Overslaan en naar de inhoud gaan
Culturele activiteiten

Bezoek aan het Omroepmuseum VRT

Datum activiteit

Culturele activiteit van de  maand december: Bezoek aan het Omroepmuseum VRT

Twee rondleidingen op maandag 2/12 om 10u25 en om 14u25 (telkens maximum 30 personen)

Afspraak in Het Radiohuis, Boekhandelsstraat 2 (zij-ingang van het Leuvense stadhuis, waar ook VRT huist).

Voorafgaande inschrijving en betaling van 6 euro per persoon, met vermelding van je clubnummer + ‘VRT’, en het voorkeuruur. (Noteer: als je voorkeuruur niet kan ingepland worden krijg je een bericht van ons secretariaat). 

Het Omroepmuseum verzamelt en beheert een unieke collectie van apparatuur waarmee op een professionele manier radio en TV gemaakt werd. We worden ontvangen om 14u30 met koffie en versnapering. Dan bezoeken we de tentoonstelling 100 jaar Radio, en aansluitend het museumdepot. Daar staat productieapparatuur uit de radiostudio’s waarmee ook enkele demonstraties gegeven worden.  De radiotechnologie, de productieapparatuur, de studio's, de radiotoestellen én de luisteraars... ze zijn sedert de eerste uitzending ruim 100 jaar geleden spectaculair geëvolueerd.

Op de interactieve tentoonstelling 100 Jaar Radio van de VRT maak je een boeiende reis door de radiogeschiedenis. Blikvanger is onder meer de oude Studio 38 uit de Flagey-periode.

Zo zie je hoe radio in het analoge tijdperk gemaakt werd. We worden gegidst door oud-medewerkers van de VRT.

Meer info: www.omroepmuseum.be.

Paul Bessemans, 27 augustus 2019

Expo Dalí & Magritte

Datum activiteit

Culturele activiteit van de maand november: Expo Dalí & Magritte,
twee iconen van het surrealisme in dialoog

Vrijdag 15 november om 10 uur in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel 

Voorafgaande inschrijving en betaling van 14 euro per persoon, met vermelding van je lidnummer + ‘expo DM’.

Maximum 20 deelnemers. Bij voldoende belangstelling kan een tweede bezoek gepland worden. Vooraf koop je je treinticket naar Brussel. We ontmoeten mekaar omstreeks 8u45 in het Leuvense NMBS-station. Om 9u04 nemen we de trein, richting Kortrijk, tot Brussel-Centraal.  

De tentoonstelling Dalí & Magritte wordt georganiseerd door de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in samenwerking met het Dalí Museum (St. Petersburg, Florida), de Gala-Salvador Dalí Foundation en de Magritte Foundation. Meer dan 40 internationale musea en privéverzamelingen hebben hun meesterwerken uitgeleend voor deze unieke tentoonstelling. 

Voor het eerst worden de verhoudingen en invloeden tussen de twee grootste iconen van het surrealisme belicht.

Salvador Dalí en René Magritte ontmoeten elkaar in het voorjaar van 1929 in Parijs, in het bijzijn van de grote namen van de artistieke avant-garde. In augustus van datzelfde jaar reist Magritte op uitnodiging van Dalí naar Cadaqués, de thuishaven van de Spaanse schilder. Deze surrealistische zomer - ook Éluard, Miró en Buñuel maken deel uit van het gezelschap - zal beslissend blijken te zijn.

Dalí en Magritte wijdden hun carrières aan het uitdagen van de werkelijkheid, het betwisten van onze blik en het omgooien van onze zekerheden. Ondanks hun zeer uiteenlopende creaties en persoonlijkheden – die er uiteindelijk voor zullen zorgen dat hun wegen scheidden – bestaat er een fascinerend verwantschap tussen de Catalaan en de Belg.

De tentoonstelling werpt licht op de persoonlijke, filosofische en esthetische relatie van de iconische kunstenaars aan de hand van meer dan 80 schilderijen, sculpturen, foto's, tekeningen, films en archiefstukken.

Meer info: www.fine-arts-museum.be/nl/tentoonstellingen/dali-magritte

 

Paul Bessemans, 27 augustus 2019

Bezoek aan het Antwerpse havengebied

Datum activiteit

Culturele activiteit van de maand oktober: Gegidst bezoek aan het Antwerpse havengebied

Zaterdag 12 oktober

 

Touringcar voor 50 personen

Vertrek  om 8 uur aan de stelplaats van De Lijn nabij het station, Vuurkruisenlaan.

 

Voorafgaande inschrijving en betaling van 12 euro per persoon, met vermelding van je lidnummer + ‘havenrondrit’

 

Het Antwerpse havengebied is een van de meest uitgestrekte industriezones van de Benelux, maar het zijn vooral de enorme havendokken en het grootste sluizencomplex ter wereld die de show stelen op deze rondrit. Een met de haven vertrouwde gids maakt je wegwijs in de revolutionaire wereld van de containers en verheldert verbazende feiten en cijfers.Afbeelding verwijderd.

