Overslaan en naar de inhoud gaan
Wetenswaardigheden over sociale onderwerpen : pensioen, ziekte, risthuizen, enz...

Ageisme of leeftijddiscriminatie

Ageism (of leeftijdsdiscriminatie)


Stereotypen, vooroordelen en discriminatie op basis van iemands leeftijd, dat noemen we ageism. Meestal slaat de term op ouderen, maar ook jongeren kunnen het slachtoffer zijn.

Gezucht op het perron omdat een groep senioren opstapt tijdens de ochtendspits, want, “die hebben toch de hele dag om de trein te nemen”. Het voorstel van de Europese commissie om bijkomende strenge algemene voorwaarden op te leggen aan de rijbewijzen van 70-plussers (waartegen nogal wat ouderenverenigingen protesteren). Nog eentje: "waarom komen die senioren op zaterdag naar de supermarkt, ze hebben toch tijd genoeg". 

De beeldvorming als zouden ouderen allemaal hulpbehoevend en passief zijn. Het zijn slechts twee voorbeelden van ageism die aantonen dat het fenomeen breder verspreid is dan velen denken.

Naast de al langer bestaande strijd tegen onder meer racisme en seksisme, klinken de stemmen ook om werk te maken van de aanpak van ageism. Verschillende internationale instanties zetten ageism al op de agenda. Maar er is nood aan meer vinden tal van organisaties, waaronder OKRA, de Vlaamse Ouderenraad en zelfs Amnesty International. Zij roepen op tot een Universeel Verdrag voor de rechten van Ouderen!

Gezondheidsproblemen
Is ageism dan wel zo’n probleem? Experts vinden van wel! 
In een artikel op Sociaal.net wijzen gerontologen Veerle Baert (Artevelde Hogeschool) en Daan Duppen (VUB) onder meer op de gezondheidsrisico’s. 
“65-pluussers die discriminatie ervaren, vinden van zichzelf dat ze ongezonder zijn. Ze lopen een hoger risico op hart- en vaatziekten, chronische longaandoeningen, artritis en depressie. Ageism ondermijnt de optimale werking van het geheugen, de autonomie en het zelfbeeld.” Zij waarschuwen dus voor de stereotype vooroordelen en de negatieve gevolgen daarvan voor het zich goed voelen.
Amnesty International waarschuwt ervoor dat ageism andere vormen van discriminatie kan versterken.
“Oudere mensen met een migratieachtergrond of oudere vluchtelingen krijgen te maken met meerdere vormen van discriminatie tegelijk. De problemen waar ouderen voor staan, worden op die manier heel vaak nog groter.” Dit fenomeen heet dan intersectionaliteit.

Ouderen én jongeren
De covidpandemie heeft zeker geen goed gedaan aan de aanpak van ageism. Tijdens de eerste fase stelde Amnesty International vast dat de mensenrechten van bewoners van woonzorgcentra op meerdere manieren geschonden werden.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) merkte tijdens de pandemie een groei van het wij-zij-denken tussen jongeren en ouderen. “Beide groepen worden stereotiep voorgesteld in het publieke discours en op sociale media”, zo schrijft Vlaamse Ouderenraad over de bevindingen van de WHO.
Ook kinderen en jongeren worden uitgesloten door hun leeftijd. Het opmerkelijke is dat zowel jongeren als ouderen slachtoffer kunnen zijn van ageism, maar net daardoor verder uit elkaar gedreven worden. Een van de gevolgen van de stereotypen over ouderen is immers dat vele jongeren niet oud willen worden. Het stereotiepe beeld koppelt een hoge leeftijd te sterk aan negatieve zaken, terwijl de realiteit uiteraard een heel stuk genuanceerder is.
Ook deze bedenking toch nog: over ons, ouderen, wordt vaak gesproken en geschreven in termen van ‘vergrijzingskosten’, terwijl wij toch een enorm maatschappelijk kapitaal bezitten: in het vrijwilligerswerk, in gezinsverband, in verenigingen, op de arbeidsmarkt. Onze extra levensfase zinvol inzetten en de samenleving laten genieten van onze kennis, ervaring en beschikbaarheid kan een belangrijke maartschappelijk meerwaarde betekenen! De negatieve visie over de zogenaamde ‘grijze tsunami’ zou best omgebogen worden naar een leeftijdsvriendelijke maatschappij waarbij leeftijd geen getal meer is.

Velen onder ons hebben (voorlopig) geen last van ageisme, integendeel zelfs, we krijgen soms al eens een zitplaats in de bus aangeboden. Dit is in feite een pleidooi voor een mentaliteitswijziging bij sommige van onze medeburgers. Zouden regeltjes in de vorm van een 'verdrag' daaraan verhelpen?

Grote delen van dit artikel werden met toelating in dank overgenomen uit ‘OKRA-magazine’ december 2023.

Jos Dewinter

Seksualiteit in de tweede levenshelft

Seksualiteit in de tweede levenshelft


Luc Van de Ven
Klinisch ouderenpsycholoog
UPC KU Leuven

When we are too old to make love, we will make wonderful soup.

Wanneer cafébaas René uit de komische reeks ‘Allo Allo’ op deze wijze spreekt met Yvette, één van zijn minnaressen, toont hij zich bewust van de toekomstige uitdagingen voor het koppel en voor de meeste mensen in de tweede levenshelft. Natuurlijk neemt, nu we gemiddeld gezien langer en gezonder leven, de kans op seksuele activiteit op hoge leeftijd toe. De algemene tendens is wel dat de frequentie van seksueel gedrag (dit is gedrag met lustbevrediging als finaliteit) duidelijk afneemt, terwijl tussen de partners gevoelens van tederheid, zekerheid en innig samenzijn aan belang winnen. Er zijn evenwel grote verschillen vast te stellen in de seksuele geschiedenis van koppels: bij sommige neemt de seksuele activiteit al op middelbare leeftijd sterk af, andere blijven tot op hoogbejaarde leeftijd actief. Een merkwaardige vaststelling is wel dat de tevredenheid over het seksuele leven bij vele koppels hoog blijft, zelfs als de seksuele activiteit binnen het koppel sterk is afgenomen, ja zelfs helemaal is weggevallen. Dit relativeert toch wel in grote mate het belang dat sommigen (ook sommige onderzoekers) lijken toe te dichten aan het meten van de frequentie van seksueel gedrag. Zo zien we in de klinische praktijk regelmatig koppels bij wie op middelbare leeftijd het seksuele gedrag in enge zin is weggevallen en die toch getuigen van tevredenheid in hun relatie.

Dat er tussen koppels zo’n grote verschillen zijn, heeft te maken met tal van factoren.

