niets voorzien).

Een ander document vermeldt het akkoord van de rector voor de huur van het “Huis Excelsior” aan de Dagobertstraat 49 te Leuven op 10/1/1962. Dat huis wordt het clublokaal van de Vriendenkring Excelsior. *[2]

In het archief worden ook enkele nummers bewaard van het tijdschrift “Excelsior” dat de Vriendenkring uitgaf in samenwerking met de Algemene diensten van de Universiteit. Hierin vond ik de voor onze clubmeest interessante gegevens. *[3] Het is een driemaandelijks blad dat startte in 1961 onder de titel: Personeelsblad van de Vriendenkring Excelsior der Katholieke Universiteit te Leuven..
In het eerste nummer van de eerste jaargang verschenen op 15 september 1961 vond ik een overzicht van de werking van de Vriendenkring. Dit overzicht is erg leerrijk.
Excelsior werd gesticht op 1 juli 1945 en startte echt in maart 1946 onder het moto: Steeds Hoger!
Er zijn in 1961 diverse afdelingen die werken onder het hoofdbestuur.
De medico-sociale dienst die voorziet in tussenkomsten buiten de wettelijke voorzieningen van de mutualiteit bij ziekte, ongeval, geboorte, overlijden, … Die tussenkomst is zowel financieel als moreel en kan gebeuren door het bestuur of door de sociale verpleegster, in het ziekenhuis of thuis.
De spaarkas Excelsior die 250 leden telt. De vissersclub, gesticht in 1956 en die 39 actieve leden telt. Het zangkoor.
De stichting van een vereniging voor gepensioneerden wordt aangekondigd. Er verschijnt een oproep hiervoor. De stichtingsvergadering wordt in het vooruitzicht gesteld.
Verder zijn er tal van sportafdelingen: voetbal, volleybal, tennis, zwemmen, struifspel, toneel (dat herstart in 1962), filatelisten.
Daarnaast wordt ook melding gemaakt van de werking rond het Vijverpark in Kessel-Lo, vakantiekolonie voor kinderen van het personeel (10 dagen voor de jongens en 10 dagen voor de meisjes), bezoeken aan o.a. de Gentse floraliën, enz.
Vanaf 1961 is er ook regelmatig melding van een Sinterklaasfeest, vaak in aanwezigheid van de rector.

Op 29/6/1962 werd dan de Bond voor gepensioneerden gesticht maar de vergadering waarop een bestuur verkozen wordt heeft plaats op 28 juni 1962 in het Vijverpark te Kessel-Lo.
Er blijken al spoedig activiteiten plaats te hebben: op 30 augustus 1962 wordt een bezoek gebracht aan de abdij van Averbode. De maandelijkse vergaderingen hebben plaats in de zomer in het Vijverpark en in de winter in het Excelsiorhuis aan de Dagobertstraat.
Op 19 september 1963 reizen ze naar Tongeren, Heerlen en Aken .

In het nummer 1 van de 2e jaargang, op 15/9/1962 pag. 12 en 13 wordt een verslag gegeven van de echte stichtingsvergadering. Ik citeer.
De Gepensioneerden.
Zij kwamen voor de eerste maal bijeen op 28 juni 1962 in het Vijverpark. Z.E.H. inspecteur Michils kon tot zijn grondige spijt onmogelijk tegenwoordig zijn.
Hoeveel er oppost waren? 16 op 30 asjeblief. Van de afwezigen kunnen ten minste 6 zich niet verplaatsen.
Ze wilden elkaar weerzien.