 

Er is ook aandacht voor het ongekende verleden en de ambitieuze toekomstdromen. Zo krijg je het boeiende verhaal van de Napoleontische dokken, de landverhuizers van de Red Star Line, de Antwerpse naties, de stille getuigen van de verdwenen polderdorpen, de uitbreidingsplannen en de uitdieping van de Schelde, de levensader voor onze bruisende wereldhaven.

 

Om 9 uur nemen we aan de Scheldekaai 19 de gids aan boord voor een rondrit van 2 uren. We verwachten terug in Leuven te zijn omstreeks 12 uur.

 

Busroute: Scheldekaaien - Loodswezen - Oude Haven - Fruithaven - Kerkschip - Berendrechtsluis - Petroleumhaven - Oosterweel - Hogere Zeevaartschool.

 

Paul Bessemans, 12 06 2019

Culinaire verhaaltjes van Frans Rombouts

Culinaire verhaaltjes van Frans Rombouts


Damast of papier?

Het aanstaande koppel zat er stralend bij. En ja, ze hadden geluk: op de datum voor hun trouwfeest was de zaal nog vrij. Ze doorbladerden het fotoboek van de feestzaal en zagen zichzelf al in gedachten de bruidstaart aansnijden, hand in hand. Ook de twee moeders, of schoonmoeders in spe, zo je wil,  bladerden mee. De vaders/schoonvaders zaten erbij zoals van hen betaamd wordt: op een afstandje en stilzwijgend.

Hert was niet makkelijk voor de kokkin om een eenduidige beslissing over het menu te krijgen. Dit waren duidelijk twee families met héél uiteenlopende culinaire tradities. Waar de ene dame kreeft wilde, had de andere liever maatjesharing. Niet enkel de tradities op vlak van gastronomie waren erg verschillend, ook de kijk op de financies waren blijkbaar sterk uiteenlopend. De zoon van de kokkin deed zijn best om de discussies te volgen en de moeizame beslissingen in zijn laptop te steken. Met frequent gebruik van de delete-toets.

Schoonmoeder A bekeek die goedkeurend, maar schoonmoeder B fronste haar wenkbrauwen. “En als we de servetten en tafelkleedjes nu eens vervangen door papier? In onze familie gebruiken we altijd papier. Veel milieuvriendelijker. Hoeveel prijsverschil maakt dat dan?”, vroeg B. De ogen van A schoten bliksemschichten.

De mensen van de feestzaal bleven er heel kalm bij. Ze waren duidelijk heel wat gewend. Nog niet zo lang geleden vroegen de twee families twee volledig verschillende, en financieel sterk uiteenlopende menu’s. Gelukkig konden ze, weliswaar met veel diplomatie, de families op andere gedachten brengen.
Want ziet u het al gebeuren? De ceremoniemeester nodigt met veel protocol de gasten ten tafel. De familie van de bruid aan de tafels met het zilveren bestek, het linnen van damast en een prachtig ‘milieu de table’ met fantastische bloemen. En de familie van de bruidegom aan de tafels met het wegwerp campingbestek, de papieren servetten en de plastic bloemen…

“We kennen dat soort,” zei de kokkin me achteraf. “Vanaf het moment dat het drankenforfait stopt en er per consumptie afgerekend moet worden, zal het feest vlug afgelopen zijn…”


Kurk

We zaten in een druk beklante brasserie. De kelners liepen af en aan en de gerechten zagen er goed uit. Ons oog viel op een Montepulciano d’Abruzzo, een Italiaanse DOC-wijn uit Umbrië. We waren nog maar een paar dagen voordien op een workshop over Italiaanse wijnen geweest, en het lag nog vers in ons geheugen: donker robijnrode kleur, complexe en volle geur, rijpe kersen, rode en zwarte bessen, viooltjes, vanille en chocolade en zelfs een snuifje tabak. Perfect voor bij onze kalfsschenkel. Bovendien kwam deze wijn uit de Colline Teramane. Beter kon niet, en daar gingen we voor!

De fles werd door onze kelner geopend zoals het hoort, hoewel de jongen alle kentekenen van een jobstudent vertoonde. Zijn witte hemd en zwarte broek had hij waarschijnlijk geleend van zijn vader of grootvader, die duidelijk al veel van het ‘goede leven’ genoten had en dientengevolge omvangrijker was dan hijzelf. Zijn schoeisel, daarentegen, was wel hem: onvervalste lichtblauwe baskets. Nu ja, zelfs in een klassezaak doe je kilometers en de zwarte schoenen van (groot)vader zullen waarschijnlijk te klein geweest zijn…

Hij liet me proeven. Eigenlijk was dat al niet meer nodig: dat de wijn muf was kon je meters ver ruiken. Géén rijpe kersen, vanille of chocolade, maar wel een overweldigende smaak van Tunesische kurkeik. De kelner wist niet wat er gebeurde toen ik hem zei dat de wijn een kurksmaak had. Deze situatie was blijkbaar in zijn spoedcursus wijnkunde niet voorzien. Ik suggereerde hem voorzichtig om de wijn eens te laten proeven door ‘de baas’. De jongen nam de fles en mijn glas mee, deponeerde de fles op de bar en verdween met het glas in de keuken. Hij kwam terug en zei dat de baas “niets verkeerds proefde”. Maar deze poging om mijn zelfvertrouwen te doen wankelen mislukte en er kwam een andere fles, deze keer een goede.