Zo is er de invloed van de geschiedenis van de seksuele relatie. Koppels die een rijk en bevredigend seksueel leven hebben gehad, zullen dit patroon door de bank genomen handhaven. Men wordt (voor een groot deel) oud zoals men geleefd heeft. Daarnaast speelt de relationele geschiedenis een rol. Zo kunnen oude krenkingen, vernederingen, kwetsuren, een blijvende negatieve invloed op het seksueel leven uitoefenen. En dit is voor het overgrote deel van de koppels een belangrijke factor: wellicht hebben de meeste mensen tegenover hun partner over de jaren heen meer dan eens een ‘fout’ gemaakt. We maken ons sterk dat we kunnen vergeven, maar het feit dat we – als het op krenkingen aankomt – zeer weinig vergeten, kan een bevredigend seksleven op latere leeftijd in grote mate beïnvloeden. Daarnaast gaat het ook om de vraag of het beeld dat men van de partner had ten tijde van de verliefdheid (deze opwindende maar pre-psychotische toestand) nog overeenkomt met het beeld dat men vandaag van die partner heeft. Karaktertrekken die men in de jonge jaren voor lief nam, kunnen bij het ouder worden in toenemende mate tot ergernis leiden; dit naast de teleurstelling dat eigenschappen die men vroeger adoreerde, nu minder prominent aanwezig zijn, ja zelfs in sommige gevallen helemaal van het toneel zijn verdwenen.

Maar uiteraard spelen lichamelijke veranderingen die samenhangen met het verouderen een rol; denk hierbij aan opvallende uiterlijke tekenen van veroudering of aan lichamelijke veranderingen en ziektes die rechtsreeks het seksuele functioneren beïnvloeden.Ook medicijnen ter behandeling van lichamelijke kwalen kunnen een negatief effect hebben op het seksueel leven. Maar zowel bij de ‘normale’ seksuele veranderingen als bij de impact van ziektes speelt de mogelijkheid tot seksuele creativiteit een belangrijke rol in het behouden of herstellen van het seksuele welbevinden. Dit betekent dat men samen op zoek gaat naar een voor beiden bevredigende seksuele activiteit, ook al zullen de gestelde daden verschillen van de praxis voorheen. De basis hiervan is het open gesprek, de open communicatie tussen de partners: kan men aangeven wat men leuk en aangenaam vindt en wat niet, en kan men luisteren naar de verzuchtingen hieromtrent van de partner? Dit open gesprek is overigens ook van het grootste belang bij het al dan niet beroep doen op de zogenaamde erectiepillen, zoals Viagra of Cialis. Als het nemen van deze medicijnen deel uitmaakt van een gezamenlijk project van beide partners, dan hebben deze pillen hun nut zeker al bewezen. In het tegenovergestelde geval, wanneer de man stiekem zijn toevlucht tot deze medicatie neemt, merken we in de praktijk op dat dit tot tal van misverstanden aanleiding heeft gegeven.

Het spreekt voor zich dat een chronische en erg invaliderende aandoening een uitgesproken impact op de relatie en de seksualiteit van senioren kan hebben. Dit is wellicht het meest schrijnend bij een af andere vorm van dementie of een andere aandoening die de cognitieve mogelijkheden van de patiënt beperkt en/of diens persoonlijkheid aantast. Het hoeft geen betoog dat vooral deze veranderingen in het karakter, voor de buitenwereld soms niet of nauwelijks zichtbaar, de kwaliteit van de relatie en van het seksueel leven danig onder druk kunnen zetten, met vaak voor de ‘gezonde’ partner een groot gevoel van eenzaamheid tot gevolg. En bij het vorderen van dementie zal de relatie meer en meer ‘verdampen’, onder meer omdat de voordelen van de constructieve tegenspraak verdwijnen, alsook de mogelijkheid om mekaar op een gelijkwaardig en genuanceerd niveau te troosten.

Het is vanzelfsprekend dat het ontbreken van een partner, bijvoorbeeld na een scheiding of een overlijden, een grote invloed heeft op intimiteit en seksualiteit. Senioren gaan op erg uiteenlopende manieren met deze situatie om: sommigen kiezen duidelijk voor een leven zonder (vaste) relatie en seksualiteit, anderen gaan (al dan niet verkrampt) op zoek naar een nieuwe partner. Ook ‘nieuwe’ samenlevingsvormen, zoals de ‘lat-relatie’, living apart together, duiken meer dan eens op. Daarnaast ziet men, in het geval de senior –door een ernstige invalidering - niet meer in staat is stappen te zetten naar een nieuwe potentiële partner, het fenomeen van de seksuele dienstverlening. Zo is er in Vlaanderen de vzw Aditi, een organisatie die zich richt op een seksualiteits- en intimiteitszorg op maat.

Voor wie over dit thema meer wil lezen, een aanrader:

Lies Van Assche (2015). Partnerrelatie, intimiteit en seksualiteit in de tweede levenshelft. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.

Sociale voorzieningen voor vervoer in Vlaams-Brabant

Sociale voorzieningen voor vervoer in Vlaams-Brabant (2019)


Mobiliteit is een recht voor iedereen. Of je nu naar de kapper moet, naar het grootwarenhuis, naar het ziekenhuis, verplaatsingen moeten voor iedereen en voor elk budget mogelijk zijn. Bij voorkeur maakt men gebruik van familie, vrienden of kennissen, het openbaar vervoer of taxi. Kan dit allemaal niet en heb je nood aan vervoer op maat, dan bieden meerdere instanties de oplossing. De afspraak maak je twee dagen vooraf en de prijs is afhankelijk van het inkomen.

Waar is een mogelijk startpunt van je zoektocht?

1. De dienst maatschappelijk werk van uw mutualiteit
2. de mobiliteitscentrale Vlaams-Brabant
Die werkt overkoepelend en geeft informatie waar je per stad terecht kan. Hij regelt alleen vervoer voor rolstoelpatiënten via privé of via bestaande organisaties, zoals voor Leuven, bv. de v.z.w. Dienst Aangepast Vervoer (DAV). De begeleider rijdt gratis mee met de rolstoelgebruiker. Ben je niet rolstoelgebonden, dan luistert en bekijkt de Mobiliteitscentrale wat voor jouw concrete vervoersvraag de oplossing is, zodat je het verder zelf kan regelen.

Bel gratis de mobiliteitscentrale op het nr.0800 26990 tijdens de kantooruren of e-mail op het adres: [email protected]

Via de Mindermobiele Centrale Leuven (MMC): deze doet geen rolstoelvervoer. Om beroep te doen op deze dienst moet je inkomen lager zijn dan tweemaal het leefloon, en je betaalt jaarlijks €10 lidgeld. Daarnaast betaal je bij elke rit per kilometer + administratiekosten. Kosten van parking en dergelijke zijn ook ten laste van de gebruiker. Het lidmaatschap is gratis indien ouder dan 65 én in Leuven gedomicilieerd én geniet van de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering (Omnio of WIGW).

Adres: IJzermolenstraat 10, bus 3, 3001 Leuven.

Vervoertijd: 24/24u, 7 dagen op 7 over heel België.

Te bereiken op het nr. 016/290121 elke werkdag van 13:30 tot 16 u of via

[email protected]

 

3. Voor rolstoelpatiënten via de mobiliteitscentrale aangepast vervoer ( dav)

Lidmaatschap is gratis maar verplicht. Één begeleider is gratis.
Vervoertijd: van 6u30 tot 22u30. De dienst werkt 7 dagen op 7.

Adres: IJzermolenstraat 10, bus 2, 3001 Leuven
Te bereiken op het nr. 016 205383 van maandag tot vrijdag van 9-12u en 13-16u.
Of via www.vzwmobiel.be

Annemie De Leyn, 10 augustus 2019

Familiehulp

Familiehulp


Acute zorg bij Familiehulp

Opname in een ziekenhuis?