Hoe oordeelt gij over de volgende bravourstukjes?
A. Lion uit Sint)Remy-Geest, E. Verlooy uit Lier en dan nog per fiets, E. Swinnen, 89 jaar en Juffr. Daems, 80 jaar. Zij waren present. Deze laatste hoorde haar ouderdom liever in het Frans zeggen omdat het jonger klonk: quatre-vingt. Om van ouwe taaie’s te spreken!
Op de vragen of zij af en toe wensten bijeen te komen en een “Bond van de Gepensioneerden” te stichten, kaatste het antwoord spontaan terug: ja, ja!
Het uitstellen van de verkiezing van het bestuur tot een volgende vergadering werd niet nodig gevonden. Redenen: op onze ouderdom hebben we geen tijd te verliezen en zonder tam-tam spelen wij dat seffens klaar.
Inderdaad, na vijf minuten bespreking waren de functies met eenparigheid van opgestoken handen toegekend: François Moldenaers, voorzitter, Victor Spoormakers, secretaris en Maurice Brancon penningmeester.
Die aanstelling werd gekruid met pittige opmerkingen. François is de man die een speech kan afsteken, wat hij natuurlijk ontkende; Victor heeft nog een hand die zonder beven een pen hanteert;Maurice is een oud “gendarme” zodat wij gerust kunnen zijn over onze kas. – Tussenin en daarna werd een spervuur van herinneringen “uit onze tijd” uitgewisseld. Weet je nog…

Ziezo, na anderhalf uur namen de eersten afscheid. Het begon met iemand die zelf de 70 nadert en weg moest om op tijd thuis te zijn bij zijn moeder van 90. Wanneer de laatste afgestapt zijn… ha, die legden eerst een kaartje.

Allen vonden die bijeenkomst schoon en wij vonden onze “oude garde” schone mensen. De Heer gunne hun nog vele jaren.

In nummer 3 van de derde jaargang, 15 maart 1964, vond ik pag. 70-71:

Bondslied der Gepensioneerden

  1. 1.       Wij zijn nu heden met pensioen
    Men stelde ons oprust.
    Wij doen al wat wij gaarne doen,
    hetgeen ons hartje lust.
    Geregeld komen wij bijeen,
    gezellig bij elkaar;
    Wij zijn goeie vrienden ondereen.
    Zo leeft die vriendenschaar.

Refrein:        Gepensioneerden, laat ons niet klagen.
Nog schenkt de Heer ons zijn milde zonneschijn;
Geen pessimisten, maar optimisten,
die blij en moedig door het leven gaan.

  1. 2.       Zo nu en dan gaan wij op reis.
    En wel in groot getal;
    Een uitstap stelt elkeen op prijs.
    En ook een ferme knal.
    Wij houden van een koffiekrans,
    en van een bedevaart.
    Dat alles geeft het leven glans
    en maakt het overwaard.
     
  2. 3.       Al valt de last der jaren zwaar
    en lijkt de toekomst zwart.
    Wij lachen zorgen weg voorwaar,
    met ons nog jeugdig hart.
    En kampen wij met tegenspoed
    Gaat alles niet naar wens,
    Wij nemen ’t op met licht gemoed,
    zoals een christen mens.

Er wordt vermeld dat het lied gezongen wordt op de wijs van “Die mooie molen”. Maar men doet een oproep om een eigen passende melodie te toondichten.
In nummer 4, op 15 juni 1964, wordt vermeld dat Victor Schollaert, gewezen muziekleraar en zelf ook inmiddels gepensioneerd, aangepaste muziek toondichtte. Op 24 maart werd de nieuwe melodie aangeleerd. Maar van die muziek kon ik niets terug vinden.

Jos Dewinter

*[1] Archief K.U.Leuven, Fonds Rector Van Weayenbergh, nr. 10143.

*[2] Archief K.U.Leuven, Fonds Rector Van Waeyenbergh, nr. 10159.

*[3] ArchiefK.U.Leuven, Excelsior nr. 00259.

Palliatieve zorg

Palliatieve zorg


Op 19 oktober 2010 gaf prof. dr. Johan Menten voor onze senioren een ongemeen boeiende voordracht over palliatieve zorg. Een positief en troostend verhaal over streven naar een leven vol kwaliteit en een bemoedigend heengaan.

We vonden het absoluut nuttig om zijn verhaal mee te delen aan al onze senioren. We brengen zijn tekst in twee delen; hier deel één.