Ondertussen waren er twee wat oudere gasten aan een tafel naast ons komen zitten. Ze hadden graag een glas wijn bij hun eten, zij rosé en hij rood. De kelner liep naar de bar en met de rug naar de zaal vulde hij een glas met rosé (uit zo’n grote tweeliterfles) en eentje met rode wijn... uit onze eerste fles! Niemand heeft iets gezien, zo dacht hij waarschijnlijk. Maar hij vergat wel dat er spiegels achter de bar hingen…

En de gast naast ons? Die zei aan de kelner dat de wijn een kurksmaak had...


¡Madre de Dios!

Volgens het bord buiten waren er in dit restaurant ook kindermenu’s. Er waren twee kleine kinderen in ons gezelschap: perfect dus.We hadden Spaanse vrienden op bezoek, en gingen binnen.

De zaak bestond reeds heel lang, en binnen zag ze er nog uit zoals op de openingsdag. Binnenhuisarchitecten zouden hier een mooie kluif aan hebben. Maar in het boerendorp, waar wij waren, is een goed en goedgevuld bord veel belangrijker dan wat er tegen de muur hangt. En deze zaak had op dat vlak een goede reputatie. Alleszins toch tot wij er kwamen.

Een dame op leeftijd nam onze bestelling op. De routine zat er duidelijk niet in. Was ze de moeder of misschien wel grootmoeder van de eigenaar? Of een buurvrouw die komt helpen als het wat druk wordt? In elk geval, deze dame was wel vol goede wil, maar de kaart had ze blijkbaar nog niet gelezen. Alles wat we bestelden, schreef ze nauwgezet op, waarbij ze de bestelling daarna nog eens controleerde met wat op de kaart gedrukt stond. Zo moeten de middeleeuwse monniken de manuscripten ook gekopieerd hebben…
Eén zaak is zeker: op die manier konden er nooit fouten in de bestelling sluipen.

Buiten liep de temperatuur tegen het vriespunt aan, warme soep zou dus deugd doen. En er stond witloofsoep op de kaart. We bestelden ze. En de twee kinderen in ons gezelschap gingen voor het kindermenu: kip met appelmoes, of wat dacht u?

Van het voorgerecht had niemand te klagen. Hoewel… Onze soep was zo koud net als het –bijna bevroren- water in het vijvertje buiten. Dit was de eerste maal dat we witloofsoep als gazpacho kregen!
Geen probleem. De bomma van de bediening zou het oplossen: ze nam de borden mee naar de keuken, en een paar minuten later hoorden we de biepbiepbiep van de magnetron, en daar kwam onze soep, warm dampend. Lekker was ze wél.

En toen kwamen de twee halve kippen. Bomma zette de borden voor de kinderen en zei tegen de mama: “Als de kip niet meer lekker is, moet je het maar zeggen.” We konden onze oren niet geloven, tenminste diegenen die het plaatselijke dialect verstonden.
De twee ukkies waren nog niet erg bedreven met mes en vork, dus haalden hun moeders het vlees van de beentjes. Of tenminste, ze probeerde. ‘Vlees’ was wel een groot woord voor de donkerbruine uitgedroogde strengen vezels die aan het been vastzaten. Het was niet los te krijgen, net zoals in die reclame voor de lijm waarmee je een belastinginspecteur aan het plafond kan plakken. Zou dit vlees vijf of zes maal in de warmeluchtoven opgewarmd zijn? Taaier kon niet meer. Dat gaf ook bomma toe.

En toen gebeurde het wonder: in de keuken barstte een verbaal onweer los, en geen vijf minuten later kwamen er opnieuw twee halve kippen, nu wél perfect gegaard en zeer lekker.

En toen sprak onze Spaanse tafelgenoot de gevleugelde woorden: “¡Madre de Dios!”


Stoofpotje met witloof

Het zag er allemaal veelbelovend uit. Via een boomgaard kwam je aan de zaak, een vroegere boerderij. We hadden de keuze tussen het restaurant, dat in vroeger tijden om zijn kreeftendiners grote naam gemaakt had, en de brasserie in de verbouwde schuur. We kozen voor het laatste, een echte brasserie met prachtig dakgebinte, een knetterend haardvuur en bedrijvige zwart/witte kelners met lange schorten.
Naast de kaart was er ook een dagmenu: een stoofpotje met witloof. Dit sprak mijn twee tafelgenoten wel aan, maar ik ging voor de steak tartaar van de kaart.

Wat wij daarbij wilden drinken, vroeg onze kelner. Een wijntje, misschien? En welke wijn wij gewenst hadden? Een beetje moeilijk om kiezen, zonder wijnkaart. Hij verstond mijn probleem onmiddellijk en rende om de kaart. Daar stond een fles 100 percent malbec uit Argentinië op tegen een meer dan redelijke prijs, een goede keuze zou achteraf blijken.

De voorgerechten arriveerden: voor mijn tafelgenoten een lauw slaatje met een kippenspiesje, lekker naar het scheen, en voor mij een garnaalkroket mét garnalen erin… Dat zie je ook niet altijd.