Heb je na een ziekenhuisopname snel extra hulp nodig of sta je voor een onverwachte operatie of opname? Familiehulp is er voor jou: we bieden tijdens je herstel ondersteuning via gezinszorg.

Onze verzorgenden helpen je graag met bijvoorbeeld:

  • De organisatie van je huishouden (koken, afwassen, strijken….)
  • Hulp bij het eten en het drinken
  • Boodschappen doen
  • Je dagelijkse lichaamszorg

Onze verzorgenden bieden ook een luisterend oor of een deugddoend gesprek. Ze zijn er voor jou tijdens emotionele en moeilijke momenten. Indien nodig kunne ze ook samenwerken met andere zorgverleners.

Je kan ons vóór of tijdens je ziekenhuisopname contacteren om afspraken te maken over een acute zorgverlening. Je betaalt een bijdrage die afhankelijk is van je inkomen en gezinssituatie. Om je snel te informeren, brengen in de mate van het mogelijke een bezoek in het ziekenhuis zodat gezinszorg vlot kan opstarten wanneer je thuis komt.

Meer info: www.familiehulp.be
Familiehulp Leuven: Martelarenlaan 6A, 3010 Kessel-Lo, 016 29 81 30
[email protected]
 

Geen recht op verdriet.

Geen recht op verdriet.


Myriam was reeds 7 jaar gescheiden toen haar ex-man stierf. In de uitvaartviering had ze het gevoel dat er een weduwe te veel in de kerk zat. In de homilie ging het voortdurend over zijn vrouw en zijn kinderen. Haar kinderen wisten niet of ze vooraan bij de tweede vrouw van hun vader moesten zitten of achteraan bij hun moeder.

Eén van de meest belangrijke en vernieuwende begrippen in de studie van rouw in de laatste jaren, is de notie van het niet-erkende verdriet.  Het gaat hier om omstandigheden waarin het verlies maatschappelijk niet wordt herkend en erkend, soms zelfs niet door de rouwenden zelf. Er bestaan ook geen maatschappelijke gebruiken en rituelen, die vorm geven aan het verdriet bij een overlijden dat maatschappelijk als dusdanig niet wordt erkend. Of als deze wel bestaan, wordt de rouwende er om één of andere reden van uitgesloten. Bij het sterven van een ouder, een echtgenoot of een kind, wordt het verlies erkend en krijg je als het ware recht om verdriet openlijk te uiten, zij het soms slechts voor veel te korte tijd. Het begrip "niet-erkend verdriet" benadrukt dat er in een samenleving een soort regels bestaan die nader specificeren wie, wanneer, waar, hoe en hoelang en voor wie je mag rouwen. Deze regels zijn ook omgezet in arbeidsreglementen. Een personeelslid krijgt bijvoorbeeld vijf dagen werkverlet bij het overlijden van de partner, drie dagen bij het sterven van een kind, vader of moeder, schoonouder, broer of zus. Dit soort regels weerspiegelen dat elke samenleving bepaalt wie een wettig recht krijgt om te rouwen. Ze zijn volledig gericht op familie relaties en enkel deze genieten sociale erkenning. Deze regels stemmen echter niet steeds overeen met de aard van de band die mensen met elkaar voelen, met de betekenis dat een verlies krijgt en met de gevoelens van de nabestaanden. Er zijn drie redenen voor het niet erkennen van verlies.


De relatie wordt niet erkend

Verdriet wordt vaak niet erkend als de relatie niet op verwantschap is gebaseerd. De innigheid van andere relaties dan verwantschapsrelaties wordt niet op dezelfde manier gewaardeerd. Vriendschap wordt hoog aangeslagen, maar je staat er weinig bij stil wat het betekent als een goede vriend wegvalt. Vrienden, buren, pleegouders, collega's, stiefouders en stiefkinderen, zorgverleners, kamergenoten kunnen een zeer belangrijke rol spelen in iemands leven en dit voor een lange tijd. Zelfs als deze relaties worden erkend, toch krijg je niet ten volle de kans om te rouwen. Je wordt geacht de familieleden te steunen en bij te staan.

Daarnaast zijn er nog relaties die niet ten volle publiek worden erkend of sociaal aanvaard zoals buitenechtelijke verhoudingen. Ook mensen die in het verleden een relatie hadden met elkaar, kunnen diep verdriet voelen wanneer hun vroegere partner sterft. De dood maakt immers het eerder verlies definitief en onherroepelijk. Het sterven betekent het einde van elk contact, maar ook van de hoop op hereniging. De samenleving houdt er geen rekening mee dat je verdriet kunt voelen bij het sterven van iemand waarvan je reeds jaren bent gescheiden en dat kinderen kunnen treuren om het sterven van een vader die ze nauwelijks hebben gekend. Ze betreuren het verlies "van wat eens was" en "van wat had kunnen zijn".


Het verlies wordt maatschappelijk niet als een betekenisvol verlies  beschouwd

Het verlies van een prille zwangerschap of de sterfte van een kind bij de geboorte wordt vaak niet erkend als een ingrijpend verlies, omdat je het kind nauwelijks hebt gekend. Het afstaan van een kind voor adoptie, aan pleeggezin of een abortus wordt ook vaak onderschat. Het is niet omdat je er zelf mee akkoord ging, dat het geen verlies betekent. Het verlies van kinderen aan het begin en aan het einde van de kindertijd  wordt vaak genegeerd. Toen een moeder de opmerking maakte dat men het in de uitvaartviering van haar enige zoon enkel had over zijn kinderen en zijn vrouw, kreeg ze als bedenking dat hij toch niet meer thuis woonde, alsof hij dan niet meer haar zoon zou zijn.

De samenleving gaat ook voorbij aan de vele verliezen waarmee asielzoekers worden geconfronteerd. Wat het achterlaten van hun volk, hun land, en zich inburgeren in nieuwe gewoonten betekent wordt onderschat. Is het geen verlies betekent omdat ze zelf de beslissing hebben genomen? Het niet aanwezig kunnen zijn op het stervensmoment van familieleden bemoeilijkt het rouwproces. Voor medeburgers in hun omgeving zijn hun familieleden onbekend, waardoor het sterven als een non-event aan hen voorbijgaat.   

Een ander verlies dat vaak als niet betekenisvol wordt afgedaan, is het sterven van een huisdier. Voor sommige mensen is een huisdier hun enig gezelschap en hun enige hechte band.

Dan zijn er nog de situaties waar je de persoon verliest terwijl hij nog leeft: ouders en kinderen die de relatie hebben verbroken, grootouders en kleinkinderen die elkaar niet meer zien na een echtscheiding, iemand die nog leeft verliezen aan een psychische ziekte, dementering, hersenbeschadiging, verslaving, waardoor hij zo veranderd is dat hij niet meer dezelfde is. In al deze situaties ervaren naastbestaanden een intens gevoel van verlies, dat echter niet publiek wordt erkend omdat de persoon biologisch nog in leven is.


De verliezer wordt niet als verliezer erkend

Het gaat hier om personen die sociaal worden beschouwd als niet in staat tot het voelen van het verlies, zoals mensen op hoge leeftijd, jonge kinderen en personen met een verstandelijke beperking. Ze worden vaak niet betrokken bij de regelingen en de rituelen bij de uitvaart. Hun nood om te rouwen wordt dan ook niet onderkend.


