Overslaan en naar de inhoud gaan
Tweemaandelijks woordje van het pastoraal team

Spirtualiteit februari 2022

Spirtualiteit februari 2022


De magnolia zal weer bloeien

Het nieuwe jaar is nog kakelvers. De straten zijn nog vol… vol lichtjes en vol mensen. Mensen  die zich haasten van de ene winkel naar de ander, om het juiste koopje op de kop te tikken. Want ze hebben niets meer om aan te doen. Nochtans ben ik er zeker van…. Dat wanneer ik al die kleerkasten eens zou mogen inspecteren dat er meer…, neen dat er veel meer dan genoeg is om veel naakten te kleden.

Maar ja een nieuw jaar, een nieuw seizoen dan willen we wel eens wat anders, iets nieuws.We kijken al eens achterom en we kijken graag vooruit. En ik meen dat ze allebei belangrijk zijn. Achterom kijken doen we om onze herinneringen bij te spijkeren. De goede en minder goede ervaringen… we moeten ze wegen en overwegen en er de nodige lessen uit trekken. We kunnen ze ons vooral herinneren opdat ze iets van ons innerlijk kunnen worden. Zo worden ze ‘onze’ geschiedenis omdat zij het zijn die maken wie we zijn. We moeten al die dingen en ervaringen, ontmoetingen met mensen en nog zoveel meer ‘in perspectief’ plaatsen.

We kunnen ze leren relativeren dwz in relatie brengen tot het groter geheel. En dan krijgen ze hun juiste waarde en onwaarde. Dan ontdekken we hoe belangrijk of hoe onbelangrijk ze waren en zijn. En natuurlijk mogen (kunnen) we ook vooruitkijken naar de toekomst. Misschien doen we dat met enige onzekerheid, dat kan en dat mag. Maar laat ons vooral naar de toekomst kijken met hoop en vertrouwen. En laten we mekaar daarbij tot steun en toeverlaat zijn. Samen zijn we zoveel meer dan elk alleen.


2021

een jaar om vlug te vergetenAfbeelding verwijderd.
of nee, toch niet,
een jaar om niet te vergeten
vooral niet vergeten …
dat we kwetsbaar zijn,
dat we elkaar nodig hebben,
dat we niet moeten treuren om wat niet kan
dat we blij kunnen zijn met wat wel mogelijk is
dat kleine gebaren van goedheid kostbaar zijn
dat we heel veel kunnen missen
dat we zo gelukkig kunnen zijn met elkaar


2022

wees gerust
de magnolia zal weer bloeien
de botten zijn al aan het groeien
het licht breekt door
nu wij nog
het komt goed


Willy Staessens

Spirtualiteit december 2021

Spirtualiteit december 2021


D’ herdertjes…en d’engelen…

Het is nog geen Allerheiligen geweest en een mens moet al vooruit denken en schrijven voor het volgende Clubblad over kerstmis en nieuwjaar. En dan moeten de bladeren nog vallen… en met hen de inspiratie. En het heeft nog niet gevroren…

Gelukkig zijn er van die mooie oude liederen en mensen om ons te inspireren met goede woorden en
gedachten. Die verder waaien dan vallende bladeren en die hopelijk ook ons hart verwarmen. Het zijn
van die'kleingelukskes' uit het: “Geluk zit in een klein boekske”.

Ze doen ons anders kijken naar de dingen en het leven, met open ogen en een ontvankelijk hart. En nu we
van tante Corona mekaar weer meer mogen zien en (aan)raken, kunnen we opnieuw meer bouwen aan
gemeenschap en verbondenheid.

Je kent ze wel:

d’herdertjes uit het kerstlied.
Ze lagen bij nacht in het veld.
Ze hielden de wacht.

Weet je hoe?
Vol 'trouwe':
mensen op wie je kunt rekenen.
Ze hadden uit zorg hun schaapjes geteld.
Er mag immers geen enkel schaap verloren gaan.

Toen hoorden ze wat.
En dan scheiden de wegen 
van wie wel of niet gelooft
in de kracht en het wonder
van het leven, in God.

Wie niet gelooft, hoort niets,
tenzij misschien het blaffen van de hond.
Wie wel gelooft, hoort 'd'engelen zingen,
hun liederen, vloeiend en klaar'.

De eersten draaien zich eens om en slapen in.
De laatsten gaan op weg
naar Betlehem, de plek waar het Kind
geboren is in een stal.