Het hoofdgerecht wekte dan ook grote verwachtingen. Als ik wou, kon ik mijn steak tartaar zelf mengen, maar ik liet de eer aan de chef. Hij was mooi vers gehakt (de steak, uiteraard). En de frietjes waren mooi krokant gebakken. Perfect.

Aan de andere kant van de tafel waren er evenwel geen lofbetuigingen voor de chef. Het vlees in het stoofpotje was taai, niet te kauwen eigenlijk, en het gestoofde witloof was praktisch nog rauw. Die borden bleven dan ook meer dan halfvol. Een andere kelner, dit keer een jongedame –de shift van ‘onze’ kelner zat er blijkbaar op- kwam vragen of alles naar wens was. Eigenlijk niet, zeiden mijn twee tafeldames in koor, en ze legden uit waarom. De kelner verdween in de keuken en kwam een paar minuutjes later terug. Ze dreunde het recept van het stoofpotje op: eerst was het vlees aangebakken in boter met sjalotjes, dan gesmoord in rode wijn, etc. etc. etc. Heel sympathiek van haar, maar toch was het vlees taai. We wilden haar niet al te veel in verlegenheid en vroegen of de chef misschien even zelf kon komen. De service zat er toch bijna op. Dan zouden we hem zeker zeggen dat de voorgerechten lekker waren, maar dat zijn stoofpotjes tegengevallen waren. Reactie: ik zal het hem zeggen.

De chef hebben we nooit gezien, de rekening wel.


Frans Rombouts, 5 september 2018

Voordrachten 2000 - 2017

Voordrachten 2000 - 2017


In 18 jaar werden exact 80 voordrachten gebracht, hierbij de inventaris ervan.

  1. 10 2000        Jef Vanwingh : Gevangen in België
  2. 12 2000        Insp. Christina Goderis : buurtpreventie en veiligheid
  3. 11 2000        prof Mark Eyskens : Tussen samenleving en samenloosheid,
  4. 01 2001        Kurt Verdonck : inbraakpreventie
  5. 04 2001        Jaak Van Outryve : Biotechnologie
  6. 10 2002        dr Herman Baeyens : Palliatieve zorgen
  7. 11 2002        Willy Kuypers : hoe evolueert Vlaanderen binnen Europa
  8. 01 2003        Ere-rector Dillemans : de gezondheidszorg in/van de toekomst
  9. 04 2003        Notaris Kuypers : Erfenisrecht
  10. 09 2003        prof. René Dom : Alzheimer en Parkinson
  11. 10 2003        Rik Uytterhoeven : Vlaamse begijnhoven, Unesco-werelderfgoed
  12. 11 2003        Jef Iliaens : Poverello
  13. 01 2004        Guy Goris : Evoluties in de islamistische wereld )
  14. 02 2004        Prof Luc Vanhees : Sport en derde leeftijd )
  15. 03 2004        Els De Temmerman : Afrika en kindsoldaten in Oeganda
  16. 05 2004        Myriam Roosen : Gezonde voeding voor senioren
  17. 09 2004        Prof Alfons Vansteenwegen : Liefde is een werkwoord
  18. 10 2004        Prof Johan Leman : Noodzakelijke dialoog Islam en Christendom
  19. 12 2004        Drs Kurt Martens : De paus en zijn entourage
  20. 01 2005        Prof. Vic Goedseels : De toekomstige site SR/SP
  21. 02 2005        Louis Verbeeck : Achter de muren van Leuven-Centraal
  22. 03 2005        Dirk Demuynck: Overgang naar het rusthuis
  23. 11 2005        Minister Bruno Tobback: Over ons pensioenstelsel
  24. 01 2006        Jos Swinnen: Artsen zonder vakantie
  25. 10 2005        Dr Dirk Van Duppen: de farma-industrie
  26. 11 2005        Marie Scheirlinck: Observatiemissie in Palestina
  27. 11 2005        Willy Claes: De plaats van Europa in de wereld van morgen
  28. 02 2006        Hubert Van Hellemont: Onderhoudsplicht bij rusthuisopname
  29. 03 2006        Louis Tobback: Leuven vandaag en morgen
  30. 10 2006        Gust Lauwereys: Siddartha
  31. 11 2006        Jan Ceuleers: Had Tony Mary gelijk?
  32. 12 2006        Myriam Roosen: Voeding met iétsje meer
  33. 01 2007        Prof. Manu Keirse: Patiëntenrechten in de praktijk
  34. 03 2007        Rector Marc Vervenne: De rol v/d universiteit In de samenleving
  35. 10 2007        de Van der Ginst: Palliatieve zorg en euthanasie
  36. 11 2007        prof. Jan Dequeker: (Verzet je tegen) artrose
  37. 12 2007        Ir. Jos van Lierop: De restauratie van de centrale bib.
  38. 01 2008        prof. Jan Kerkhofs: Christendom en Islam
  39. 02 2008        prof. Koen Debackere: Universiteit en innovatie.
  40. 11 2008        prof. Stefaan Top: Volkskundig cocktail
  41. 01 2009        prof. Van Cleemput: Chronisch hartfalen
  42. 02 2009        prof. Alfons Vansteenwegen: Als liefde zoveel jaren kan duren
  43. 03 2009        Ingrid Vleugels: Inbraakpreventie
  44. 03 2009        prof. Jan Kerkhofs: Europa en Europese waarden
  45. 05 2009        Dr An Bogaerts: Er beweegt iets bij 60-plussers
  46. 10 2009        Mark Eyskens: De politieke actualiteit
  47. 11 2009        Myriam Roosen: Eten is weten
  48. 12 2009        prof. Top: Het kerstgebeuren
  49. 02 2010        prof Pillen: Humor en ernst in de geneeskunde
  50. 03 2010        Willy Kuypers: Europa gisteren en morgen
  51. 10 2010        prof. Johan Menten: Palliatieve zorg
  52. 11 2010        Myriam Roosen: Eten is weten
  53. 02 2011        Joke Luyckx 1 Nico Debusschere: Senioren en (on)veiligheid
  54. 01 2012        Luc Van de Ven: De psychologie van het ouder worden
  55. 03 2012        prof Van der Schueren: Diabetes
  56. 01 2013        prof. JJ Cassiman: De genetische revolutie
  57. 02 2013        auteur Jo Claes
  58. 03 2013        prof Etienne Aernoudt: Strategische metalen
  59. 10 2013        psychiater Dirk De Wachter
  60. 10 2014        rector Rik Torfs
  61. 11 2014        Mark Eyskens: Wat komt er op ons af?
  62. 12 2014        auteur Griet Op de Beek
  63. 01 2015        Fons Bonroy: Begijntjes
  64. 02 2015        Willy Claes: Waarheen met Poetin-Rusland?
  65. 03 2015        J.P.Demarsin: Audiovisuele reportage Ijsland
  66. 04 2015        Myriam Roosen: Gezond leven en bewegen, ook na je 60ste
  67. 05 2015        prof. Stefaan Top: Rituele m.b.t. de levensloop, van wieg tot graf
  68. 11 2015        prof. Johan Flamaing: Hoe ouder worden?
  69. 01 2016        prof. Hugo De Man: Technologische ®evolutie
  70. 02 2016        prof. Wim Distelmans: Een waardig levenseinde
  71. 03 2016        prof. Bart Preneel: Privacy
  72. 04 2016        prof. Frank Luyten: Osteoartrose en osteoporose
  73. 05 2016        Paul De Schutter: Audiovisuele reportage Israël-Palestina
  74. 10 2016        prof. Rik Vandenbergh: Alzheimer
  75. 11 2016        J.P.Demarsin: A.V. Noorwegen
  76. 12 2016        Mark Van de Voorde: We zijn allen 14-18
  77. 02 2017        dr Colemont: Darmkanker
  78. 04 2017        Brigitte Herremans: Israël-Palestina
  79. 05 2017        Frans Rombouts: Culinaria
  80. 10 2017        prof. Ching Lin Pang: de relatie Amerika – China
  81. 11 2017        Audiovisuele voordracht J.P.Demarsin: Slovenië
  82. 12 2017        Mark Van de Voorde: Van pêle mêle tot selfies
  83. 01 2018        auteur Jo Claes
  84. 03 2018        Herman Van Rompuy