Eigen verdriet niet erkennen

Het niet erkennen van het verdriet is niet alleen te wijten aan de gangbare normen in de samenleving, maar een persoon kan ook zichzelf niet toelaten verdriet te voelen. De bron van niet-erkenning is hier niet de maatschappij, maar ligt in de persoon zelf. Het mechanisme dat dit veroorzaakt, is vaak schaamte. Je bent beschaamd over de eigen reacties, bijvoorbeeld bij het sterven van een huisdier en je laat ze niet toe. Je bent bang voor onbegrip. 


Niet erkennen van verdriet zorgt voor extra problemen

De specifieke aard van de niet-erkende rouw zorgt voor bijkomende problemen. De emotionele reacties, zoals droefheid, opstandigheid, hopeloosheid, vereenzaming en schuldgevoelens die zich ook bij de normale rouw voordoen, worden geïntensifieerd. Zowel ambivalentie in de relaties als het gelijktijdig optreden van crisissen compliceren de rouw. Ambivalente gevoelens zijn frequent aanwezig bij niet-erkende rouw en ook meerdere crisissen tezelfdertijd zoals bij personen met een verstandelijke beperking met het sterven van hun ouders hun voornaamste opvangpersonen verliezen, en dat op een moment dat ze er meer nood aan hebben omwille van hun gemis en verdriet. Bij bepaalde verliezen, zoals echtscheiding bestaan er ook geen rituelen zoals de uitvaartviering bij een sterven. Er is weinig sociale ondersteuning. Het blijft binnen de privé-sfeer van het individu. Je krijgt geen werkverlet en geen kans om je verdriet te uiten. De deelnemingsbetuigingen zoals bij een normale rouw zijn er niet. Zelfs de traditionele maatschappelijke vormen van troost, zoals voorzien door een geloofsgemeenschap, ontbreken als het gaat om een relatie die binnen de gelovige traditie wordt veroordeeld.

Steeds meer mensen leven in niet-traditionele relaties. Het aantal echtscheidingen neemt toe. Meer kinderen groeien op in éénouder gezinnen of in hernieuwd samengestelde gezinnen. De multiculturele samenleving brengt veel mensen in nieuwe situaties en de verliezen die ze meedragen blijven onopgemerkt voor hun omgeving. Er zijn dus heel wat factoren die maken dat het aantal situaties van niet-erkend en verborgen verdriet toenemen.


Geen recht op verdriet

Manu Keirse


(Meer informatie over dit onderwerp : Keirse M. Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Volledig nieuwe editie. Tielt, Lannoo, 2017).

Denk er aan voor je er aan toe bent

Denk er aan voor je er aan toe bent


Vandaag kunnen heel wat mensen tot op hoge leeftijd van een goede gezondheid genieten. Dit neemt niet weg dat je je zorgen kunt maken hoe de laatste periode van je leven er kan uitzien. Vooral als je wordt geconfronteerd met de diagnose van een ernstige ziekte, of als je recent het sterven van een dierbare hebt meegemaakt, kan je bekommerd zijn om wat jou later nog te wachten kan staan. Ook al bepaalt de Wet op de Patiëntenrechten zeer duidelijk dat je het recht hebt zelf te beslissen welke zorg en ingrepen je wel en niet meer wenst, iedereen kent wel voorbeelden van mensen uit de eigen buurt en familiekring, waarbij nog allerlei behandelingen werden uitgevoerd, en waarvan je de indruk hebt dat dit niet meer het welzijn van deze personen diende. Vaak is dat omdat mensen niet meer in staat zijn om hun mening te uiten en omdat niemand precies weet wat deze persoon nog wel of niet zou hebben gewenst. Familieleden en de huisarts zijn vaak ook niet in staat je voorkeuren te verwoorden als je dat zelf niet meer kan. Je loopt dan ook het risico dat ze verkeerde voorspellingen maken op basis van eigen interpretaties over wat voor jou levenskwaliteit betekent.

   Je kan dit voor jezelf vermijden door een vroegtijdige bespreking van de zorg die je in de toekomst zou wensen, zodat je voorkeuren in een aantal grote lijnen op voorhand kunnen worden vastgelegd. “Vroegtijdige zorgplanning” is niet hetzelfde als een voorafgaande wilsbeschikking. Deze laatste is meestal bedoeld voor als je hopeloos ziek bent en niet meer bij machte om zelf beslissingen te nemen. Vroegtijdige planning van de zorg is een onderdeel van goede medische zorg. Dit houdt in dat je tijdig samen met je huisarts bespreekt welke zorg en behandelingen je wel nog wil als genezing niet meer mogelijk is, zodat die zorg kan beantwoorden aan je wensen en verwachtingen. Een wilsbeschikking kan een mogelijk resultaat zijn van dat overleg, maar door het gesprek kan men op een meer verfijnde manier uitdrukken hoe men hier precies tegen aan kijkt. De arts kan uitleggen wat mogelijk is, wat de consequenties zijn van je wensen, en hoe comfort van leven kan worden gewaarborgd. Het is belangrijk zeer duidelijk aan je arts te laten weten dat je daarover wenst te spreken.

Sommige artsen vinden het moeilijk om een gesprek over wat nog wel of niet zinvol is als echte genezing niet meer mogelijk is zelf te introduceren, omdat ze in hun opleiding niet hebben geleerd om dergelijke gesprekken te voeren. Ze voelen het feit dat je niet kan genezen soms aan als een falen van de geneeskunde. Ze ervaren het soms alsof ze niets meer te bieden hebben, terwijl een arts nog heel wat kan doen om je nog geruime tijd comfortabel te laten leven. Sommigen gaan er ook van uit dat je als zieke niet wenst te praten over de verschillende opties in zorg omtrent het levenseinde, maar heel wat mensen willen niet zomaar ondergaan wat ze bij hun ouders of grootouders hebben gezien.


Voorbereiden maakt je sterk

Je kan een gesprek met je arts hieromtrent voorbereiden door even na te denken over de mate waarin deze ziekte je leven beïnvloedt. Wat zijn de moeilijkste ervaringen op lichamelijk, psychisch, geestelijk en praktisch gebied? Hoe kan men je best helpen? Denk even terug aan de ziekte van je ouders of grootouders: hoe is de zorgverlening bij hen verlopen? Als je in een gelijkaardige situatie zou zijn, wat zou je dan wensen dat men doet en niet meer doet? Als je terugdenkt aan vroegere ervaringen met ziekte, hoe heb je dan de zorg beleefd en wat zijn je bedenkingen hierbij? Wil je dat men in alle gevallen je leven blijft rekken of niet? In wie heb je het meest vertrouwen? Is deze persoon op de hoogte van wat je wensen zijn in verband met toekomstige behandelopties? Wat zou je willen dat de mensen die je nabij zijn weten over wensen en verwachtingen omtrent toekomstige zorg? Wie wens je te betrekken en hoe zie je dit liefst te gebeuren? Hoe zou je de laatste periode van je leven wil doorbrengen, en op welke plaats? Je persoonlijke visies en waarden zijn zeer belangrijk in een proces van vroegtijdige planning van de zorg. Dat is omdat beslissingen bij het levenseinde steeds worden genomen in de context van een diepgaande en persoonlijke visie op wat bijdraagt tot kwaliteit van leven. En wie kan er beter dan jij bepalen wat voor jou nog kwaliteit van leven kan zijn?