Prof. Menten is radiotherapeut-oncoloog en coördinator Palliatieve Zorg UZ Leuven en buitengewoon hoogleraar K.U.Leuven

1. Inleiding

De nieuwsmedia hadden  heter de laatste tijd nogal eens over: heel wat mensen zijn bezorgd overAfbeelding verwijderd. de kwaliteit van hun levenseinde. De kranten brengen uitgebreide berichtgeving over het heengaan van bekende personen: Hugo Claus, Tuur Vanwallendaele, Harry Mulisch... We kennen niet altijd de juiste omstandigheden. Toch doet deze vorm van levensbeëindiging ons nadenken. En meer en meer zijn we ervan overtuigd dat we inspraak willen hebben in wat met ons gebeurt als het levenseinde in zicht is. Euthanasie is niet de enige mogelijkheid. Uit de media krijgen we een onvolledig en vaak onjuist beeld over ziek zijn en doodgaan. Steeds meer wordt duidelijk dat in overleg met de behandelende arts meer mogelijk is dan doodgaan na ondraaglijk lijden.

Prof. Johan Menten is specialist ter zake. Hij is radiotherapeut-oncoloog in de UZ Leuven en heeft zich gespecialiseerd in de behandeling van tumoren in hersenen en ruggenmerg. Hij werd ook de behandelende bestralingsarts van kinderen met kanker. Hij is coördinator van de Palliatieve Zorg in de Universitaire Ziekenhuizen, lid van de Medische Ethische Commissie van de faculteit Geneeskunde en lid van de Medische Raad in UZ Leuven. Hij is betrokken bij heel wat Europese Onderzoeksprojecten rond kanker en palliatieve zorg. Stichtend lid en voorzitter van de Onderzoeksgroep Palliatieve Zorg binnen de Vlaamse Federatie Palliatieve Zorg. Hij publiceerde bij Acco , samen met Prof. Van Orshoven. Palliatieve Zorg, Stervensbegeleiding en Rouwbegeleiding (1996, herwerkte uitgaven in 2000 en 2004), een boek over pijn en symptoomcontrole, ook over de voordelen van palliatieve thuiszorg.

Hij schreef eveneens samen met het palliatief support team UZ Leuven : “Praktische zorg in de praktijk”. Zakboekje voor hulpverleners (eerste druk 2008, eerst herwerkte uitgave in 2009) .

2. Als genezen niet meer kan: verheldering van terminologie

Wat weten de patiënt en zijn familie (uit de media) 

De geboorte van een kind, dat zelf zich hiervan niet bewust is, wordt familiaal gevierd. Over doodgaan, het andere eind van het leven, hangt nog altijd een taboe. Men wil doodgaan liefst niet al te bewust meemaken. Wij spreken er ook met elkaar niet of nauwelijks over. Wij willen zelfs niet ouder worden omdat die leeftijd geassocieerd wordt met typische ziekten en ongemakken. Acute ziekten als kanker, ALS, dementie: wij willen er niet aan denken dat het ons ook zou kunnen overkomen. Toch is het ook mogelijk om ouder te worden en toch gelukkig te zijn, net zoals kinderen die terminaal zijn door ziekte, ongelooflijk veel levenswijsheid kunnen meegeven ...ja zelfs een steun kunnen zijn voor hun rouwende ouders.

De media vergroten sommige situaties ongeproportioneerd uit of gebruiken verkeerde terminologie verkeerd waardoor de bevolking niet juist wordt geïnformeerd. In de eerste plaats zouden we moeten beseffen dat wij allemaal doodgaan. Wij kunnen ons daar ofwel op voorbereiden ofwel doen alsof het ons niet zal gebeuren. Daarbij komt dat er wel een aardig stukje taalverwarring in omloop is. Palliatieve zorg is niet hetzelfde als terminale zorg of euthanasie, en euthanasie is niet de passe-partout zoals het soms wordt voorgesteld. Het is belangrijk de juiste inhoud van de begrippen beter te leren kennen en ons zo voor te bereiden op welke manier wij kijken naar ons eigen levenseinde, naar de zorg die we dan wel of niet wensen en de therapie die we dan wel of niet wensen. Misverstanden kunnen verantwoordelijk zijn voor veel onnodige angst. Sommige zieken willen juist spreken over hun ziekte, anderen willen er niets van horen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is het stopzetten van zinloos geworden behandeling geen euthanasie. Immers het verder eindeloos rekken van leven dat geen leven meer is (soms ook medisch hardnekkig handelen genoemd') moeten we aanzien als 'onethisch handelen'. De inzet van middelen staat dan immers niet meer in verhouding tot de te verwachten uitkomst…