Byzantijnse Kerk en Klokkenspel

Byzantijnse Kerk en Klokkenspel


De Byzantijnse kerk van het Klooster van Chevetogne (1955-1957) is gebouwd als een permanent en zichtbaar teken van het voortdurende gebed voor de eenheid van de Kerken, en als getuige van de spirituele schatten van het christelijke Oosten. De kerk, gebouwd in de stijl van Novgorod, is gewijd aan de Verheffing van het Heilig Kruis (13 September 1957).
In de oosterse traditie stelt een kerk, in haar architectuur en decoratie, de kosmos aanwezig in geconcentreerde vorm, een ruimte waarin de zichtbare en onzichtbare werkelijkheid van het geloof harmonieus samenkomen. Dit is de geprivilegieerde plaats van de liturgie. 
De gelovige die de kerk binnengaat komt eerst door de buitenste voorhal of exonarthex, dan door een tweede voorhal of narthex. Achter het smeedijzeren hek ziet hij de eigenlijke tempel, het schip van de kerk waarop de koepel rust. Het heiligdom bevindt zich achter de iconostasis. De opgang van de wereld tot aan het heiligdom in vier fasen herinnert aan de vier delen van de tempel van Salomon: de buitenste voorhof, de binnenste voorhof, het Heilige en het Heilige der Heiligen.

De narthex is de voorhal van de kerk. Hier zijn gebeurtenissen uit het Oude Testament afgebeeld: de schepping van de eerste mens, de zondeval en de verdrijving uit het paradijs, de ark van Noach, het offer van Abraham, Mozes en het water dat uit de rots stroomt in de woestijn, (aan de andere zijde) het visioen van Daniël, het vlies van Gedeon, de zalving van David, de hemelvaart van Elias, het visioen van Isaïas, Jonas die uit het zeemonster komt als voorafbeelding van Christus' verrijzenis uit de doden.