Het is ook verstandig om de vraag te stellen wat dit alles voor je familieleden zou betekenen. Misschien wil je voor je familie geen last zijn, maar schat je verkeerd in wat voor je familie meer of minder last betekent. Ook dat wordt soms verkeerd ingevuld omdat het niet wordt getoetst. Ook je familie heeft hieromtrent gevoelens en wensen.

Tijdig nadenken over al deze vragen en alles wat ze verder bij jou oproepen, kan helpen om je eigen leven zo lang mogelijk zelf mede te bepalen. Je kan best een aantal gedachten die hieromtrent hebt opschrijven ter voorbereiding met het gesprek met je huisarts. Je voert een dergelijk gesprek best vroegtijdig, als je niet aan het einde van je krachten. Je maakt hiervoor best een afspraak met de arts op een moment dat hij iets meer tijd heeft en niet midden in een drukke consultatie


Een wilsverklaring

Dat gesprek kan resulteren in het opmaken van een vorm van een wils- of intentieverklaring. Hierin kan je een aantal persoonlijke waarden omschrijven die je wil gerespecteerd zien. Je kan ook een aantal specifieke behandelopties beschrijven die je in bepaalde omstandigheden niet meer zou willen, of wat je zeker wel zou willen. Het is belangrijk dit in dialoog met je huisarts te doen. Sommige mensen opteren bijvoorbeeld voor euthanasie omdat ze bang zijn voor ondraaglijke pijn, maar weten niet dat er in heel wat omstandigheden adequate manieren zijn om pijn te stillen zelfs voor deze optreedt waardoor men ondraaglijk lijden kan voorkomen. Vandaag kent men de mogelijkheden van de palliatieve zorg. Door aandacht voor alle domeinen van je leven, niet alleen je lichamelijke klachten, maar ook je psychisch welbevinden, je relaties met belangrijke anderen en de wijze waarop je zin ervaart in het leven, probeert men ervoor te zorgen dat je zoveel mogelijk comfort kunt ervaren tot de laatste dag. Veel mensen hebben angst voor ondraaglijke pijn, maar in de palliatieve zorg heeft men heel wat mogelijkheden om de pijn te verzachten en te voorkomen, en om je allerlei vormen van discomfort zoveel mogelijk te besparen. Op deze manier kan men ervoor zorgen dat je echt kan leven.

   Anderen verkiezen dan euthanasie omdat ze niet afhankelijk willen zijn of de langzame achteruitgang en mogelijke aftakeling niet kunnen verdragen. Als je aangeeft dat je geen levensverlengende maatregelen meer wil is dat geen euthanasie. Euthanasie is het opzettelijk beëindigen van het leven door een arts op uitdrukkelijk en schriftelijk verzoek van de patiënt. Euthanasie is echter slechts één mogelijke keuze bij het levenseinde. Men moet niet noodzakelijk voor euthanasie kiezen omdat men niet in ondraaglijke pijn wil sterven. Door adequate palliatieve zorg kan men meestal de pijn voorkomen of verhelpen.


Hoe stel je een wilsverklaring op?

Schrijf een aantal dingen op die je wenst dat mensen zouden weten als je ernstig ziek bent en niet in staat om te communiceren. Denk aan wat je nog graag zou hebben, wat je zeker niet zou willen, of je nog naar een ziekenhuis wil of niet, of je nog aan beademingsapparatuur wil gekoppeld worden of niet, of je nog met een sonde wil worden gevoed als je niet meer op eigen kracht kan eten. Stel een vertegenwoordiger aan om in jouw plaats voor je te beslissen als je dit zelf niet meer zou kunnen, en om erover te waken dat je wensen worden geëerbiedigd. Je kan een exemplaar van het document (document te verkrijgen via: www.palliatief.be) binnen handbereik bewaren, er een aan je huisarts bezorgen voor het dossier en eventueel een in bewaring geven aan belangrijke anderen. Let wel, je hebt geen notaris of jurist nodig om een wilsverklaring op te maken.


Ruimte om te leven

Het gevoel dat je zelf meer greep hebt op de realiteit in de laatste periode van je leven kan angst verminderen. We willen je uitnodigen om tijdig na te denken over hoe je zelf de laatste periode van je leven zou willen doorbrengen. Voor welke kwaliteit van leven kies je en welke opties vind je belangrijk. Je kan hier best over nadenken als het nog niet onmiddellijk voor de deur staat, want als je er aan toe bent, kan het zijn dat je er de kracht niet meer toe hebt. Je denkt er misschien liever niet aan dat je leven eindig is. Vergeet echter niet dat al wat werkelijk leeft eindig is. Kijk naar de bloemen. Alleen bloemen van plastiek sterven nooit.

 

Manu Keirse

Emeritus hoogleraar, Faculteit geneeskunde, KU Leuven

Meer info: Boeken van Manu Keirse: ‘Later begint vandaag. Antwoorden over de laatste levensfase, palliatieve zorg en euthanasie’ en 'Als ik er niet meer ben'. Goed omgaan met de laatste fase van het leven, beide uitgegeven bij Lannoo, Tielt.

De emotionele inboedel

De emotionele inboedel


Erven doet denken aan het sterven van je ouders. In onze cultuur wordt zeer weinig aandacht gegeven aan wat volwassenen ervaren bij het sterven van hun ouders. Het is immers de natuur der dingen dat kinderen hun ouders begraven en daarom ook gewoon. Ouders zijn echter geen gewone mensen.

Per jaar verliest ongeveer vijf procent van de mensen een ouder. Rekening houdend met de bevolking betekent dit dat in België en Nederland jaarlijks 1.200.000 mensen een van hun ouders verliezen. Het is de meest gewone vorm van rouw in de westerse landen. En toch bestaat er een overwegende neiging om de emoties die dit meebrengt te minimaliseren. De meeste mensen zijn verrast door de intensiteit van hun gevoelens  bij het sterven van een ouder.Ze hadden een hoge leeftijd, waren ziek, misschien al verdwenen in de dementie. Maar ongeacht ziekte of leeftijd is het een ingrijpende ervaring. Hoe zijn die emoties te verklaren?

Als ouders sterven verdwijnt er een buffer tussen de kinderen en de dood. Ouders zijn als het ware je schild dat je beschermt tegen de dood. Kinderen worden nu de oudere generatie, de eerste die nu kan worden geraakt. Ouder worden, ziek worden en sterven van je ouders is meteen ook een spiegel waarin je het eigen ouder worden weerspiegeld ziet. Dat kan beangstigen. Je hoort uitdrukkingen als: ‘Ik had geen dak meer boven mijn hoofd.’ ‘Ik stond ineens naakt in weer en wind.’ Of zoals Edward Kennedy schreef in Het verhaal van mijn leven: ‘Het was alsof mijn benen onder me waren uitgeschopt.’Je wordt voor het eerst in je leven wees. Als de laatste ouder sterft wordt ook het huis gesloten, waardoor die ouder, sterker dan de eerste, met huis en al begraven moet worden, en met ieder voorwerp afzonderlijk.