Daar knielen ze neer, zo groot als ze zijn.
Ze weten plots in een straal die hen treft:
God-is-met-ons, in dit kind.

Mijn wens voor jou is niet
“slaap wel in het volgend jaar",
maar "hoor het lied dat komt uit den hoge:
vrede voor mensen van goede wil.

Vaya con Dios".   A.Q.

Willy staessens

Spirtualiteit september 2021

Spirtualiteit september 2021


Brandende liefde

Het zomert volop. Het weer is er weer. een beetje zon en een beetje regen. Maar wel lange dagen. En dat vind ik fijn. Dat is voor mij zomer: licht, veel licht. En daar boven op ben ik een echte gelukzak. Ik woon naast de Leuvense Kruidtuin en geniet elke dag van al zijn weelde. Ik noem hem ‘mijn tuin’ of ‘onze tuin’. Én… ik moet hem niet onderhouden. De laatste tijd houd ik me al eens bezig met het lezen van de naamplaatjes die bij de verschillende planten staan. Daar staat in heel plechtig latijn hun soort, hun geslacht en hun particuliere naam… en heel vaak ook hun volkse naam en dat is soms heel grappig.

Ik noem er enkele: heksenkruid, tripmadam, dagschone, slaapmutsje, rots-honger-bloempje,, tranend-hartje, muizestaart, wildemanskruid, juffertje-in-t’groen, naald-van-Clopatra, drie-uren-bloem, hoe-langer-hoe-liever, oude wijfjes,  én natuurlijk niet te vergeten: ‘Brandende Liefde’ en daar begon de inspiratie voor deze bijdrage.

Brandende of vurige liefde…natuurlijk zijn we allemaal al lang geen 20-30 jaar meer. De liefde van toen zal misschien wel wat meer in brand gestaan hebben dan nu. Maar liefde is liefde. Ze heeft vele schakeringen. En met de jaren kleurt ze wellicht wat zachter en milder en geduldiger. Ik moet niets meer veroveren, niets meer bewijzen .We kunnen wat meer koesteren, naar mekaar kijken met begrip voor het anders zijn van elkaar. Want ik ben ik en jij bent jij. In de volksmond zeggen we al eens: ieder kent zijne zot. Dat klinkt misschien een beetje negatief maar het is het niet. Langzaam leren we mekaar aanvaarden en respecteren. En we hebben ieder van ons met onszelf en samen met elkaar en met anderen de geschiedenis geschreven die ons gemaakt heeft tot wie we nu zijn. En dat maakt ons dankbaar en mild om zoveel dat we samen hebben doorgemaakt…het goede en het kwade. De goede en de kwade dagen, weet je wel !.

Liefde of ze nu fel brandend is of bezadigd en mild… we kunnen niet zonder. Elk van ons afzonderlijk in zijn/haar situatie en ook als groep van senioren. Het is de liefde (ik wil het zo noemen) die ons bijeen brengt en bijeenhoudt.

En ik wil besluiten met het Hooglied van Sint Paulus:

Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal.

Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets.

Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb, baat het mij niets.

De liefde is lankmoedig en goedertieren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in.

Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan.

Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt haar vreugde in de waarheid.

Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij.

De liefde vergaat nimmer.

De gave der profetie zal verdwijnen, tongen zullen verstommen, de kennis zal een einde nemen.

Want ons kennen is stukwerk en stukwerk ons profeteren.

Maar wanneer het volmaakte komt, heeft het onvolmaakte afgedaan.

Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, dacht ik als een kind; nu ik man geworden ben, heb ik het kinderlijke afgelegd.

Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht.

Thans ken ik slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals ik zelf gekend ben.

Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie; maar de liefde is de grootste.

(1 Korinthiërs 13)