De tempel, het overkoepelde schip van de kerk, symboliseert het beeld van de hemel op aarde. De koepel, een halve bol, herinnert aan het hemelgewelf en aan de kringvormige kosmos, terwijl de goudkleurige scheidingslijn die begin noch einde heeft, Gods oneindigheid oproept.

Het schip zelf vormt een kubus en suggereert een welafgebakende ruimte: de geschapen wereld, de aarde. Het kerkgebouw is dus de hemel op aarde, de herstelde kosmos, en de gelovige die er binnentreedt, wordt uitgenodigd "alle aardse beslommeringen af te leggen" en deel te nemen aan de lofprijzing die de gehele schepping, sinds alle eeuwigheid, opdraagt aan haar Schepper.

De fresco's in de koepel en in het schip van de kerk drukken de nabijheid van de hemel ten opzichte van de mensheid uit.
In de koepellantaarn beheerst Christus Pantocrator (de Almachtige) de geschiedenis van de aarde, waarvan hij als Schepper de oorsprong en de voleinding is, de Opperrechter aan het einde der tijden en de Verlosser die nederdaalde om de ganse mensheid tot de Vader terug te voeren.
Het schip symboliseert de aarde. Daarom beschrijven de fresco's er het aardse leven van Christus, het verblijf van het Woord Gods op aarde vanaf de Menswording tot de verschijningen na de Verrijzenis. Aan het doopsel en de gedaanteverandering van de Heer (zuidelijke absis) beantwoorden zijn graflegging en nederdaling ter helle (noordelijke absis), want de graflegging en de verrijzenis van de Verlosser werden voorafgebeeld door zijn doopsel in de Jordaan en zijn verheerlijking op de berg Thabor.

Het heiligdom omsluit de belangrijkste symbolen van Gods tegenwoordigheid.
Het altaar, waarop het Evangelieboek rust, wordt beschouwd als de troon van het Woord. De Heilige Reserve wordt bewaard in een verguld bronzen duif die boven het altaar opgehangen is. Deze duif herinnert aan de Heilige Geest, door wie alle heiliging tot ons komt.
De meest verheven plaats van de tempel is de bisschopstroon achter in de absis. Hij symboliseert de troon van God de Vader, de “verheven troon” uit het visioen van Isaïas (Is. 6, 1) waartoe Christus' eucharistisch offer en het gebed van de Kerk gericht zijn.
Het diakonikon (dienstruimte), een soort sacristie, bevindt zich rechts van het heiligdom. Links bevindt zich dan de Prothesis of de ruimte waar het brood en de wijn voor de Goddelijke Liturgie worden voorbereid. Daar snijdt de priester met een lansvormig mesje een vierkant stuk - het "lam" - uit een rond brood om het vervolgens kruisgewijs in te snijden en het te doorboren zoals Christus’ zijde op het kruis doorboord werd. Onmiddellijk daarna worden water en wijn in de kelk gegoten zoals water en bloed vloeiden uit Christus' zijde.
Tijdens de overbrenging van de gaven worden het brood en de wijn processiegewijze door de kerk gedragen, en op het altaar geplaatst als symbool van Christus' graflegging. De deuren van de iconostasis en het gordijn worden vervolgens gesloten zoals een steen voor Christus' graf werd gerold.
Tijdens de anafora (het eucharistisch hooggebed) roept de priester God aan opdat Hij zijn levensadem, zijn Heilige Geest, zou zenden over de gelovigen en over brood en wijn zodat deze veranderen in het verrezen lichaam van de Heer, en opdat de gelovigen, door te communiceren, één lichaam worden in Christus.

De iconostasis is de scheidingswand tussen het schip en het heiligdom. Deze karakteristieke beeldenwand van de byzantijnse kerk-architectuur is een 9e eeuwse ontwikkeling van de kansel van de vroeg-chistelijke kerken, toen de verdedigers van de iconen zegevierden op de iconoclasten: men wilde de iconen tentoonstellen en de legitimiteit van hun cultus beklemtonen.
Er zijn drie openingen in de iconostasis: in het midden de heilige deuren, waarop de Verkondiging aan de Moeder Gods staat afgebeeld, gebeuren dat de deuren van het heil geopend heeft. Verder zijn er de iconen van de vier Evangelisten. Boven de heilige deuren staan de Heilige Drievuldigheid en het laatste Avondmaal afgebeeld. Rechts en links, aan de zuid- en noordkant, zijn er twee zijdeuren met de iconen van de aartsengelen Michaël en Gabriël die, bij wijze van spreken, de toegang tot het paradijs (het heiligdom) bewaken.

De crypte is toegewijd aan de heilige Geest, naar wie drie fresco’s refereren. Op de middenboog zweeft Gods Geest over de wateren, rechts staan drie engelen afgebeeld, de drie bezoekers van Abraham waarin de Traditie het symbool van de heilige Drievuldigheid herkent, links bevindt zich een fresco aangaande het tweede Oecumenisch Concilie van Constantinopel (anno 381) waarin de Godheid van de heilige Geest werd afgekondigd als dogma.
De iconostasis in de crypte is uit hout gesneden (19e eeuw).