Met je ouders draag je definitief het eigen kind-zijn ten grave. Dat brengt je kindertijd met de aangename en de onaangename kanten opnieuw in herinnering. Bij het sterven van een ouder kan je een wirwar van emoties ervaren:verdriet, boosheid om gemiste kansen, verlangen naar nabijheid. Schreef Cornelis Verhoeven niet: ‘Ik dacht dat ik vader was geworden toen ik aan het kraambed stond bij de geboorte van mijn eerste kind. Nu weet ik dat ik pas ten volle ervaren heb wat vaderschap inhoudt aan het sterfbed van mijn vader.’ De emoties verschillen zeer sterk van kind tot kind en elk kind heeft zijn uniek verhaal.

De dag na het sterven van mijn moeder, 63 jaar, schreef ik het volgende neer: ‘Af en toe ervaar ik het als moeilijk dat we moeder met zo velen moeten delen. In een gezin van elf kinderen is leren delen van alles wat je hebt iets dat er vanaf het begin inzit. Nu kost het af en toe moeite. Het is eigenlijk niet mijn moeder die sterft. Ze is moeder van zo velen. En soms krijg ik de indruk dat recht op verdriet wordt afgemeten, wordt vergeleken. “Voor de jongste is het ergere. De dochters verliezen hun moeder. Vader verliest zijn vrouw. Een tante verliest haar laatste zus…” Verdriet kan je niet afwegen, niet vergelijken. Elk beleeft het op zijn manier. Ik schrijf het verhaal over mijn moeder zoals ik het gezien, gehoord en beleefd heb. Is het hetzelfde voor mijn broers en zussen? Ik denk het niet. Maar dan denk ik ineens aan het grote geheim van een moeder, het gegeven dat ze elk kind heeft gedragen op haar manier. Geen twee zwangerschappen zijn gelijk. Geen twee relaties zijn hetzelfde. Geen twee kinderen zijn gelijk. We hadden allemaal een moeder en toch was ze voor elk van ons anders, niet dezelfde. Is het dan niet normaal dat elk ook andere gevoelens heeft, anders treurt en anders afscheid neemt? Geen twee kinderen beleven hetzelfde verdriet, ook al is het dezelfde moeder die sterft. Bestaat dit wel, dezelfde moeder voor verschillende kinderen? Heeft elk er niet zijn of haar moeder van gemaakt?’

Niemand heeft ervaring met het sterven van vader en moeder. Elk kind maakt dit maar eenmaal in het leven mee. De emoties die daarbij horen komen boven bij het leeghalen van het huis. Het in handen krijgen van spulletjes van vroeger roept emoties op. De leegte die het afstand doen van het ouderlijk huis oproept, kan verdriet naar boven halen bij broers en zussen. Het is niet alleen de zakelijkheid die telt. Geen rekening houden met de onderliggende is als wandelen door een mijnenveld.


De verrekening van de liefde

Het sterven van een ouder is de definitieve verzegeling van de ouder-kindrelatie. Je maakt de balans op van het leven in de verrekening van de liefde van je ouders (Van den Eerenbeemt, 2012). Wat hebben we voor elkaar betekend? Wie heeft het meest van hen gehouden? Wie heeft hen het meest verzorgd? Hebben ze niet gezien wat ik allemaal heb gedaan? Was ik maar wat vaker naar vader gegaan. Waarom ben ik op zijn uitnodiging tot gesprek niet ingegaan? Had ik maar zijn uitgestoken hand aangenomen. Gemiste kansen, voldoening, frustratie, onmacht, schuldgevoelens, boosheid, onvrede en tevredenheid warrelen door elkaar en leveren een smeltkroes van emoties op met een explosief mengsel. Elk kind heeft zijn verhaal en elk heeft ook recht op zijn verhaal.

In deze context moet er over verdeling worden gepraat. Verdeling van goederen en inboedel wordt dan verdeling van waarden en betekenissen. Broers en zussen kunnen het met elkaar eens zijn. De kans is echter veel groter dat ze tegenover elkaar komen te staan. De erfenis kan het strijdobject worden. Er bestaat een Vlaamse uitdrukking: ‘Als ze nog nooit een nalatenschap hebben verdeeld, weet je niet hoe het gaat in een familie.’ Het is niet zozeer de materiële erfenis die voor conflictenzorgt, maar als je goed luistert, stel je vast dat het veeleer gaat om de ideële nalatenschap van de ouders, om de van hen overgenomen aspecten van hun persoonlijkheid, om hun min of meer geheime levenstaken, ideeën en idealen. De erfenis valt te wegen, te meten of te tellen. Dat ieder ook een ideële nalatenschap in zich draagt, blijft daarentegen gemakkelijker verborgen. Een materiële erfenis kan je veel gemakkelijker in gelijke delen verdelen. Wat betreft de geestelijke nalatenschap ziet het er heel anders uit.

Elk kind heeft eigen en persoonlijke ervaringen met zijn ouders. Het gevoel meer of minder geliefd te zijn geweest, meer of minder kansen te hebben gekregen, zorgt onbewust voor spanningen die zich vertalen in materiële inzet. De zus die de vertrouwelinge was van de ouders, of die, omdat ze in de tweewoonst naast hen woonde, de voornaamste zorgdrager is geweest, kan na het overlijden door de anderen worden benijd. Het is belangrijk te beseffen dat deze emoties normale reacties zijn. Volwassen broers en zussen botsen op elkaar als de kinderen van weleer. Je kunt teleurgesteld zijn over het gedrag van broers en zussen, maar ook over jezelf. Je kunt ruzie maken over een koffieservies, een naaimachine. Je kunt alle zelfbeheersing verliezen en jezelf niet meer begrijpen. Je kunt heel onvoorspelbaar of dingen zeggen die je niet zo bedoelt. Hoe kan je nu vechten voor een koffieservies alsof je leven ervan afhangt. De ruzie wordt echter gevoed vanuit een immateriële bron.

Door de verdeling van goederen en materiële zaken kunnen broers en zussen tegenover elkaar komen te staan. Verbondenheid kan omslaan in botsende belangen. Waarom krijgt zij meer dan ik? Was ik dan niet zo belangrijk? ‘Het koffieservies van grootmoeder komt toch toe aan de oudste zus.’ ‘Ik ben al altijd benadeeld als jongste.’ ‘Moeder heeft het aan mij beloofd.’ Een eenvoudig iets kan tot symbool worden zoals in volgende anekdote.

Twee broers hielpen het appartement van moeder leegmaken. Hun zus is recent gescheiden en bij de verdeling door haar man erg tekort gedaan. Alles wat ze uit de inboedel van moeders appartement kan gebruiken is voor haar zodat ze een nieuwe start kan nemen. De broers hoeven niets. ’S Middags zitten ze beide op de dienst voor spoedeisende zorg. Ze zijn met elkaar op de vuist gegaan voor een tas waarvan het oor is afgebroken. Ze vonden allebei dat die aan hen toekwam. Het was de koffietas die moeder altijd gebruikte. Het gaat niet om de materiële waarde maar om de emotionele waarde. Het gaat om wie heeft het meest van moeder gehouden, wie heeft het meest voor haar gedaan, wie was voor haar de belangrijkste.