Willy Staessens

Spirtualiteit juni 2021

Spirtualiteit juni 2021


Eindelijk is hij er weer…. die mooie zomer
Hoe hebben we er naar uitgekeken… naar het einde van???…en het komen van de zomer. Hopelijk zijn we nu allemaal voorzien van het nodige anti-gif, en kunnen we stilaan terug een beetje hopen op wat meer contact en misschien ook al voorzichtig naar een of andere activiteit. Want na die donkere, nare periode van ‘pas op’ en ‘blijf in uw kot’ mogen we toch al wat dromen, hoop ik toch. Voor ons allemaal, want we hebben elkaar toch lang moeten missen, al die tijd. Een telefoontje doet natuurlijk deugd, maar het is niet hetzelfde als mekaar zien van aangezicht tot aangezicht. De vreugde delen van het Afbeelding verwijderd.elkaar weerzien, maar ook de droefheid soms om wat je is overkomen… ziekte of het verlies van een dierbare of een andere tegenslag. Dat kunnen delen zomaar met iemand waarmee je op dat moment toevallig mee optrekt.., het is van levensbelang en doet ontzettend deugd. Het maakt deel uit van de ziel van onze club, naast natuurlijk ook de aangename dingen, samen op stap,  letterlijk dan of een uitje naar hier of daar, een boeiende culturele act, en nog zoveel meer. Daar droom ik van, nu al op een koude regenachtige dag in maart (wanneer ik dit schrijf) tegen het moment dat jullie dit lezen in juni.

Maar daardoor wordt het me ook duidelijk hoe zeer ik verlang naar licht en warmte en de lange dagen, in de natuur en onder ons. En dat heb ik - en wellicht wij allemaal - het voorbije jaar zo erg gemist. Maar het gemis doet ons ook het belang beseffen van datgene wat nu niet mogelijk is. Hopelijk is het ook een leerschool in dankbaarheid voor zoveel, waar we anders bijna achteloos aan voorbij gaan of wat we vanzelfsprekend vinden. En waar zoveel vrijwilligers onder ons, zich met hart en ziel voor inzetten. Waarvoor dank !!!

Eindelijk is hij er weer…. die mooie zomer en misschien mogen we er dan weer op uit, daar hoop ik op, daar droom ik van…

Dromen mag altijd; wanneer we niet meer dromen is alles doods en uitzichtloos. Maar we kunnen onze dromen ook een beetje helpen. Het moet niet altijd van de ene of de andere kant komen. Er is altijd ook onze kant, en daar moeten wij zelf voor zorgen, jij en ik. Daarom graag dit verhaaltje:

In een droom wandelde ik door het dorp en ik zag opeens een winkeltje dat ik nog nooit eerder gezien had. Op de ruit stond met grote letters: 'hier zijn alleen maar goede dingen te koop'. Nou, daar wilde ik wel wat meer over weten en dus ging ik naar binnen. Er was eigenlijk niets te zien in het winkeltje, maar achter de toonbank zag ik een engel staan. Wat zenuwachtig vroeg ik: verkoopt u echt alleen maar goede dingen? De engel zei vriendelijk: Ja zeker, alle goede dingen die je je maar bedenken kunt. Ik zei toen: dan wil ik vrede op aarde, geen gepest meer in de scholen, einde aan alle oorlogen, groot en klein, einde aan alle verdeeldheid, alleen maar heel goede harmonieuze gezinnen, gelijkheid tussen alle mensen, geest van hechte saamhorigheid in de gemeenschap.

Ik wilde nog veel meer vragen maar de engel onderbrak me en zei: pardon, u begrijpt het niet helemaal, wij verkopen geen vruchten. Wij verkopen hier enkel maar zaadjes.

chassidisch verhaal


Willy Staessens (pastor)

Spiritualiteit februari 2021

Spiritualiteit februari 2021


LAAT JE EENS AANGENAAM VERRASSEN DOOR ... HET GELUK!

“In het centrum van het land stijgen de temperaturen naar 14°c, het wordt lente” zegt me de warme stem van de weerman op de radio. Het zingt ook in mij, ik voel ‘iets’. Lentekriebels? Zo zou je het kunnen formuleren. Het is alleszins het verdoken uitkijken naar licht en warmte dat nu in alle hevigheid de kop opsteekt. Ik haal Vivaldi uit het CD-rek; ik wil met Martinus Nijhoff (dichter) in het gras gaan liggen en fantaseren over wat ik in de wolken zie. Herken je het gevoel? Fantaseren, dromen over nieuwe geuren en kleuren, de drang om ... gelukkig te zijn.

Ach ja, gelukkig zijn, wie wil dàt nu niet?

Voor ons allen nu met die hele covid affaire?... of voor mensen in het ziekenhuis?...

Velen onder ons hebben jaren in het ziekenhuis gewerkt, elk op zijn/haar manier, en elk van ons heeft veel meegemaakt, op het werk en in het eigen leven. Iedereen kan dat best invullen voor zichzelf.Samen zou dat een heel brede waaier van mooie en minder mooie ervaringen, teveel zelfs voor een boek.