De schilders. De iconostasis van de hoofdkerk werd geschilderd door Georges Morozoff. De fresco's van het heiligdom en de Pantocrator werden geschilderd door de Léon Raffin, de overige fresco’s van de kerk en de crypte door twee Griekse schilders, Rallis Kopsidis en Georges Chochlidakis.

De klokken

Het gebouw dat het woongedeelte en de Byzantijnse kerk van de abdij met elkaar verbindt, is gesierd door twee klokkentorens : één voor de Latijnse klokken, ter hoogte van het dak van het klooster, en een ander voor de Byzantijnse klokken, boven de hoofdingang.
Het Byzantijnse (Russische) klokkengestel bestaat uit 11 klokken waarvan 4 in het Waals dorpje Tellin gegoten werden bij de bouw van de Byzantijnse kerk (Es2, Bes2, Des3 en Es3). Zeven nieuwe klokken werden in 2010 gegoten in Moskou. De grote klokken, (C1 - 1950 kg, E1 - 1024 kg en G1 - 850 kg) vormen samen een C-groot akkoord, dat overeenkomt met de basistonaliteit – maar een octaaf hoger – van één van Ruslands oudste carillons, namelijk dat van Rostov - Velikij.
De grootste klok, toegewijd aan het Heilig Gelaat van Christus, en geschonken ter nagedachtenis van wijlen Koning Boudewijn van België (†1993), heeft als functie het ritme aan te geven in het klokkenspel, daarbij soms aangevuld door de andere ‘bas-klokken’, waarbij dezen elk afzonderlijk, afwisselend of tesamen, in een gestaag ritme worden aangeslagen. Deze luidfunctie wordt ook ‘Blagovestj’ (‘Blijde Boodschap’) genoemd, aangezien zij vooraf gaat aan het uitgebreidere klokkenspel en zo de mensen oproept naar de kerk te komen.
Terwijl de vier oude klokken van Chevetogne in het klokkenspel de verschillende cadensen uitmaken, hebben de vier kleine nieuwe klokken (Fis3 - 17 kg, G3 - 14 kg, A3 - 8 kg en C4 - 4 kg) als functie deze cadensen aan te vullen en het geheel met bijkomende ritmes te versieren.

Paul Bessemans, 10 mei 2017

Bibliotheek van de leesclub

Bibliotheek van de leesclub


Van elk boek dat de leesclub kiest om te lezen wordt een exemplaar aangekocht en bijgehouden. 
Op dit ogenblik staan er al een zeventig boeken op ons secretariaat.

Nadat de leesclub een boek besproken heeft, wordt het aan de collectie toegevoegd. 
Alle clubleden kunnen de boeken dan gratis ontlenen voor maximaal vier weken, één boek per ontlening.

De lijst van de boeken is te vinden in bijlage.

Jozefa Delcon

Bijlage Size
LeesclubBoeken2007-2025.pdf 68.02 kB

De wind zat niet mee

De wind zat niet mee


Op 13 april speelden DE VAGANTEN, na 50 jaar op het podium, hun avant-dernière voor onze club.

In hun huldebetoon aan wijlen Miel Cools brachten ze een prachtig lied, waarvan de tekst gebaseerd is op tekstflarden van Miel’s liederen. Met de toestemming van Paul – Vagant – Heyninck krijg je hierbij de tekst.

De wind zat niet mee (muziek & tekst : Paul Heyninck) 

Op het mooie groene eiland, in Connamara, zicht op zee, 
werd de kille lente nog kouder, want de wind die zat niet mee. 
Na het ebben van de tij, na het vallen van de wind 
kwam de tijding tot bij mij van het heengaan van een vriend. 
Nu hij 't gelaat moest wenden 
naar het land vanwaar geen wederkeert, 
kent hij het grote ongekende, is hij veilig en ongedeerd. 
Midden zeven witte zwanen en witte vlinders aan het meer 
zit hij op z'n stoel te zingen als in de dagen van weleer. 
Na het ebben van de pijn, kwam de vloed van het gemis. 
Slechts schoorvoetend zal ik aanvaarden 
dat hij er niet meer is.


Paul Bessemans, 29 juni 2015

Borderline times

Borderline times


Meer dan 120 clubleden volgden in oktober de ongemeen boeiende voordracht van psychiater De Wachter over zijn boek ‘Borderline times, het einde van de normaliteit’.

Inmiddels beleeft dit boek, dat anderhalf jaar geleden uitkwam, reeds zijn 20ste druk.Afbeelding verwijderd.

Hij zelf zegt over zijn boek: “Ik denk dat dit boek een spiegel voorhoudt die bij haast iedereen hard aankomt, psychotici en psychopaten uitgezonderd”.

De Wachter begint zijn boek met een citaat van de schrijver Arnon Grunberg: “Als je jong bent, denk je dat er normale mensen bestaan. Later kom je erachter dat dit onzin is, dat er geen normale mensen bestaan. Er bestaan alleen patiënten. Sommige patiënten weten zich staande te houden ten koste van andere patiënten en die noemen we daarom geen patiënten. Die noemen we geslaagd”.