Als enig kind overblijven lijkt gemakkelijkst. Er hoeft immers niets te worden verdeeld. Maar er kan ook niets meer worden gedeeld. Voor het enig kind verdwijnt met de dood van de tweede ouderde laatste levende herinnering aan het gezin van de kinderjaren.Je hebt niemand meer waarmee je over de lekkere erwtensoep van mama kunt praten. Er kunnen geen conflicten ontstaan over geld en bezit. Dat is een schrale troost als je verleden is voor een deel is afgesneden. Herinneringen kunnen delen kan een kostbaarder goed zijn dan materiële goederen.


Overleg en transparantie

Het tijdig bespreken kan veel problemen voorkomen. De naderende dood en de erfenis zijn echter gespreksonderwerpen die zeer moeilijk liggen. Praten over geld is voor veel mensen taboe, en over de dood ook.Als je er over wil praten is meestal wel een van de kinderen die het onderwerp wegwuift. ‘Maar mama, jij zal nog iedereen overleven.’ Gevoelsmatig ga je er vaak vanuit dat ouders altijd zullen blijven leven. Je kunt met het spreken of het zwijgen over deze twee onderwerpen verbondenheid versterken of breken.

Misschien is tijdig nadenken over de zorg die je later wel en niet meer zou willen in de laatste periode van je leven en dit met je kinderen bespreken het allereerste dat je best kunt doen. Het voorkomt veel spanningen rondom je ziekbed. Er kan immers een moment komen dat je niet meer in staat bent om je wil te vormen of te uiten. Een van de kinderen kan dan als vertegenwoordiger moeten optreden. Hij of zij moet dan in jouw naam beslissen over de medische behandeling die je niet meer zou hebben gewild. Als je daar nooit over hebt nagedacht, dat met niemand hebt besproken, en het zelf niet meer kunt zeggen, staan de kinderen voor zeer stresserende beslissingen. Wie van de kinderen kan als vertegenwoordiger optreden? Je kunt dit best vooraf met hen bespreken dat dit duidelijk is. Zo vermijdt je veel spanningen achteraf. Door botsingen te voorkomen bouw je een steviger emotionele nalatenschap op die je aan je kinderen kunt meegeven. Het is ook een gelegenheid om je kinderen duidelijk te maken dat je altijd van hen hebt gehouden en ook altijd van hen zult blijven houden. Dat is de mooiste erfenis die je aan kinderen en kleinkinderen kunt meegeven.

Kinderen worden ook beter geholpen met de afwikkeling van de erfenis als je het in alle openheid hebt besproken. Als je er niet over kunt praten in onverdachte tijden, is het voor de kinderen nog veel moeilijker in de dagen van gemis en verdriet. Nabestaanden kunnen in verwarring zijn, tijdelijk de weg kwijt zijn. Door het verdriet liggen zenuwen aan de oppervlakte. In die emotioneel zware periode komen er op nabestaanden veel dingen af die moeten worden geregeld. Erven confronteert nabestaanden met hun toekomst en met hun levensgeschiedenis. Je weet nooit vooraf welk element uit die geschiedenis wordt geraakt en wat het allemaal in beweging brengt.

Schenkingen zijn bewijzen van ouderliefde in natura. blijken van liefde en genegenheid. Het opmaken van een testament is voor de kinderen de finale graadmeter van hoe hun ouders over hen denken en van wat kinderen hebben betekend. Het is alsof de rekening van vreugde en verdriet wordt afgewogen tegen de balans van geven en ontvangen. Zowel de schenkers als de ontvangers houden er best rekening mee dat het gewicht in emoties het gewicht in goud verregaand kan overtreffen.

Een vader wil na de dood van moeder haar juwelen verdelen tussen de vier dochters. Het is een familietraditie dat de juwelen gaan naar de eigen dochters, en vandaar weer naar hun dochters. Hij staat voor een onmogelijke opdracht, want ze hebben nooit met elkaar overeen kunnen komen. Moet hij alles laten schatten om zo tot een objectieve verdeling te komen? Hij krijgt de raad ze alle vier uit te nodigen op een zondagnamiddag, en het onderwerp als volgt te introduceren: ‘Ik zou volgens de familietraditie de juwelen van jullie moeder willen verdelen. Ze zijn echter niet te verdelen. Ik zou ze allemaal willen geven aan elk van jullie. Voor jullie moeder en ook voor mij is ieder van jullie zo kostbaar en zo belangrijk. We vinden dat jullie elk het recht hebben op alle juwelen.’ In enkele ogenblikken waren de juwelen onder hun vier verdeeld, zonder discussies en conflicten. Ze waren als dochters naar waarde geschat en dat oversteeg de reële waarde van de juwelen.


De wereld op zijn kop

Als je aan erfenissen denkt, gaan je gedachten spontaan naar de verticale lijn en dit in een welbepaalde volgorde: van ouders naar kinderen, van grootouders naar kleinkinderen. Dat is de lijn van de natuur. De pijn van erven is bijzonder schrijnend als ouders, broers en zussen erfgenaam worden van hun kind, hun broer of zus. Het wordt beleefd als tegen de natuur dat ouders hun kinderen moeten begraven. Door de vooruitgang van de medische wetenschap, de betere voeding en de betere hygiëne is de kindersterfte in de westerse samenleving erg afgenomen. Het feit dat het minder frequent voorkomt maakt het niet minder pijnlijk voor mensen die ermee worden geconfronteerd. En door de toename van de gemiddelde levensverwachting ontstaat het nieuwe fenomeen dat soms meer ouderen hun volwassen kinderen overleven. Erven van je kind wordt als een onrechtmatig lot beleefd. Zelfs als alles in de beste omstandigheden en volgens de juiste juridische regels wordt afgewikkeld wordt het toch ervaren als tegen de natuur der dingen. Ook broers en zussen die een erfdeel ontvangen van hun broer of zus voelen zich vaak schuldig dat ze dit ‘moeten’ aannemen. Ook bij de verdeling van de erfenis van ouderskan het moeilijk zijn een groter erfdeel te ontvangen omdat een broer of zus wegens vroegtijdig overlijden niet meer kan meedelen. Het is belangrijk erbij stil te staan dat in heel veel omstandigheden delen van een materiële nalatenschap ook delen is van emoties en van verbondenheid. Wie is er voorbereid in het leven om een kind op jonge leeftijd te begraven? En wie kan je troosten met een groter erfdeel als dat betekent dat je zonder je lievelingsbroer de verder toekomst tegemoet moet zien?


Verbondenheid in de familiegeschiedenis

Erfenisverhalen worden vaak overgeleverd en gaan generaties mee als anekdotes, als krijgsverhalen maar vooral als verhalen van pijn en onrecht. Het kan families ontwrichten en belasten tot in de komende generaties. Wie zich onrecht voelt aangedaankan soms niet meer met broers of zussen door dezelfde deur. Wat ooit is begonnen als een eenvoudige verdeling van nalatenschap wordt dan omgezet in een wantrouwen waarmee de volgende generaties worden opgezadeld. Als je wil werken aan verbondenheid over de generaties heen is het belangrijk tijdig maar ook openheid en transparantie na te streven. Tijdig bespreken vermijdt dat moeilijke zaken moeten worden geregeld midden in een emotionele aardbeving. Je kunt ervoor zorgen dat je goede verhalen meegeeft aan de komende generaties. Zo laat je hen met warmte terugdenken.


Manu Keirse
Emeritus hoogleraar Faculteit Geneeskunde KU Leuven

Meer info: Manu Keirse, Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Volledig nieuwe editie. Tielt: Lannoo; 2017.