Ik mocht dat doen als pastor in Gasthuisberg. Met mensen die je gegeven worden op weggaan. En dan komt er heel wat ter sprake. Geluk…. Het is niet zo evident, zou je denken, om in het ziekenhuis geluk aan te treffen. Patiënten hebben pijn, angst, zijn afhankelijk van anderen, alles is vreemd.

“Je hebt een trieste job, meneer de pastor. Altijd op bezoek gaan bij zieke mensen en luisteren naar hun verhalen over ellende, pijn en verdriet.”

Nee, meneer, je hebt het - gelukkig maar - helemaal fout. Het ziekenhuis is de plaats bij uitstek om geluk te ontdekken. En de patiënt is vaak de uitgelezen figuur om je te leren zien dat geluk nooit veraf is. Tenminste als we op dezelfde golflengte zitten en praten over écht geluk. Is geluk eerst een dure jurk moeten kopen om dan pas te kunnen genieten van een uitgebreid etentje in een verafgelegen restaurant waar je eigenlijk toch weleens moet geweest zijn?! Ingewikkeld, nietwaar? Vele mensen denken dezelfde weg te moeten bewandelen (of lopen) om hun geluk te vinden. Dure auto’s, verre reizen, aparte bezigheden, dat zijn de parameters voor je geluk. We zoeken het geluk veraf en lopen daar bij ons zelf voorbij. Nochtans liggen diep in onszelf de wortels om een gelukkig leven op te bouwen.

En ik meen dat we naast de vele narigheden en beperkingen die we door tante Corona moesten ondergaan, ook een aantal belangrijke zaken hebben (her)ontdekt. Het belang van de rust en de innerlijke stilte. Zo kom je dingen op het spoor die voor jou belangrijk zijn en waar je nu bij stil kunt staan. Genieten van een boek, een mooi stukje muziek, een streepje zon doorheen de donkere wolken. Een klein wandelingetje in de buitenlucht met een vriend(in)... en natuurlijk het VERLANGEN. Het verlangen naar de lente, de zon, het licht. Het verlangen naar ontmoetingen met mensen waar je om geeft... naar jullie.

Maar er is een groot verschil tussen verlangen en verwachten. Verlangen staat open, laat veel onvoorziens (onverwachts) toe. Verwachtingen zijn meer gesloten, ze zijn op concrete dingen of gebeurtenissen gericht, gericht op iets… dat moet of zal gebeuren. Als we over verlangen spreken zitten we op het niveau van geluk. Namelijk laten gebeuren wat op je afkomt als mogelijkheid. Dat gebeurt altijd in het leven. En nu we wat ouder worden voelen we de grenzen en de beperkingen. Maar geluk is in het leven zoals het is en niet anders, de mogelijkheden en kansen zien die je worden geboden en die in je twee handen nemen. En je laten verrassen wat het geeft.

Dàt is nu precies wat vele zieken ons voor ogen houden. Precies door hun beperktheid hebben ze ontdekt dat je geluk niet veraf in uiterlijke pracht en praal moet gaan zoeken, maar dieper in jezelf. In de tevredenheid met jezelf, in de dankbaarheid om wat er ooit is geweest en om wat er nu - hoe beperkt soms ook - nog kan zijn. In het besef dat er voor je gezorgd wordt en dat je bemind wordt. In de wetenschap dat je zelf nog van iemand kan houden. In het geloof dat je door God bemind wordt, Bron van alle leven, die het kwetsbare oneindig teder draagt.

Het geluk is in hun leven blijvend aanwezig. En ze staan er voor open.

En om te eindigen: “Er bestaat meer dan één weg naar geluk: …stoppen met ons zorgen te maken over zaken waar we geen invloed op hebben.” Epiktetos (Griekse vaasschilder 520 voor christus) lang geleden hè en al zo’n wijsheid.

Willy Staessens
18 januari 2021

Ver af en dicht bij

Spiritualiteit september 2020


Ver af en dicht bij

Tijdens mijn opleiding als ziekenhuispastor werd er veel nadruk gelegd op de zogenaamde tegenstelling, of liever de balans, tussen afstand & nabijheid. Hiermee werd bedoeld dat je een goed evenwicht moest leren hanteren tussen die twee uitersten.