Enkele citaten:
- Achter het masker van succes vind je bij gezonde en geslaagde mensen ook de eenzaamheid en de angst om alleen te zijn.
- In onze maatschappij is eenzaamheid een gigantisch en nog groeiend probleem, o.m. door het wegvallen van sociale netwerken en toenemende relationele instabiliteit.
- Psychiatrische aandoeningen weerspiegelen de tijdsgeest. Vijftig jaar terug kende niemand borderline, maar vandaag is het de meest gestelde diagnose in de psychiatrie: een symptoom van een maatschappij waarin de ratrace regeert en waarin vrijheid, genot, succes en kicks het hoogst na te streven goed zijn. 
Afbeelding verwijderd.- Gewone levensverschijnselen worden steeds vaker gepsychiatriseerd. Onze maatschappij kent de tirannie van het geluk. Zomaar goed is niet genoeg, en we lijken er niet tegen bestand als dit niet zo is. We moeten onze kinderen leren dat af en toe een beetje ongelukkig zijn bij het leven hoort, en dat je daarvoor niet naar de psychiater hoeft te gaan.
- Ik denk dat dit boek een spiegel voorhoudt die haast bij iedereen hard aankomt. Het is een analyse van de wereld die niet vrolijk stemt.

En De Wachter besluit: “Ik wil de lezer niet in volledige wanhoop achterlaten, en ga op het einde van mijn boek in op ‘la petite bonté’ van mijn voorkeursfilosoof Levinas: Licht in de duisternis zal moeten komen van de vele kleine initiatieven en van hechting, engagement, solidariteit en gemeenschapszin. We moeten proberen om weerwerk te bieden aan de dreigende verbrokkeling, impulsiviteit en zinloosheid. Overal zijn scheurtjes, en het is langs waar het licht binnendringt”.

Dit boek is een absolute must! Uitgegeven bij Lannoo Campus, ISBN 978 90 209 9676 0.

Paul Bessemans, 3 november 2013

Bijen in nood

Bijen in nood


Wij horen steeds vaker dat bijen massaal verdwijnen. Bijenkast na bijenkast staat leeg. Niet alleen honingbijen boeren achteruit, ook heel wat wilde bijen zijn bedreigd. En dat is slecht nieuws. Bijen vervullen een echte sleutelrol in de natuur. Ze zijn in grote delen van de wereld de belangrijkste bestuivers van wilde planten en heel wat land-en tuinbouwgewassen.Afbeelding verwijderd.

In tegenstelling tot wat sommige mensen denken, zijn wilde bijen geen verwilderde honingbijen. Het is de verzamelnaam voor alle solitaire bijen en hommels. In België leven er in totaal maar liefst 375 soorten.

De meeste soorten bijen leven solitair. Ieder vrouwtje bouwt haar eigen nest en verzorgt haar eigen broed. De mannetjes hebben als levensdoel zoveel mogelijk vrouwtjes te bevruchten.

Hommels en honingbijen leven in een kolonie, waarbij enkel de zogenaamde koningin eieren legt.  Een hommelkolonie wordt ieder jaar opnieuw gesticht door een jonge koningin die overwinterde. Bij de honingbij overwinteren naast de koningin, die meerdere jaren oud kan worden, ook een aantal werksters die zich voeden en warm houden met honing.

Een derde groep bijen leeft parasitair. Zij leggen hun eitjes in de nesten van andere bijensoorten. De larve van de parasitaire bij doodt de larve van de gastvrouw en steelt er het verzamelde voedsel.

Bijen zijn uitgesproken vegetariërs. De larven leven op een strikt dieet van stuifmeel, terwijl de volwassen dieren zich tegoed doen aan nectar uit bloemen. Een (kruiden)tuin vol bloeiende en geurende planten biedt bijen en hommels het noodzakelijke voedsel.

Bijen hebben ook nood aan een geschikte nestplaats. Tweederde van alle bijensoorten nestelt ondergronds. Hierbij graven zij zelf een nestgang in de bodem. Die nestgang kan wel tot een meter diep gaan en heeft verschillende zijgangen met nestcellen. De overige soorten leven bovengronds en maken hun nesten in holle stengels, oude kevergangen in dood hout of andere holle ruimtes. Die soorten kunnen wij helpen. Bij Natuurpunt kun je bijenkasten kopen voor in je tuin of je kan zelf aan de slag gaan.

Meer info vind je op www.natuurpunt.be/pagina/hoe-help-je-wilde-bijen-je-tuin.

Wie is Staf Kamers ?

Het imker-zijn is voor Staf Kamers een uit de hand gelopen hobby en passie. Hij werkte 42 jaar in de universiteitsbibliotheek en wijdt zich nu volledig aan de natuur, als imker.

In de Abdij van Park in Heverlee draagt hij de zorg voor de 'Educatieve bijenstand'. Hij is onder meer voorzitter van de Leuvense Bijenbond, van de Koninklijke Vakvereniging 'De Bieëntelers der Dijl'” en bestuurslid van het 'Vlaams-Brabants  Imkersverbond'.

Daarnaast werkt hij mee met het Infocentrum voor Bijenteelt aan de universiteit van Gent en het Europees onderzoekcentrum in Luxemburg.

Uit 'De Streekkrant, 30 mei 2012'

Yvette Toison