Enkele begrippen kunnen alvast enige verheldering brengen. Om te beginnen: er zijn patiënten die genezen.(cfr. borstkanker). Na het vaststellen van de ziekte ('diagnose') volgt een curatieve therapie om te genezen, waarbij er ook reeds aandacht moet zijn voor pijn- en symptoomcontrole. Blijkt dat de ziekte terugkomt of dat bij andere diagnoses de ziekte van meet af aan niet geneesbaar is (vb. sommige kwaadaardige tumoren in de hersenen), dan behandelt men de ziekte om ze zolang mogelijk te stabiliseren om de levenskwaliteit zo lang mogelijk zo goed mogelijk te houden. Dit noemt men palliatieve therapie. Wanneer de ziekte niet meer reageert op de behandeling of de nevenwerkingen van de behandeling de levenskwaliteit méér verstoren dan de ziekte zelf (er zijn dus meer nadelen dan voordelen aan de therapie) dan zou men deze palliatieve therapie beter op tijd stoppen en dan komt de patiënt in de fase van de palliatieve zorg waarbij er geen ziektebehandeling meer gebeurt maar wel intensieve behandeling van pijn en andere hinderlijke symptomen. Pijn en symptoomcontrole worden in realiteit nog te vaak uitgesteld totdat de therapie gestaakt wordt. Het zou beter zijn om pijn- en symptoomcontrole als een normaal onderdeel van iedere fase van behandeling (curatieve therapie, palliatieve therapie, palliatieve zorg en terminale zorg) te beschouwen.

Zolang er curatieve of palliatieve therapie gegeven wordt is er hoop. Ondanks het feit dat geneeskunde reeds veel kan (de media zorgen ervoor dat er zelfs onrealistisch hoge verwachtingen gekoesterd worden), zal er zich toch ooit een niet meer geneesbare situatie aanmelden…wat vaak paniek veroorzaakt bij mensen die daar nooit hebben bij stilgestaan. Met de eindigheid in zicht, heeft menig patiënt het wel eens moeilijk. Niet iedereen is voldoende voorbereid of kan met deze situatie omgaan. Uit de praktijk durf ik stellen dat hoe slechter we erop voorbereid zijn, hoe moeilijker deze fase wordt beleefd.

Patiënten ervaren deze situatie vaak als "ze hebben mij opgegeven, ze doen niets meer aan mij, ik kan enkel wachten op mijn einde, dit is zinloos….". Op deze moeilijke momenten krijgt menig patiënt het goed bedoelde advies om een 2° of 3° opinie te vragen tot een dokter nog iets wil proberen. Ontslag vanuit het ziekenhuis (dat niets meer zinvol kan doen voor de ziekte) om thuis nog zolang mogelijk samen te zijn en samen te leven, wordt soms moeilijk aanvaard. Men wil soms de familie niet “tot last” zijn terwijl de familie wél zorgzaam aanwezig wil zijn. Palliatieve zorg is dan deze patiënt en zijn familie begeleiden en samen zoeken naar wat voor deze patiënt en zijn familie de best haalbare zorg zal zijn. Er is heel dikwijls nog echt zinvol leven mogelijk buiten het ziekenhuis met familie, buren en vrienden. . .

3. Van paternalisme naar autonomie… of naar dialoog?

Op dit ogenblik noteren we een slingerbeweging binnen de bio-ethiek: de verhouding hulpverlener - patiënt evolueert van een paternalistisch model (de dokter weet wat het beste is -> “doe maar wat ge denkt dat nodig is”) naar een autonomiemodel (“dokter, het is mijn leven en ik beslis dat …”). De vraag stelt zich of we beide modellen niet moeten vervangen door een model van beslissen in dialoog, enerzijds luisteren naar de wensen, noden van de patiënt en anderzijds naar de mogelijkheden of beperking die de geneeskunde heeft. 
'Ongeneesbaar' is dus verschillend van 'onbehandelbaar'. Overdreven fatalisme leidt tot onderbehandeling maar overdreven optimisme leidt tot therapeutische hardnekkigheid.