Om iemand echt ‘nabij’ te kunnen zijn, moet je empathisch (inlevend) luisteren. Aanwezig en in-wezig proberen te zijn. Proberen te proeven en smaken wat iemand echt meemaakt. De pijn, het verdriet, de onmacht, maar ook de kleine en de grote vreugden, de hoop en het verlangen, het uitzien naar…eigenlijk alles wat des mensen is.

Dat is ontzettend belangrijk (wezenlijk eigenlijk) wanneer je iemand echt wil ontmoeten. Het gevolg is dat het je dan ook zelf heel diep beroert, aangrijpt, je mee-neemt en hét mee neemt.

Op zichzelf is dat een wonder gebeuren. Want juist dan gebeurt er iets tussen mensen nl. ‘ontmoeting’.Dat doet deugd, is verrijkend en leven-gevend.

Maar het is aan niemand geven om dat telkens weer opnieuw, telkens na elkaar met deze of gene mens te beleven of te proberen. Want het neemt je met huid en haar helemaal in.

Vandaar die ‘afstand’. Of om het anders te zeggen: je mag het niet mee naar huis nemen. Nog sterker zelfs je mag het niet meenemen naar een andere plaats , naar een volgende ontmoeting. Je moet het loslaten, er afstand van nemen. Het daar laten waar het is.

Alleen dan kan je weer vrij worden voor iets nieuws, voor iets of iemand die zo maar op je weg komt

Tijdens de ‘coronatijd’(‘kroontjestijd’) hebben we vooral ervaren hoe afwezig nabijheid en ontmoeting waren. We konden en mochten elkaar niet nabij komen: mekaar zien, horen en voelen. En dat voelde, hoe langer het duurde, erg desolaat aan.

Maar we leren hier ook uit hoe belangrijk het is mekaar te kunnen aanraken: een warme handdruk, soms eens iemand tegen je gilet kunnen trekken, een hartelijke omhelzing… allemaal tekens en symbolen (tastbare) dat je van iemand houd, dat je om iemand geeft, dat je iemand nabij wil zijn. Ik hoop dat dit weldra opnieuw kan…elkaar opnieuw knuffelen zei Dirk De Wachter, want er is huid-honger en er is verkilling en verstarring onder de mensen. Waar je anders blij en vrolijk waart omdat je iemand ontmoette, ben je nu bevreesd en angstig. Want misschien ben ik wel een bedreiging voor jou of ben jij een bedreiging voor mij. Dus zetten we allemaal ons masker op. Want het moet!!!

Ik zou iets anders willen voorstellen…laten we met zijn allen of om te beginnen met enkelen op bedevaart gaan naar ….. ??? het kapelleken van de Heilige Corona, om te verkrijgen dat deze pest zo vlug mogelijk achter ons ligt en dat we weer normaal kunnen doen.

Ik weet niet of we zullen verhoord worden en of zo’n pelgrimage zal helpen om de ziekte het land uit te krijgen. Maar ze zal in elk geval helpen mekaar te ontmoeten, onderweg er naar toe. Als er gegadigden zijn laat het maar weten.

Willy Staessens

En als toemaatje nog een mooi tekstje van Kris Gelaude

Weerklank

Zoals bomen gegrond in eigen aarde elk op zich te wuiven staan,
maar evengoed van lieverlee samen een bos kunnen beginnen,
zo kan het ook gebeuren met een woord.
In de ontmoeting met een ander woord wordt het meer dan alleen.
Al wat bestaat heeft weerklank nodig. Niet het minst een mens.
Want zonder taal en tegentaal komt men niet verder dan zichzelf.

Zullen wij het maar genoeg proberen?
Wachten, luisteren, op zoek gaan naar elkaar, bedachtzaam en geduldig.
En in gesprek een weg ontwaren. Desnoods een ongebaande.

Kris Gelaude (TVG jrg 76 n°2)

Een plaats om even alleen te zijn

Spiritualiteit februari 2020


Een plaats om even alleen te zijn

‘Ik ben zo vaak in de kapel geweest toen mijn man hier opgenomen was.
Het is er zo stil, zo rustig...’ zegt iemand me.
Het is geen uitzondering dat dit me gezegd wordt, ik hoor het vaak.
Het verrast me telkens weer hoe de kapel een soort oase is waar mensen graag verblijven.
Mensen lopen in en uit, zoeken een plaatsje om te zitten. Afbeelding verwijderd.
Keuze genoeg: bij Maria, bij het licht van de kaarsjes, of helemaal aan de andere kant wat verscholen in het donker- mensen zoeken een plaats naargelang het ogenblik.
Sommigen wippen maar even binnen, als is het een gestolen moment, anderen kunnen urenlang blijven mijmeren, genietend van de rustige muziek.
Het zijn niet alleen de mensen die regelmatig naar de kerk gaan.
Het gaat om heel verschillende mensen, met elk een heel eigen levensverhaal.
Ook de leeftijd zou je verbaasd doen staan...
De kapel op Gasthuisberg is een toevlucht voor vele mensen, jong en oud, van allerlei slag.