Veilig op de fiets

Veilig op de fiets


De maandelijkse fietstochten van onze ‘fietswandelaars’ zullen zeker voor sommigen een motivatie betekenen om dagelijks meer gebruik te maken van de fiets. Dan wel op een veilige manier, met een fietshelm als essentieel accessoire. Vooral met elektrische fietsen waar de snelheid meestal wat hoger ligt, ligt het gevaar om de hoek. Wij vonden bij CM een folder met onderstaande raadgevingen bij de aanschaf van een fietshelm.

We fietsen omdat het leuk is én goed voor het milieu. Maar ook omdat af en toe een fietstochtje inlassen je helpt om op een aangename manier je dagelijkse portie lichaamsbeweging te verhogen. Wist je dat door dertig minuten per dag matig intensief te bewegen (wandelen, joggen,fietsen …) je gezondheid er erg op vooruitgaat? Probeer het eens en je zal na verloop van tijd merken dat je fysieke gezondheid verbetert, dat je minder last hebt van stress en dat je beter slaapt.

‘Een fiets gaat niet zo snel als een brommer. Waarom is een fietshelm dan nodig?’

Misschien maakte je dit al mee: je wandelt op straat en plots loop je met je hoofd tegen een paal. Wist je dat zo’n botsing aan een snelheid van ongeveer 4 km per uur gebeurt? Op de fiets rijd je minstens driemaal sneller. Beeld je eens in wat voor een klap je hoofd dan zou krijgen!

‘Ik heb een “hard hoofd”, een fietshelm is voor mij overbodig.’

Een hoofd is een kwetsbaar iets. Twee op de drie personen die door een fietsongeval terechtkomen op de spoeddienst, hebben hoofdletsels. Hoofdbescherming is dus een absolute noodzaak! Een val op het hoofd kan namelijk zware gevolgen hebben: hersenschudding, schedelbreuk, hersenletsel...

Fietshelmen praktisch bekeken

Kwaliteitslabel CE EN 1078

Een goede fietshelm is er een die officieel goedgekeurd is volgens de Europese norm. Let op de aanwezigheid van het kwaliteitslabel CE EN 1078. Op sommige helmen staat enkel een CE-label. Dat wil enkel zeggen dat de helm voldoet aan ‘een’ Europese norm die evengoed naar speelgoed kan verwijzen en geen garantie biedt voor een degelijke fietshelm.

De juiste helm voor het juiste hoofd: passen is de boodschap!

De maat van de helm stemt overeen met de hoofdomtrek ter hoogte van het voorhoofd. Sluit de kinband goed aan en schud je hoofd krachtig van links naar rechts en van boven naar onder. De helm mag niet verschuiven. Vaak wordt een set passtukken van kunststofschuim meegeleverd zodat je de helm kunt aanpassen aan je hoofd. Kies voor een sluiting die vlot open en dicht klikt en die gemakkelijk verstelbaar is.

Een helm in een heldere kleur zorgt ervoor dat je beter opgemerkt wordt in het verkeer, vooral als het donker begint te worden. Maar denk eraan: laat je kind vooral een helm kiezen die hij of zij mooi vindt.

Gebruiktips

• Pas voor je vertrekt de lengte van de kinriem aan. Zo blijft de helm goed op je hoofd zitten. Klik je helm altijd vast.

• Behandel je helm met zachtheid. Werp hem niet in een hoekje maar leg hem op een beschutte plaats. Alleen zo ben je er zeker van dat de helm al zijn beschermende eigenschappen bewaart.

• Na een harde val moet je hem altijd vervangen, ook al ziet hij er nog intact uit! De schokabsorberende binnenvulling werkt dan niet meer zoals het hoort. Alleen een fietshelm in perfecte staat (ook binnenin!) garandeert een optimale veiligheid.

Tekst op basis van een folder samengesteld door de dienst communicatie van CM en het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid.

Casa Cura

Casa Cura (2017)


Zorg Leuven zoekt kotmadam of kotheer voor Casa Cura

Heeft u een leegstaande kamer en zin in gezelschap? Dan bent u misschien een geschikte kandidaat voor Casa Cura.

Casa Cura kan u, als inwoner van Leuven, voorstellen aan een student die een kot zoekt voor volgend academiejaar. Voor u is dit een unieke kans om wat extra leven in uw woning te brengen. Voor de student een kans om op een rustige manier te kunnen studeren in een warme, huiselijke omgeving. Er kan af en toe samen gegeten worden, er is tijd voor een babbeltje en u leeft niet meer alleen, wat er voor zorgt dat u ook langer met een gerust hart thuis kunt blijven wonen.

Ook financieel is dit zowel voor u als voor de student gunstig: u genereert bijkomende inkomsten en de student huurt aan een lagere huurprijs in ruil voor zijn/haar engagement.

Om deel te nemen aan dit project, moet u voldoen aan volgende voorwaarden:Afbeelding verwijderd.

  • je huurt of bent eigenaar van een huis of appartement in groot-Leuven.
  • je hebt een vrije kamer van minimum 12 m²
  • je bent meer dan 65 jaar oud of bent hulpbehoevend (omwille van handicap, …)
  • je bent cliënt van de thuiszorg van Zorg Leuven of bent bereid cliënt te worden.
  • je bent bereid enkele ruimtes van je woning te delen: badkamer, keuken, …


Dit academiejaar stapten vijf duo’s mee in het project Casa Cura. Enkele voorbeelden:

Marc is 57 jaar, blind en woont in een groot huis in het centrum van Leuven. Gilles studeert Rechten aan de KU Leuven, maar zag het kotleven minder zitten. Dankzij Casa Cura woont hij sinds dit academiejaar bij Marc in. De twee zijn intussen meer dan louter huisgenoten. Zo zijn ze wekelijks samen te vinden in de fitness. Op donderdag brengt Gilles Marc naar zijn wekelijkse bridgeavond.

Casa Cura bracht ook Toon en Maurits samen. Toon zocht voor dit academiejaar een alternatief voor een studentenhuis op de privémarkt. Deze student Geneeskunde en Wijsbegeerte wou meer dan alleen maar een dak boven zijn hoofd. In juli trok Toon in bij Maurits, een oud-diplomaat. Hij was vooral op zoek naar gezelschap, iemand die zijn intrek kon nemen in zijn grote huis. Toon en Maurits delen verschillende interesses: klassieke muziek, piano spelen, filosoferen en een goed gesprek.

De zoektocht naar een geschikte student, het bepalen van de huurprijs, de nodige ondersteuning met het papierwerk, de opvolging, …. wordt voor u in handen genomen door een maatschappelijk werker van Zorg Leuven. Ook nadien is er nog regelmatig contact met de maatschappelijk werker voor vragen of ter opvolging van jullie tevredenheid.

Casa Cura is een project gedragen door de thuiszorg van Zorg Leuven in samenwerking met de stad Leuven, de huisvestingsdienst van de KU Leuven en de provincie.

Ziet u ook de voordelen om uw woning te delen met een student? Aarzel niet en neem snel contact op met Marijke Van Dyck, maatschappelijk werker bij Zorg Leuven.

Gert-Jan Plessers
Maatschappelijk werker Thuiszorg
Thuiszorg Leuven: poetsdienst en dienstencheques & Casa Cura
016 24 83 24