Beslissende factoren hierin zijn:
- het ziekte-inzicht van de artsen
- de kennis van het natuurlijke verloop
- de kennis van de therapeutische mogelijkheden. Dokters moeten samen met de patiënt zorgvuldig afwegen welk nut de palliatieve therapie nog kan hebben en of dit tegemoet komt aan de wensen van de patiënt. Een correct inschatten van het natuurlijk ziekteverloop en de therapeutische mogelijkheden door de patiënt, de artsen, de familie; de zorgverleners is ontzettend belangrijk. Doorslaggevend is de motivatie: 'wat wil ik nog realiseren in mijn leven?' En soms kan de zieke iedereen verrassen omdat hij/zij nog absoluut iets wil meemaken: de geboorte van een kleinkind, een huwelijksverjaardag…. Uitzonderlijk kan ultieme palliatieve (radio)therapie wel verantwoord zijn, bijv. wanneer de tumor drukt op het ruggenmerg.

De patiënt heeft het recht goed geïnformeerd te worden en kan zo samen met de dokter en andere hulpverleners beslissen over hoe het verder moet. Patiënten kunnen zelfs naar huis gaan om in de intimiteit van de familie de laatste dagen door te brengen en te sterven. Thuis kan de zieke soms gemakkelijker bezoek ontvangen …maar de bezoeker is bang, weet niet wat te zeggen…heeft niet geleerd hoe met deze situatie om te gaan. Maar de bezoeker moet niet veel zeggen, maak gewoon tijd om even, soms gewoon zwijgend, de zieke nabij te zijn. We kunnen immers enorm veel DOEN door er gewoon even te ZIJN. Het geeft aan dat we de zieke nog de moeite waard vinden om er tijd voor te maken. De zieke zelf zal wel aangeven of hij wil spreken en waarover hij wil spreken…. Hoe vaak zoeken en vinden wij uitvluchten om niet op bezoek te moeten gaan?

4. Palliatieve en terminale zorg

Palliatieve zorg streeft naar een kwaliteitsvol leven zolang als mogelijk, terminale zorg streeft naar een goede dood.
Goede palliatieve, terminale zorg vereist deskundige hulpverleners. Op dit ogenblik is er een gunstige evolutie te bespeuren. Steeds meer artsen melden kanker- en niet-kankerpatiënten voor palliatieve/terminale zorg aan. De toenemende aandacht voor vroegtijdige zorgplanning weerspiegelt de wens om de kwaliteit van de laatste levensfase en het sterven te verbeteren.

Op dit ogenblik is men het eens met de "shared priorities for the end-of-life period." Niet iedere dood is een goede dood. De toenemende aandacht voor vroegtijdige zorgplanning weerspiegelt de wens om de kwaliteit van de laatste levensfase en het sterven te verbeteren. In dit verband is het nuttig dat iedereen op de hoogte zou zijn van het recht om bepaalde therapieën te weigeren. Er bestaan mogelijkheden om therapie-afspraken te maken met de arts, in ziekenhuizen heeft men code van therapiebeperkingen waarop aangetekend wordt, liefst in overleg met de patiënt, de familie, de andere hulpverleners, wat men nog wel of niet wenst te doen. Zo kan men bij voorbeeld uitdrukkelijk afspreken om niet gereanimeerd te worden in geval van hart- en of ademhalingsstilstand. Je kan bijv. vragen om niet eindeloos behandeld te worden in de situatie van een onomkeerbaar coma, je kan de wens uitspreken om thuis te sterven, om niet meer via spoedgevallen opnieuw in het ziekenhuis te belanden enz. Deze afspraken kunnen steeds op eender welk moment herzien worden wanneer de situatie verandert of wanneer de patiënt dat zou willen. Belangrijk is dat met de patiënt zin en onzin van alles bespreekbaar kan worden. De patiënt kan deze wensen ook mondeling aan de (huis)arts te kennen geven op onverdachte momenten voor “als zich ooit deze of gene situatie voordoet Dr, dan…” Spreek dus tijdig uit wat je wil of niet meer wil. Wacht niet op elkaar ….