Eén ding hebben ze gemeenschappelijk denk ik: ze voelen zich om een of andere reden kwetsbaar en willen in dit grote huis een beetje rust vinden, een plek om alleen te zijn, om te schuilen,om even weg te kruipen van alles daarbuiten, een plek om op adem te komen en op krachten te komen... om stilte staan bij wat gebeurt, een plek om na te denken of in alle intimiteituit te huilen.

Het is ook een oord van toevertrouwen, het intentieboek is daarvan een stille, maar indrukwekkende getuige...
Je moeteens de tijd nemen om het in te kijken.
Je wordt vervuld van schroom... het is alsof je een glimp opvangt van de ziel van mensen, heel kwetsbare mensen die houvast zoeken of gewoon aan Iemand willen toevertrouwen wat ze zo moeilijk aan hun medemensen kunnen zeggen.
Heel direct en in weinig woorden voel je de pijn of de hunkering van mensen, heel gevoelig word je voor hun vreugde en hun zorgen.
Ze vragen bescherming en zegening zonder misschien altijd even diep te beseffen dat dat onder al hun vragen ligt vragen die op zoveel verschillende manieren worden geformuleerd.
De eenvoud van de woorden, de schreeuw van opstandigheid of de dringende vraag om hulp, de dankbaarheid en de verbondenheid van mensen met elkaar, de overgave... en nog zoveel meer.

De aarzelende zoektocht naar iemand die van elders tegemoetkomt en begrijpt, het eenvoudige geloof in een God, in Maria, spreken mij van de diepe nood van mensen zonder onderscheid.
Als ik naar Gasthuisberg ga, voor anderen of voor mezelf, loop ik altijd even binnen. Want ook mijn eigen nood als mens, als pastor vindt er ruimte.
Goddank voor deze plaats.

Willy Staessens, 9 december 2019

Alles heeft zijn tijd

Spiritualiteit december 2019


De koude winter is voorbij (hopen we) en de lente breekt aan. Tijdens de donkere winter heeft de natuur zich gereed gemaakt om nu opnieuw uit te breken in volle pracht. Dat telkens weerkerende gebeuren nodigt ook ons uit om er opnieuw iets moois van te maken. Wij samen op weg, al wandelend of al fietsend of op weg naar een of ander evenement. Maar ‘samen’, gaande de weg, elk met zijn of haar verhaal, zijn of haar leven of verleden, zijn of haar verdriet en vreugde hier en nu. En die mogen allemaal aan bod komen, ten gepaste tijd. Toevallig soms, wanneer we met die of die aan de praat geraken, en de dingen ter spraken komen, die belangrijk zijn voor ons, en die elk van ons met zich mee-draagt. En zo ontstaat er ontmoeting tussen mensen. Misschien is dat wel het allerbelangrijkste doel van onze seniorenclub. Het scheppen van ontmoetingsgelegenheid, tijd en ruimte voor wat gezegd wordt en niet gezegd kan worden, luisteren naar woorden en naar de muziek achter de woorden. Want soms kunnen we alleen maar vermoeden, ook al proberen we te begrijpen. En soms zijn we samen op stap en genieten we van mooie dingen in kleur en vorm en klank, geur en smaak. (heb ik nu alle zintuigen?). Daarom hebben we ook zo een mooie programma voor ons uitgezocht en voorbereid, een programma van elk seizoen en alles op zijn tijd. Ik eindig met twee schrijfseltjes.


‘Seizoenen’

En toen het nieuwe licht kwam, kwam het nieuwe licht in mij
en toen het nieuwe groen kwam, kwam het nieuwe groen in mij
en toen de nieuwe zon kwam en lachte, lachte de nieuwe zon in mij.
Zo heeft het moeten zijn,
het donker, de pijn, het verdriet, de eenzaamheid,
het lag achter me toen het nieuwe licht kwam.
Je kunt het niet oproepen of aansteken
het komt wanneer het komt.
laat het zo, laat het over je heen komen
alles komt uit Zijn hand.

(Toon Hermans)


Alles heeft zijn tijd

Alle dingen onder de hemel hebben hun tijd. Er is een tijd om te planten en een tijd om wat geplant is te oogsten. Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen. Een tijd om te bewaren en een tijd om weg te doen. Een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken.Alles wat Hij doet is goed op zijn tijd; ook heeft Hij de mens besef van duur ingegeven, maar toch blijft Gods werk voor hem van het begin tot het einde ondoorgrondelijk.

De zon komt op en de zon gaat onder, en haast zich dan weer naar de plaats waar haar loop begint. De wind waait naar het zuiden en draait naar het noorden. Hij draait en draait en waait, en telkens keert hij op zijn draaien terug. Alle rivieren stromen naar zee en de zee raakt niet vol. Naar de plaats waar ze begonnen zijn, keren de rivieren terug om opnieuw te gaan stromen. (Prediker)

(Willy Staessens)

De os, de ezel en het kind

Spiritualiteit september 2019


De os, de ezel en het kind

Franciscus en de kerststal kunnen in deze tijd van het jaar niet ontbreken. Deze versie van het beroemde verhaal stamt – met lichte aanpassingen - uit: Margaret Mayo en Peter Malone: Broeder Zon, Zuster Maan. Het leven van Franciscus van Assisi, Zeist 2000:

Franciscus deed nogal eens iets onverwachts. Hij zat vol verrassingen en één van de mooiste en ontroerendste vond plaats in de kersttijd, ongeveer drie jaar vöör zijn dood. Franciscus woonde toen met enkele broeders in een paar grotten in de heuvels bij het stadje Greccio. Het was bijna Kerstmis, zijn lievelingsfeest. Hij noemde het altijd het feest der feesten. Franciscus zat te denken aan de geboorte van Jezus. Ik wou dat ik kon laten zien hoe het toen werkelijk was, dacht hij, zodat iedereen weet heeft van de armoedige, nederige plek waar het kind van Betlehem geboren is. Niet in een paleis, maar in een stal. Opeens lichtten zijn ogen op. Hij wist wat hij ging doen…

Franciscus was ziek geweest en had dikwijls veel pijn, dus wendde hij zich tot Johannes, een erg goede vriend van hem uit Greccio. 'Ik heb je hulp nodig', zei Franciscus. 'Voor iets heel bijzonders. Ik vraag je om op kerstavond…' en Franciscus legde hem zijn plannetje voor. 'Maar houd het geheim. Het moet een verrassing blijven.'

Op kerstavond klopte Johannes aan bij een oude boer. 'Mag ik je os lenen?' vroeg hij. 'Broeder Franciscus heeft hem vannacht nodig, voor iets bijzonders.' 'Voor Franciscus mag je alles lenen', zei de oude man, die als zoveel mensen heel veel van Franciscus hield. 'Mag ik je ezel dan ook lenen? En wat hooi en de voerbak?' zei Johannes. 'Zeker', zei de oude man. 'Maar waarvoor heeft hij het nodig? En nog wel deze avond. Het is immers kerstavond?' Johannes hield een vinger voor zijn mond. 'Het is een geheim. Een grote verrassing', fluisterde hij. 'Kom maar naar de nachtmis in de kerk midden in het bos en je zult het zien.' Zo werd de voerbak van de beesten vol met hooi op de rug van een kleine ezel gehesen en daar ging Johannes met de ezel aan de leiband en een zware os voor hem uit. En het nieuwtje verspreidde zich die dag als een lopend vuurtje door het stadje. Een grote verrassing… vannacht…