Belangrijke aandachtspunten van de patiënten om te komen tot een goede dood zijn:

-        tijd met familie en vrienden
-        pijncontrole
-        comfortabele ademhaling
-        waardigheid en (zelf)respect
-        vrede hebben met de komende dood
-        menselijke benadering
-        vermijden van spanning voor/door naasten
-        vermijden van kunstmatige levensondersteuning
-        afscheid kunnen nemen   -        continent zijn
-        geen angst voor het sterven
-        een lach en een glimlach
-        dekking van de ziektekosten
-        controle over de situatie
-        beschikbaarheid van middelen om de dood te bespoedigen
-        bezoek van spirituele zorgverlener
-        begrafenis geregeld 

5. Grenzen definiëren…

Op dit ogenblik is de medische wereld meer en meer overtuigd dat er grenzen zijn aan het therapeutisch zinvol handelen en dat het stopzetten van de therapie soms de beste palliatieve houding is. Bij levensbedreigende complicaties (afklemmen van de urineleiders of galwegen, te hoog calciumgehalte in het bloed...) kan dit het geval zijn. “Niets doen” leidt dan zeer dikwijls op natuurlijke wijze tot een serene goede dood, de natuur is dikwijls veel milder zonder dan met geneeskundig interventie. Maar hulpverleners moeten deskundig beschikbaar zijn als de natuur onvoldoende mild is om te corrigeren wat hinderlijk is voor de patiënt.
Wanneer een patiënt voor zichzelf heeft uitgemaakt: "Ik ga naar huis, ik wil mijn zaken regelen en dan zachtjes heengaan..." betekent dit "Ik heb mijn beslissing genomen. Ik wil een vredige dood, zo wil ik inslapen." Noch de dokter, noch de familie hebben het recht om hier tegen in te gaan. Van de huisarts, de specialisten wordt dan alleen nog verwacht dat zij in waarheid en ondersteunend aanwezig zullen zijn.

6. Wetenschappelijk onderzoek

Ook in de palliatieve zorg moeten we wetenschappelijk onderzoek doen om de zorg te verbeteren.

We weten nu dat morfine en zijn analogen, wanneer ze worden gebruikt volgens de regels, het leven niet verkorten maar wel eerder verlengen waardoor de angst voor levensverkortende effecten niet meer moet aanwezig zijn om tijdig pijncontrole te vragen. Onderzoek bij terminale kankerpatiënten in Vlaanderen heeft ook aangetoond dat 70% van de patiënten slaapt in de laatste 24 u , dit staat in schril contrast wat de volksmond weet (meent te weten)  over sterven van kankerpatiënten. Onderzoek toont aan dat 85 à 92% van de patiënten met Amyotrofe lateraal Sclerose (ALS) comfortabel sterft terwijl veel hulpverleners en burgers daar een heel ander idee over hebben. Leuvense onderzoekers hebben in een gerandomiseerde studie aangetoond dat een luidruchtige, voor de omgeving  storende ademhaling, met 3 verschillende medicamenten even goed kan behandeld worden op voorwaarde dat men er tijdig mee begint en ononderbroken mee doorgaat tot op het moment van overlijden.

Besluit: Palliatieve zorg is meer dan het toedienen van pijnstillers en het doen van pijn- en symptoomcontrole. Het is een zorghouding, een attitude, waarin ook de sociale, de psychologische en de spirituele factoren belangrijk geworden zijn naast de zuiver medische aspecten om nog echt te leven.
Wie echt in de terminale fase naar de zieke en zijn familie luistert, wie meeleeft met hun vraag en samen zoekt naar antwoorden op vragen als "wat voor zin heeft het nog allemaal?", wie hen helpt om terug te kijken op het leven, wie als familie, buur of hulpverlener het engagement aangaat: "wij zullen er zijn voor jou" neemt een buitengewoon belangrijk menselijk maar ook spirituele taak op zich: het leven helpen afronden, de zieke gewoon nabij zijn… helpt mensen om sereen, waardig en in vrede te sterven.

Boek: Menten, J., Vanorshoven, A. (2004). Palliatieve Zorg, stervensbegeleiding, rouwbegeleiding. Acco.

prof. Johan Menten (ingediend door PB, 4 januari 2011)

Noteer: de power point presentatie die prf. Menten tijdens zijn uiteenzetting toonde, is in elektronische versie verkrijgbaar op ons seniorensecretariaat

Paul Bessemans