De nachtmis in her kerkje midden in het bos… Franciscus zal er zijn. Die avond laat vlogen de deuren open en werden daarna weer hard dichtgeslagen. Jong en oud kwamen al huppelend, schuifelend en strompelend uit de huizen, en iedereen had een kaars of een fakkel bij zich om de donkere nacht te verlichten. Lachend en zingend baanden zij zich een weg door het bos. Eén voor één betraden ze de kerk. En hun adem stokte: 'O!' Wat een verrassing! In de kerk stond een kribbe, vol met hooi, en daarnaast een zware os en een kleine ezel. Vlakbij stond Franciscus, dun en broos in zijn grauwe opgelapte pij, met een liefdevolle glimlach naar de kribbe te kijken, alsof het kind Jezus erin lag. De viering begon. De priester droeg de mis op bij de kribbe. En Franciscus zong met zijn prachtige heldere stem de woorden van het evangelie over de geboorte van Jezus. Toen hij klaar was, sprak hij over het kind van Betlehem, over de nieuwe Koning. 'Hij is niet in een paleis geboren, maar in een stal', zei Franciscus. 'Kijk goed en vergeet het nooit. Hij was arm en eenvoudig.' Voor de mensen in de kerk was het alsof er echt een kind in het hooi lag, in de eenvoudig in elkaar getimmerde kribbe, net zoals lang geleden in Betlehem. En zo eindigde deze nachtelijke viering: jong en oud liepen terug door het bos, vervuld van verwondering, vreugde en vrede. Franciscus' aangrijpende, mooie verrassing is sindsdien op verschillende manieren nagedaan.

Tegenwoordig staat overal met Kerstmis wel ergens een levende kerststal opgesteld om de armoedige en nederige geboorte van het kindeke Jezus zo echt mogelijk te doen lijken.

Willy Staessens, 12 september 2019

Het is een verschil van dag en nacht!

Spiritualiteit oktober 2019


Het is een verschil van dag en nacht!

Het is een verschil van dag en nacht…, hoe vaak zeggen we dat niet om het onderscheid te maken tussen jong en oud, tussen licht en donker, tussen gezond en ziek, tussen over al je mogelijkheden beschikken en ze hier en daar moeten inleveren. Het duidt op een contrast, op een tegenstelling. Maar is dat wel altijd zo duidelijk? En is er niet veel meer schakering dan wit en zwart. Als we over de problemen van onszelf en van de wereld spreken. Familie-aangelegenheden, gezondheid of de vluchtelingenproblematiek? Er is een heel pallet van kleuren en er zijn meer tinten dan zwart en wit, er zijn vele schakeringen grijs. En ze zijn er niet alleen, ze zijn ook nodig!

Als je naar een schilderij kijkt dat alleen maar uit wit of alleen maar uit zwart bestaat… (of alleen maar geel of rood of blauw) je zou niet veel te zien krijgen. Maar in contrast zie je de dingen juist duidelijker, met zijn schaduwen en contouren. Met een Clair-obscur techniek leg je juist meer accent waar het eigenlijk om gaat. De achtergrond is donker en de voorgrond licht. Maar je merkt meestal niet heel duidelijk waar het licht vandaan komt. Maar het zijn wel de schaduwen die ons het licht laten zien. Is dat ook niet zo in ons leven? Ook daar zijn er heel wat ervaringen die we donker of licht zouden kunnen noemen. In ons levensboek staan vele bladzijden die samen ‘ons verhaal’ beschrijven. En we moeten er de donkere bladzijden niet proberen uit te scheuren. Ook die horen tot ons levensverhaal, àlle bladzijden samen vertellen ons verhaal. De kunst is, nu we wat ouder worden, er met wat mildheid naar te kijken en misschien ook met wat humor. Omdat zij ‘peper en zout’ zijn die het geheel smakelijk maken.

We kijken al eens achterom of we vertellen aan elkaar hoe het vroeger was, maar ook soms in intieme kring hoe het ons gegaan is. De vreugden en de pijn, en hoe die ons gemaakt hebben tot wat en wie we nu zijn. Maar ook dàt schept een band tussen mensen. Het maakt ons tot mede-mensen, tot naasten die elkaar dragen, ook en misschien juist als het wat moeilijk is. En dat maakt een groot verschil, Het is een verschil van dag en nacht !

Daarom nog dit klein verhaaltje uit de Rabbijnse literatuur. (Een Chassidisch verhaal)

Een rabbi vroeg eens aan zijn leerlingen:
  "Wanneer gaat de nacht over in de dag ?"

Eén van de leerlingen antwoordde:
  "Laat ons zeggen: als je een hond van een schaap kan onderscheiden ?"

"Neen", zei de rabbi.

Een andere dacht:
  "Wellicht als je een dashond van een grote boom kan onderscheiden."

"Neen", zei de rabbi weer.

Zijn leerlingen begonnen nu zelf aan te dringen:
  "Zeg ons toch wanneer de nacht in dag overgaat!"

De rabbi antwoordde:
  "Als je naar het gelaat van een mens kijkt
  en je ontdekt dat het jouw broer (zus) is."


Willy Staessens